Nieuws

Nieuw achterstandenbeleid financiële strop voor asielzoekersscholen

De definitieve herverdeling van achterstandsmiddelen komt met name bij asielzoekersscholen* en hun besturen hard aan. Diverse besturen zien hun budget met tientallen procenten verminderen en gaan er tot ruim vier ton op achteruit. Dat betekent veel gedwongen ontslagen, minder ondersteuning voor de leerlingen en grotere groepen. Dit terwijl de problematiek van de kinderen nog altijd even groot is.

Onderwijs aan asielzoekerskinderen hoort deel uit te maken van het asielbeleid, vindt de PO-Raad. Voorzitter Rinda den Besten: ,,Dit probleem reikt verder dan het ministerie van Onderwijs, ook de staatssecretaris vreemdelingenzaken zou zich hiervoor verantwoordelijk moeten voelen.”

,,Ik zou niet weten hoe ik dit moet opvangen”, zegt Arnoud Wever, bestuurder van asielzoekersschool De Fontein in Breda. Hij moet de komende drie jaar zo’n 6 fte wegpoetsen uit zijn school. De andere scholen van het schoolbestuur zullen dit mede moeten ophoesten, anders kan De Fontein haar deuren wel sluiten. Wever: ,,Linksom of rechtsom worden leerlingen de dupe. Onbegrijpelijk dat de politiek dat laat gebeuren.”

Vorig jaar bleek dat veel asielzoekersscholen extreem zwaar zouden worden getroffen door de herverdeling. Om de pijn te verzachten heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geprobeerd de techniek voor het voorspellen van achterstanden, te verbeteren. Ook besloot het kabinet alle asielzoekersleerlingen automatisch aan te merken als achterstandsleerling. Het probleem was namelijk dat voor veel van deze leerlingen geen achterstandsscore berekend kon worden, omdat gegevens van deze leerlingen en hun ouders vaak incompleet waren. De PO-Raad waarschuwde al eerder dat asielzoekersscholen ondanks de aanpassingen, er nog steeds hard op achteruit gaan. De oorzaak: in de oude gewichtenregeling hadden nieuwkomerskinderen vaak een ‘zwaar gewicht’ ( = een hoge bekostiging voor de school). Dankzij de nieuwe aanpassingen van het CBS worden ze weliswaar automatisch aangemerkt als achterstandsleerling, maar met een gemiddelde achterstandsscore. Dat betekent dat er per leerling minder geld beschikbaar is om de achterstand weg te werken.

Henk Mulder, directeur-bestuurder van Archipel Primair, asielzoekersschool De Waaier Zutphen:

“(….) Nog steeds hebben ze mij niet kunnen uitleggen wat rechtvaardigt om zomaar 203.000 euro weg te halen bij één school. De problematiek van de kinderen is onveranderd, kom maar kijken. En ik kan je verzekeren, iedere euro die wij binnen krijgen, hebben we keihard nodig. Als je alle potjes bij elkaar optelt is onze nieuwkomersschool De Waaier qua budget vergelijkbaar met een sbo-school. Dat is reëel, maar zeker geen vetpot. Nu moet ik drie tot vier fte gaan wegpoetsen. Hoe moet ik dat uitleggen op school? Ik begrijp het zelf niet eens. Ik vind: als je niet kunt uitleggen waarom dit terecht is, dan moet je het compenseren.”

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, profiteren scholen niet van de 170 miljoen die in het Regeerakkoord wordt uitgetrokken voor onderwijsachterstanden. Dit bedrag gaat volledig naar gemeenten. Daarbij komt dat veel asielzoekersscholen gelegen zijn in zogenaamde impulsgebieden, die voorheen extra geld kregen vanwege de lage sociaal economische status in de wijk. Die regeling verdwijnt echter met de invoering van het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. Het resultaat: een forse teruggang in bekostiging van tientallen scholen die (veel) asielzoekers opvangen.

Het ministerie geeft zelf aan dat 25 scholen met veel asielzoekers er gezamenlijk drie miljoen in budget op achteruit gaan. Er zijn natuurlijk veel meer scholen die asielzoekers onderwijs bieden. De drie miljoen is volgens de PO-Raad dus slechts een eerste indicatie. Hoe groot de groep scholen exact is, en het daarmee gemoeide budget, is lastig in te schatten.

