Helpdesk HRM

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen HRM

  • Wanneer moeten personeelsleden worden geïnformeerd over plaatsing in RDDF?

    Het informeren van personeelsleden die het betreft: zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vóór de zomervakantie. Het schoolbestuur dient voor 1 mei het meerjarenformatiebeleid/een bestuursformatieplan vast te stellen en de wijze waarop de middelen bovenschools dan wel aan de scholen worden toegedeeld.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

  • Hoe werkt het ontslagrecht in het bijzonder onderwijs?

    Er zijn vier manieren om een medewerker te ontslaan:

    1. Met wederzijds goedvinden: de medewerker stemt in met zijn ontslag, of er wordt een beëindigingsovereenkomst afgesloten.
    2. Opzeggen met toestemming van UWV: bij bedrijfseconomische redenen en bij ziekte.
    3. Ontbinding bij de kantonrechter: bij redenen gelegen in de persoon van de medewerker.
    4. Opzeggen zonder toestemming van UWV: proeftijd en dringende reden.

    De reden van ontslag bepaalt welke procedure doorlopen moet worden. Een werkgever mag dus niet kiezen of een ontslagvergunning wordt aangevraagd bij de kantonrechter of bij UWV.

    Bij een reorganisatie en RDDF-plaatsingen is de tweede ontslagroute aan de orde. Voor opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen, hetgeen aan de orde is bij een reorganisatie, dient een werkgever in het bijzonder onderwijs een ontslagvergunning te vragen bij het UWV. Het UWV hanteert daarbij het afspiegelingsbeginsel.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

  • Hoe verhoudt de ABP-pensioenpremie zich ten opzichte van de markt?

    Vergelijking met andere grote pensioenfondsen toont aan dat -door de combinatie van een luxe regeling en een gemiddeld wat ouder deelnemersbestand- de ABP-premie relatief hoog is. De gemiddeld pensioenpremie in Nederland is ca. 16 procent van de loonsom. De totale afdracht voor de ABP-regeling (inclusief overgangsregelingen) is ruim 20 procent van de loonsom. Als pensioenpremie een te groot beslag legt op de loonruimte, veroorzaakt dit uitholling van andere arbeidsvoorwaarden. Wat -zeker in een gespannen arbeidsmarkt- concurrentie met de marktsector moeilijk maakt.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

Pagina's