De economische crisis heeft geleid tot hogere werkloosheidscijfers in Nederland. Voor de onderwijsarbeidsmarkt is dit echter gunstig; meer mensen kiezen voor het onderwijs als het ze niet lukt elders een baan te vinden. In het PO is dit duidelijk te zien in een daling van het aantal openstaande vacatures. Door daling van het aantal leerlingen (ontgroening) zullen in de nabije toekomst minder leraren nodig zijn. Echter, er komt wel een grote uitstroom van oudere leraren. De verwachting is dat er tot 2016-2017 geen problemen ontstaan. Daarna kunnen tekorten ontstaan, oplopend tot 1400 fte aan docentfuncties en 200 fte aan schoolleiders.
Het verloop onder het onderwijspersoneel is redelijk hoog. Ongeveer 6% van de leraren vertrekt in het eerste jaar na indiensttreding, na 5 jaar is dit 15%. De mobiliteit in het onderwijs is met name bij jongeren hoog; bekend is wel dat een goede begeleiding van starters de uitstroom beperkt.
Het blijft dus voor de toekomst hard nodig om de sector aantrekkelijk te houden om in te werken. Dit betekent dat er (blijvende) aandacht moet zijn voor professionalisering, werving en selectie (ook buiten de sector) en de onderwijsprogramma's van de PABO's.
De PO-Raad zet zich ook in voor een voor een effectief mobiliteitsbeleid. De PO-Raad onderzoekt onder andere waar de CAO PO belemmerend werkt als het gaat om personele knelpunten als gevolg van krimp. Een effectief mobiliteitsbeleid is niet alleen van belang om afvloeiing van overtollig personeel zoveel mogelijk te voorkomen. Mobiliteitsbeleid kan ook een belangrijk instrument zijn voor loopbaanontwikkeling, verdere professionalisering en duurzame inzetbaarheid. Daarom moeten belemmeringen voor mobiliteit op bestuursniveau worden weggenomen. Daarbij stelt de PO-Raad voor om te bezien wanneer en onder welke voorwaarden, verplichte mobiliteit als instrument kan worden ingezet.