Experimenten rond invulling onderwijstijd verlengd en uitgebreid
De wettelijke eisen voor invulling van de onderwijstijd in het primair onderwijs zijn onderdeel van twee lopende experimenten. Deze experimenten krijgen een vervolg en een nieuw experiment wordt voorbereid. Daarmee wil het kabinet een beter beeld krijgen van de relatie tussen de onderwijstijd en de kwaliteit, continuïteit en kansengelijkheid van onderwijs.
In de Voortgangsbrief lerarenstrategie (3 juli 2025) informeren de demissionaire bewindslieden van OCW de Tweede Kamer over de ontwikkelingen die volgen uit de lerarenstrategie. Uit de brief blijkt dat het resterende deel PBSS definitief aan de bekostiging wordt toegevoegd. Verder bevat de brief vooral nieuws op het gebied van de experimenten rond onderwijstijd.
De PO-Raad pleit al langer voor ruimte om te onderzoeken wat effectieve afspraken zijn rond de invulling van onderwijstijd. Een andere invulling is soms nodig bij het omgaan met de personeelstekorten. Daarnaast kan een andere invulling van onderwijstijd helpen bij het verder bevorderen van de onderwijskwaliteit en bij het bieden van maatwerk voor leerlingen. De PO-Raad is blij dat hier nu ruimte voor geboden wordt.
Kernelementen onderwijstijd
De kernelementen van de wettelijke regels rond onderwijstijd zijn:
a) het aantal uren onderwijs,
b) gegeven door een bevoegd docent,
c) met een beperkt aantal vierdaagse schoolweken en
d) met vooraf vastgestelde schoolvakanties.
Andere dag- en weekindeling
In de grote steden (G4 en Almere) is in 2020 de noodmaatregel ‘Andere dag- en weekindeling’ van start gegaan om scholen te faciliteren in omgaan met de personeelstekorten. De kern hiervan is dat maximaal 22 uur per maand andere professionals kunnen worden ingezet tijdens onderwijstijd, bijvoorbeeld vak- of gastdocenten. Doel hiervan is om zo effectief mogelijk invulling te geven aan de tijd die vanwege de personeelstekorten niet door een bevoegde leraar kan worden ingevuld. De regeling is geëvalueerd. Daar kwamen deels positieve effecten uit. Om beter inzicht te krijgen in de effecten hiervan zijn, wordt de regeling vanaf schooljaar 2026/2027 verlengd tot (waarschijnlijk) 2030 en verbreed, zodat ook (enkele) basisscholen buiten de grote steden deel kunnen nemen. Hier zal ook verder onderzoek naar worden verricht.
Ruimte in onderwijstijd
Ook is in 2020 het experiment Ruimte in Onderwijstijd (ERiO) gestart, als vervolg op het experiment flexibele onderwijstijden uit 2011. Aan het experiment nemen op dit moment 17 basisscholen deel, die van verschillende onderdelen van de wetgeving op onderwijstijd mogen afwijken. Hierbij wordt gekeken naar het effect op de onderwijskwaliteit en maatschappelijke effecten. Vanwege het kleine aantal deelnemende scholen en de verscheidenheid in uitvoering, acht OCW een vervolg op dit experiment wenselijk. In de verlenging wordt gekeken naar de verdeling van schoolweken door het jaar heen en het maximum aantal vierdaagse schoolweken.
Onderwijstijd in balans
Het nieuwe experiment Onderwijstijd in Balans heeft als doel inzicht te verkrijgen in het belang van het aantal vastgestelde uren onderwijs in het primair onderwijs. Is het mogelijk om met minder onderwijstijd voor leerlingen, en meer professionaliserings- en voorbereidingstijd voor leraren, de kwaliteit van onderwijs te verbeteren en meer maatwerk te bieden aan leerlingen? Dit experiment wordt de komende periode verder uitgewerkt.
De verwachting is dat de verschillende experimenten in 2030 meer duidelijkheid geven. Vervolgens kunnen er over het geheel van onderwijstijd in het primair onderwijs besluiten worden genomen.
Meer lezen?
Download de Kamerbrief op de website van de Tweede Kamer.



