Nieuws

Inspecteur-generaal Alida Oppers: goede schoolbestuurders kunnen het verschil maken! 

Zo’n vijf maanden geleden verscheen de Staat van het Onderwijs 2022. Zoals gebruikelijk met de nodige aandacht. Aan het woord Alida Oppers, Inspecteur-generaal van de Inspectie van het Onderwijs en Edith van Montfort, Collega van Bestuur van SAAM*. Een gesprek over het verlangen naar kwaliteit, ruimte, verantwoordelijkheden én vertrouwen.

Er gaat veel goed in het primair onderwijs, zo trapt Oppers af: “Ge-wel-dig om te zien hoe de continuïteit van het onderwijs gewaarborgd bleef tijdens de COVID-periode. Achterstanden werden sneller ingelopen dan verwacht, een grote prestatie van iedereen in het onderwijs. Mooi lichtpunt is ook dat de migrantenkinderen het relatief goed doen. En we zien dat 98 procent van de leerlingen aangeeft zich veilig te voelen. Kinderen in Nederland behoren tot de gelukkigste kinderen. Echt een verdienste van het onderwijs.’’ 

“Helemaal met de impact die het lerarentekort heeft op de organisatie en kwaliteit van het onderwijs. Onze inspecteurs zijn onder de indruk van de crisisbestendigheid en creativiteit. Dit is wederom een compliment waard. Overigens gaan we in de Staat van het Onderwijs 2023 ook rapporteren over hoe scholen omgaan met het lerarentekort.”

Van Montfort vult aan: “Ik ben trots dat onder invloed van COVID, de wezenlijke opdracht van het onderwijs nog sterker geadopteerd is door de leraar. De noodzaak om goed te analyseren werd groter, en onze leraren hebben daar echt een ontwikkeling in gemaakt. Er ontstond een stevige dialoog over vragen als ‘heb je alle leerlingen in beeld? Zijn ze in ontwikkeling en kun je daar met kwaliteit over getuigen?”

Van Montfort ervaart zelf ook de ernst van het lerarentekort maar pleit ook voor een kwaliteitsgericht gesprek. “Als we minder leraren hebben, hoe gaan we er dan samen voor zorgen dat de beste leraren onderwijs geven aan de kinderen die dit het hardst nodig hebben?”

Oppers vult aan: “Die boodschap wilden wij ook overbrengen in de Staat van het Onderwijs. Het is echt roeien met de riemen die scholen nu hebben. Dat is morgen helaas niet anders. Reden temeer om juist aandacht te hebben voor wat je wél kunt doen. De kwaliteit van de lessen wordt nog belangrijker als je minder bevoegde leraren hebt.”

Welke boodschap onderbelicht is gebleven uit de Staat van het Onderwijs? Dat iedereen ertoe doet, van onderwijsassistent tot de minister. En als we samen die sprong willen maken, dan moet iedereen aan de bak. Het onderwijs, de lerarenopleidingen, politiek én wetenschap. En ook wij als inspectie moeten zeker ons steentje bijdragen. Helaas is deze boodschap niet overal zo ontvangen, erg verdrietig dat het beeld werd geschetst dat de inspectie de schuld bij de leraar zou leggen.”
“We moeten goed kijken naar hoe het komt dat deze boodschap zo ontvangen is. Met  onderwijsprofessionals zijn we in gesprek om van hun feedback te leren. Ook merken we dat het slecht gelezen wordt, het is ook best een boekwerk. Er staat ons nog iets te doen om de toegankelijkheid te verbeteren.” 

Van Montfort reageert: “Het lijkt erop dat er intensief gereageerd wordt wanneer een professional voelt dat iemand anders iets zegt over de kwaliteit van zijn of haar werk. De leraar is de enige die de onderwijskwaliteit maakt, daar ben ik van overtuigd. Natuurlijk is daar ook een boel voor nodig. Waar het niet goed gaat kies ik niet voor meer toezicht houden of ingrijpen. Daar is ruggensteun voor nodig. En samen investeren we in het zelfnormerend vermogen.” 

“Een goede bestuurder kan inderdaad het verschil maken”, reageert Oppers. Bijvoorbeeld in het functioneren van passend onderwijs, de opvang van nieuwkomers en het binden en boeien van onderwijsprofessionals. Schoolbestuurders doen ertoe. In het publieke debat zie ik soms de gedachte ‘verwijder de bestuurslaag en dan hebben we het opgelost’. Het is essentieel dat we ophouden met het rondpompen van de schuld. Daar schiet geen leerling iets mee op.”

Van Montfort: “Ik vind het goed dat interne toezichthouders mij het vuur aan de schenen leggen en de externe toezichthouder moet dat ook doen. Wat ik zelf ingewikkeld vind, is dat er vanuit de politiek een sterke maakbaarheidsgedachte naar boven borrelt. De pedagogische relatie tussen kind en professional is prachtig en complex. Er is zeker iets te doen. Maar dat is niet zomaar op te lossen met een interventie uit een bewezen menukaart.” 

