Helpdesk

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden over

  • Wanneer is het mogelijk om een werknemer in twee functies te benoemen of aan te stellen?

    Een werknemer kan worden benoemd of aangesteld in twee onderwijsondersteunende functies of een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functie, als er een verschil is van meer dan drie schalen tussen de bij die functies behorende maximumschalen. In onderstaand schema is opgenomen welke combinatie van een onderwijsgevende en een onderwijsondersteunende functie mogelijk is.

    Onderwijsgevende functie in schaal

    Onderwijsondersteunende functie in schaal

    L10 (oud schaal LA en schaal 9)

    1 t/m 6 en 14

    L11 (oud schaal LB en schaal 10)

    1 t/m 7 en 15

    L12 (oud schaal LC en schaal 11)

    1 t/m 8 en 16

    L13 (oud schaal LD en schaal 12)

    1 t/m 9 en 17

     

     

  • Wanneer is het mogelijk om een werknemer in twee functies te benoemen of aan te stellen?

    Een werknemer kan worden benoemd of aangesteld in twee onderwijsondersteunende functies of een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functie, als er een verschil is van meer dan drie schalen tussen de bij die functies behorende maximumschalen. In onderstaand schema is opgenomen welke combinatie van een onderwijsgevende en een onderwijsondersteunende functie mogelijk is.

    Onderwijsgevende functie in schaal

    Onderwijsondersteunende functie in schaal

    L10 (oud schaal LA en schaal 9)

    1 t/m 6 en 14

    L11 (oud schaal LB en schaal 10)

    1 t/m 7 en 15

    L12 (oud schaal LC en schaal 11)

    1 t/m 8 en 16

    L13 (oud schaal LD en schaal 12)

    1 t/m 9 en 17

     

     

  • Wat zijn de regels voor aanpassing van de arbeidsduur?

    Op grond van de Wet flexibel werken geldt dat de werknemer een verzoek tot aanpassing ten minste twee maanden voor de ingangsdatum in moet dienen, zie art. 2 lid 3 van deze wet. Er geldt geen opzegtermijn, maar wel deze twee maanden uit de wet.

  • Wat zijn de regels voor aanpassing van de arbeidsduur?

    Op grond van de Wet flexibel werken geldt dat de werknemer een verzoek tot aanpassing ten minste twee maanden voor de ingangsdatum in moet dienen, zie art. 2 lid 3 van deze wet.

    Er geldt geen opzegtermijn, maar wel deze twee maanden uit de wet.

  • Wat staat er in het werkverdelingsplan?

    In het werkverdelingsplan wordt ten minste geregeld:

    • De verdeling van de te geven lessen en groepen over de individuele teamleden;
    • De verhouding tussen lesgevende taken en overige taken;
    • De tijd die leraren nodig hebben voor het voor- en nawerk van de lessen;
    • De tijd die onderwijsondersteunend personeel nodig heeft voor het werk binnen en buiten de klas;
    • Welke taken worden uitgevoerd en de tijd en verdeling daarvan binnen de gestelde kaders;
    • De momenten waarop er op school door werknemers pauze wordt genoten;
    • De besteding van de werkdrukmiddelen;
    • Indien van toepassing de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de kaders voor vervangingsbeleid bij de werkgever.

    Concept-werkverdelingsplan

    Op basis van het teamgesprek maakt de werkgever een schriftelijk concept-werkverdelingsplan waarbij de werkgever rekening houdt met competenties, kwaliteiten, belastbaarheid, wensen en mogelijkheden van individuele werknemers en de noodzakelijke tijd voor professionalisering.

    Dit concept wordt voorgelegd aan het team. De werkgever en PMR stellen vast of er voldoende draagvlak is voor dit concept.

    Vaststellen werkverdelingsplan

    De werkgever legt het concept ter instemming voor aan de PMR.

  • Welke voorbereidingen treft de werkgever voor het werkverdelingsplan?

