Het stichten en instandhouden van scholen is gereguleerd middels een systeem van (getalsmatige) stichtings- en opheffingsnormen. Voor scholen die niet langer voldoen aan de opheffingsnormen zijn een aantal uitzonderingssituaties in de wet opgenomen, waardoor zij toch kunnen voortbestaan. Inmiddels is een aantal aanpassingen aan dit stelsel in voorbereiding, waardoor dislocaties (weer) kunnen worden verzelfstandigd, openbare scholen ook kunnen worden gesticht op initiatief van het eigen bestuur, en scholen langer onder de norm kunnen zitten alvorens te moeten worden opgeheven (5 in plaats van 3 jaar).
Uiteraard heeft dit stelsel een nauwe relatie met de krimp. Knelpunt is bijvoorbeeld dat dit stelsel is gebaseerd op het afremmen van de groei, terwijl er nu sprake is van krimp in grote delen van Nederland.
Onlangs is de fusietoets ingevoerd. In bepaalde situaties moeten schoolbesturen voldoen aan een aantal eisen alvorens te mogen fuseren. De fusie-effectrapportage is daarbij een belangrijke leidraad. Zie 'relevante links' voor meer informatie over de fusietoets.