“Ik ben met je eens dat het te simpel gedacht is dat wanneer je een lijstje met dingen uitvoert, het wel goedkomt”, reageert Oppers. “Daar is het onderwijsproces te complex voor. Aan de andere kant vind ik de toegenomen aandacht voor bewezen interventies heel goed. Nadenken over wat werkt in jouw situatie en gericht naar je resultaten kijken. Dat leidt tot beter onderwijs. Het is vaak verkeerd begrepen dat alles op orde moet zijn over twee jaar. Op sommige onderdelen zien we een gestage daling, laten we dan in ieder geval over twee jaar weer een knikje omhoog zien, dat is de boodschap geweest. En dat gaat niet vanzelf.”

Van Montfort reageert: “Een effectieve aanpak kan snel tot groei leiden, maar hoe verankeren we dat duurzaam? Als we inzetten op ‘teaching to the test’ is dat gunstig voor de lijstjes. Maar eigenlijk hoort het sterk verbonden te zijn aan alle elementen van de ontwikkeling van kinderen. Wij hebben de verantwoordelijkheid om daar iets aan te doen.”

“Die twee jaar moet je zien in een brede, voortdurende ontwikkeling, we zien ook in de internationale voorbeelden dat er vaak een decennium nodig is”, reageert Oppers. Ons pleidooi is juist om niet te kijken naar de meetbare dingen. Zo geeft de helft van de scholen aan zicht te hebben op de basisvaardigheden vanwege de eindtoets. Dat is best een smalle benadering, het is belangrijk om breed naar de ontwikkeling te blijven kijken.” Het is voor ons ook best een uitdaging om je boodschap zo neer te zetten dat hij aanmoedigt, aansprekend is voor de professionals en zonder dat je anderen irriteert.”

“Dat is ook een ingewikkelde, dat zie ik op meer plekken”, reageert Van Montfort. “Wat mij betreft gaat het erom dat iedereen kijkt naar: wat betekent dit voor jou? Als ik lees over de dalende trend, dan moet ik van mijn in- en externe toezichthouder de vraag krijgen: wat betekent dit, wat heb je te doen en wat heb je nodig. Zo werk ik met onze professionals, en zij met onze kinderen. Als leden van de PO-Raad zouden we dit onderling ook meer moeten doen.” 

Van Montfort vervolgt: “Van de inspecteur verwacht ik een open gesprek over het verlangen naar kwaliteit, maar ook over de verschillen in verantwoordelijkheid. De inspectie is specialist in kritisch spiegelen, met een blik die breder is dan mijn eigen organisatie. Dit is hele relevante expertise. Ik vind wel dat we weg moeten blijven van de nationale kramp van ‘het gaat niet goed, we bouwen er wel een paar nieuwe regels omheen’. Soms voelt het dat je een béétje vertrouwen krijgt, en dat bestaat niet. Je krijgt vertrouwen of niet. En bij vertrouwen hoort de verantwoordelijkheid om helder te getuigen over de kwaliteit van je werk. Waar het niet deugt mag er uiteraard ingegrepen worden.”

Oppers reageert: “Uiteindelijk gaat het om de effectiviteit. We moeten ons niet blind staren op één instrument. Toezicht is ook om, vanuit je bevindingen, een rijk repertoire van interventies te ontwikkelen. Niet zomaar gebaseerd op een mening, maar onderbouwd vanuit onderzoek. Dit zou je dan, gelang de situatie, kunnen toepassen. Er is ook wat ruis ontstaan over het toezicht op de basisvaardigheden. Voor de duidelijkheid: we kijken nog steeds naar het standaard aanbod, die is breed. Wel is er per 1 augustus expliciete aandacht voor de basisvaardigheden. Dit betekent niet dat de rest er niet meer toe doet, maar dat het gesprek in ieder geval over de sturing op de basisvaardigheden moet gaan.”  

Van Montfort: “Ik vind het mooi als scholen de standaardtoetsing durven los te laten. Maar wel als ze op een andere manier kunnen getuigen van de kwaliteit van de ontwikkeling binnen die (basis-)vaardigheden. Wat mij betreft mag het keihard zijn op het ‘wat’, namelijk het verlangen naar goed onderwijs. Maar moet er ruimte zijn op het ‘hoe’. 

En ja, alhoewel ik op sommige punten anders denk dan de inspectie, mag dit nooit van invloed zijn op de kwaliteit van het onderwijs. Professioneel ruziemaken hoort er soms ook bij.”  

Foto van Alida Oppers en een foto van Edith van Montfort

Fotografie Alida Oppers: Marieke Duijsters

Foto van Alida Oppers en een foto van Edith van Montfort