PO-Raad pleit voor herstel van budget

De PO-Raad waarschuwt al langer voor de gevolgen van de nieuwe verdeling van onderwijsachterstandsmiddelen, zowel voor scholen met nieuwkomers als reguliere scholen. Wanneer scholen een groot deel van hun budget verliezen, zullen zij personeel moeten ontslaan, klassen vergroten of speciale voorzieningen zoals weekendscholen, taalklassen en voor- en vroegschoolse educatie moeten versoberen of stoppen. Een groeiende kansenongelijkheid zal het gevolg zijn.

De PO-Raad pleit dan ook voor herstel van het totale OAB-budget naar het oorspronkelijke niveau in 2011 (430 miljoen euro), om onderwijsachterstanden in het hele land effectief te kunnen bestrijden.

Daarnaast pleit de PO-Raad ervoor het budget dat als gevolg van de nieuwe OAB-regeling is weggevloeid bij scholen met veel nieuwkomersleerlingen, te herstellen voor deze specifieke doelgroep. Scholen met veel nieuwkomers nemen immers een bijzondere plek in de maatschappij in, en hebben hierbij de opdracht onderwijs te verzorgen aan een zeer kwetsbare groep kinderen. Het is daarom goed verdedigbaar dat deze scholen een bijzondere plaats in een regeling krijgen met een bekostiging die ten minste op het niveau zit van het budget vóór invoering van de nieuwe OAB-regeling in 2019/2020.

De PO-Raad gaat graag met OCW in gesprek om de omvang van de herverdeeleffecten op de getroffen scholen te duiden en oplossingen te verkennen. Daarbij is de PO-Raad van mening dat zorgen voor onderwijs aan asielzoekerskinderen deel hoort uit te maken van het asielbeleid. Zij doet daarom een beroep op het hele kabinet, waaronder de staatssecretaris voor vreemdelingenzaken.

Aanvullende bekostiging voor nieuwkomers

Het nieuwe model voor het berekenen van onderwijsachterstanden voorspelt de onderwijsachterstand beter en voor een bredere doelgroep dan voorheen. Het geld dat wegvloeit uit het nieuwkomersonderwijs als gevolg van de nieuwe OAB-regeling komt dus ten goede aan andere kinderen met een onderwijsachterstand. Volgens het model worden de onderwijsachterstanden beter ingeschat en krijgen de betreffende leerlingen het OAB-budget dat hen toebehoort. De PO-Raad onderschrijft dit.

Het effect van de nieuwe OAB-regeling is echter wel dat door de val in budget de ontoereikendheid van de bekostiging aan asielzoekersscholen nu meer dan ooit duidelijk wordt. De PO-Raad wijst er op dat de aanvullende bekostiging voor nieuwkomers vaak bij lange na niet voldoende is om van rond te komen. Deze financiering houdt na twee jaar op, terwijl bekend is dat kinderen zeker vijf jaar nodig hebben om op vergelijkbaar niveau met Nederlandse leeftijdsgenootjes te komen. Daarnaast functioneren asielzoekersscholen vaak als een eigenstandige school, zonder dat zij de middelen krijgen die bij een eigen afzonderlijke vestiging horen (vaste voeten, etc). In de praktijk gebruiken besturen daarom vaak noodgedwongen geld dat bestemd is voor andere scholen, om nieuwkomersvoorzieningen in de lucht te kunnen houden. Maar daar zitten grenzen aan. Wanneer schoolbesturen gedwongen worden tot onverantwoorde keuzes, kunnen zij niet anders dan voorzieningen sluiten. Dat zou rampzalige gevolgen hebben voor de ontwikkeling van duizenden kinderen, en daar betaalt uiteindelijk de hele maatschappij de rekening voor.

Arnoud Wever, directeur-bestuurder PCPO Midden-Brabant, asielzoekersschool De Fontein Breda:

“Ik voel mij dubbel ‘genomen’ door de politiek. Toen de asielzoekersstroom in 2014 op zijn hoogst was, heeft de gemeente Breda een deel van de voormalige gevangenis ingericht als AZC. Wij hebben als stichting toen enorm ons best gedaan om alle asielzoekerskinderen een plek te bieden op onze eerste Opvang Anderstaligen, onderdeel van basisschool De Fontein. Daar hadden we immers al de nodige expertise in huis. Die locatie is gegroeid van zo’n vijftig naar bijna tweehonderd leerlingen. Dat konden we doen dankzij de verschillende regelingen. Nu gaan in één klap bijna alle geldkranen dicht. Ik weet niet hoe ik dit moet gaan opvangen.”

*Waar asielzoekers staat, bedoelen we in dit artikel álle nieuwkomers (ook statushouders, arbeidsmigranten en vreemdelingen), en waar asielzoekersscholen staat, bedoelen we ook reguliere scholen die veel asielzoekers opvangen