Bewegingsonderwijs

Bewegingsonderwijs is belangrijk. Het is voor kinderen een manier om zich te uiten, te werken aan hun sociale en motorische ontwikkeling en aan hun gezondheid.

Vanaf schooljaar 2023-2024 is 2 lesuren bewegingsonderwijs verplicht op de basisschool. Leerlingen moeten minimaal 2 lesuren bewegingsonderwijs krijgen onder leiding van een vakleerkracht of bevoegde groepsleerkracht.

Meisje in gymzaal

Programma Gezonde School

Kwalitatief bewegingsonderwijs past bij de ambities van het programma Gezonde School. Kinderen moeten met plezier bewegen en zich motorisch ontwikkelen, zodat ze later een actieve leefstijl houden. In dat programma trekt de PO-Raad op met de andere onderwijssectoren, GGD GHOR Nederland en het RIVM om de leefstijl van kinderen en jongeren te verbeteren.

Onze standpunten

Curriculumontwikkeling

Houd de kerndoelen, die voorschrijven wat een leerling aan het eind van zijn basisschoolcarrière per vak moet kennen en kunnen, op gezette tijden tegen het licht. 

Om leerlingen voor te bereiden op de toekomst, moet het onderwijs toekomstbestendig gehouden worden. Daarom moeten de kerndoelen op gezette tijden tegen het licht gehouden worden. Maar zorgen voor toekomstbestendig onderwijs betekent ook: leraren en schoolleiders die zich verder blijven ontwikkelen.

Bewegingsonderwijs

Scholen kunnen met kwalitatief goed bewegingsonderwijs een gezonde leefstijl bij kinderen stimuleren. Maar die leefstijl is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders, gemeenten, scholen en de hele maatschappij. 

Kwalitatief goed bewegingsonderwijs draagt bij aan de motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen. Er zijn aanwijzingen dat sport en bewegen bijdraagt aan betere onderwijsresultaten en de kans op verzuim en uitval verminderen. Goed bewegingsonderwijs levert daarnaast een bijdrage aan een actieve en gezonde leefstijl van kinderen.

Wél bewegingsonderwijs, geen urennorm

In het Bestuursakkoord PO is daarom de doelstelling opgenomen dat in 2017 iedere basisschoolleerling minimaal twee keer per week 45 minuten bewegingsonderwijs krijgt, gegeven door een bevoegde (vak)leerkracht. Waar mogelijk streven scholen naar drie lesuren per week. De afspraken in het Bestuursakkoord zijn vertaald naar een plan van aanpak bewegingsonderwijs . Daarin is afgesproken dat er jaarlijks 3 miljoen euro beschikbaar wordt gesteld om meer bevoegde (vak)leerkrachten bewegingsonderwijs op te leiden. De PO-Raad is geen voorstander van het verplicht voorschrijven van een minimum aantal lesuren bewegingsonderwijs omdat dat indruist tegen de vrijheid van onderwijs. Voor veel scholen is het simpelweg ook onmogelijk om extra lesuren bewegingsonderwijs te plannen omdat gymzalen daarvoor ontbreken of niet bereikbaar zijn.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Om een gezonde leefstijl van leerlingen te bevorderen en stimuleren, is ook nodig dat ze gezond te eten, gezond leven en niet roken. Dat moet niet alleen op school gebeuren maar ook thuis, maar ook in de pauze, na schooltijd en onderweg naar huis. Een gezonde leefstijl van kinderen stimuleren, is dan ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid van scholen, gemeenten, ouders, de hele maatschappij, vindt de PO-Raad. Ook buiten lesuren om, stimuleren scholen gezond gedrag van leerlingen. Verschillende scholen kiezen er bewust voor om hiervoor themalessen of schoolpleinen in te zetten. Zij werken bijvoorbeeld samen met sportverenigingen en zetten zich in om een Gezonde School te worden. 

Kijk voor meer achtergrondinformatie ook eens bij het bewegen en een gezonde leefstijl.

Burgerschapsonderwijs

Burgerschap is een basisvaardigheid. Scholen bereiden leerlingen voor op hun latere functioneren in de maatschappij. Daar hebben zij niet alleen de basisvaardigheden taal en rekenen voor nodig, maar ook kennis om als zelfstandige burgers te kunnen leven. Het gaat dan bijvoorbeeld om kennis van democratie, politieke besluitvorming en mensenrechten en om het omgaan met maatschappelijke diversiteit.

Scholen zijn wettelijk verplicht burgerschapsonderwijs te verzorgen en geven dit vanuit hun eigen visie vorm. Het ontwikkelen van burgerschapscompetenties van leerlingen is een kerntaak van het onderwijs. Dit draagt eraan bij dat zij hun eigen normen en waarden herkennen en daarmee een eigen identiteit kunnen vormen.

Scholen zijn wettelijk verplicht aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. Dat hoeft niet in een apart vak. Burgerschap kan in andere vakken worden geïntegreerd en daar is de PO-Raad voorstander van.

Gezamenlijke taak

De PO-Raad vindt het ook van belang dat scholen hun burgerschapsopdracht delen. In de eerste plaats met ouders, de belangrijkste pedagogische partners van de school, maar ook in bredere zin met het gezin, de wijk, verenigingen, de overheid en andere socialiserende instanties zoals de kinderopvang. Ook zij hebben een taak leerlingen burgerschapscompetenties bij te brengen.

Meer weten?

Voor meer inhoudelijke informatie over Burgerschap en ondersteuning bij het inbedden ervan in het eigen onderwijs, biedt de website van het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling (SLO) uitkomst.