Nieuws

Verzuimcijfers laten zien dat thuiszitten nog steeds een taai probleem is

‘Met de inzet van vele betrokken partijen via het zogenaamde Thuiszittersoverleg hebben we laten zien dat verzuim een taai probleem is.’ Dat schrijft Dennis Wiersma (minister voor primair en voortgezet onderwijs) aan de Tweede Kamer. In de brief met recente verzuimcijfers kondigt hij een aangescherpte aanpak van de thuiszittersproblematiek aan. 

‘De verzuimcijfers over het schooljaar 2020/2021 laten zien dat het aantal kinderen dat voor korte of langere tijd niet naar school gaat nog steeds fors is’, aldus Wiersma. ‘Er is niet één type thuiszitter en daarmee ook niet één landelijke aanpak mogelijk. Ieder kind is uniek en heeft de hulp en ondersteuning nodig die bij dat kind en dat verhaal passen.’ De minister komt daarom boven op eerder ingezette acties met een verbeterde en aangescherpte aanpak. Zijn doel is dat geen enkel kind meer onnodig thuis zit, doordat er meer ingezet wordt op preventie en een passend onderwijsaanbod. 

Wiersma benoemt in de brief drie actielijnen: 

  1. Ieder kind wordt gezien, doordat de aanwezigheid centraal komt te staan. Daarbij is er bijvoorbeeld aandacht voor het vergemakkelijken van het eenduidig registreren van verzuim; 
  2. Een echt passend aanbod bieden, waar dat nodig is. De minister noemt daarbij onder andere het versnellen van de verbeteraanpak passend onderwijs, waaronder het traject hoorrecht. Het verder versterken en verbeteren van de samenwerking tussen onderwijs en zorg hoort hierbij en extra aandacht voor de groep hoogbegaafde leerlingen; 
  3. Afstandsonderwijs inzetten voor kinderen en jongeren die geen onderwijs op school (kunnen) volgen. 

Het aantal kinderen dat niet naar school gaat is de afgelopen jaren toegenomen. Wiersma constateert dat een vergelijking met de afgelopen jaren niet goed mogelijk is door de coronacrisis. Uit nader onderzoek blijkt onder meer ook dat het voor scholen vanwege de pandemie moeilijker was om te bepalen van welke vorm van verzuim er sprake was. De minister schrijft daarover: ‘Was een leerling bijvoorbeeld afwezig door coronaklachten of werd dat door een leerling of ouder(s) als reden gebruikt om niet naar school te gaan? Is het daarmee (geoorloofd) ziekteverzuim of juist ongeoorloofd verzuim? Dat maakt dat de vergelijkbaarheid van de cijfers met eerdere jaren beperkt is.’ 

Met zijn aangescherpte aanpak geeft Wiersma opvolging aan de opbrengsten die zijn ontstaan door het werk van het landelijke Thuiszittersoverleg. De PO-Raad vindt het goed dat de minister vasthoudt aan de reeds ingezette lijnen en deze versterkt, maar heeft nog wel aandachtspunten voor de uitwerking. Alles is gericht op de inspanningen om te zorgen dat alle kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen.  

Meubilair