    Vooraf aan het teamgesprek brengt de werkgever de werkzaamheden voor het volgend schooljaar in kaart, waaronder het aantal groepen, het aantal (zorg)leerlingen, overige werkzaamheden en geplande scholing. De kaders, werkzaamheden en strategische doelen die zijn vastgesteld door het schoolbestuur zijn hierbij leidend. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het meerjarenformatiebeleid en bestuursformatieplan

  • Mag ik een leraar aanstellen vanaf het moment dat de werkzaamheden starten (een week voor aanvang van het schooljaar)?

    Ja, dat mag. Op een school kan al voor het einde van de schoolvakantie worden gewerkt.
    Door het vervallen van art. 6.12 in de cao PO 2014-2015 kunt u een leraar aanstellen vanaf het moment dat zijn werkzaamheden aanvangen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp CAO PO.

  • Wat wordt onder kennelijk tijdelijke aard (artikel 3.1, lid 3 CAO PO) verstaan?

    Onder kennelijk tijdelijk wordt al het tijdelijke werk verstaan, dus niet het werken op formatie.

    Van kennelijk tijdelijk is bijvoorbeeld sprake indien er tijdelijk extra geld beschikbaar is gesteld, als er tijdelijk een project wordt gedraaid, als het tijdelijk bijvoorbeeld druk is op de administratie omdat er wijzigingen in het systeem doorgevoerd moeten worden. Ook is er sprake van tijdelijkheid indien er een werknemer met pensioen gaat, er al een nieuwe kandidaat voor de vaste functie gevonden is, maar deze kandidaat pas met ingang van het komende schooljaar kan komen werken. Als de werknemer nu met pensioen gaat, is er tot begin schooljaar sprake van een tijdelijke vacature.
    Een echte grens is er niet te geven, het begrip is niet uitgewerkt in de cao PO zodat het breed uitgelegd kan worden. Hoofdregel is en blijft dat er bij vast werk een vast contract gegeven moet worden.
     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp CAO PO.

  • Moeten samenwerkingsverbanden ook rekening houden met de uitvoering van de bovenwettelijke regelingen?

    Een samenwerkingsverband kan besluiten om voor haar eigen personeel de cao van het primair onderwijs toe te passen. Het samenwerkingsverband moet dan ook rekening houden met de uitvoering van de bovenwettelijke regelingen die in de cao zijn vastgelegd. Het samenwerkingsverband kan hiervoor een apart contract afsluiten met WWplus.

    De cao van het primair onderwijs is formeel alleen geldig voor de schoolbesturen die zijn aangesloten bij de PO-Raad. Schoolbesturen die geen lid zijn, kunnen ervoor kiezen de cao wel te volgen. Dit is ook mogelijk voor samenwerkingsverbanden. Een samenwerkingsverband kan echter geen lid worden van de PO-Raad en valt niet onder het raamcontract dat de PO-Raad met WWplus heeft afgesloten. 

    Het Participatiefonds heeft aangegeven de uitkeringslasten die WWplus in rekening brengt ook aan samenwerkingsverbanden te vergoeden, als het eindedienstverband door de toets van het fonds komt. Voor de uitvoeringskosten van WWplus is het samenwerkingsverband zelf aanspreekbaar.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

  • Mag een lid van het intern toezicht tegelijkertijd de functie van bestuurder vervullen voor een vo-bestuur in hetzelfde voedingsgebied?

    De Code Goed Bestuur schrijft voor dat een lid van het intern toezichtsorgaan niet tegelijkertijd de functie van bestuurder kan vervullen bij een andere organisatie in dezelfde sector, en ook niet bij een organisatie in een aanpalende onderwijssector in hetzelfde voedingsgebied.

    Onder ‘aanpalend’ moet worden verstaan die schoolbesturen waar leerlingen naartoe doorstromen als ze de scholen van het eigen bestuur verlaten. In de praktijk gaat het wat betreft het PO dan bijna altijd om VO-besturen. Voor deze besturen in hetzelfde voedingsgebied geldt dat de schijn van belangenverstrengeling moeilijk te voorkomen is, zelfs als het reglement van de RvT hierin voorziet en leden een onafhankelijkheidsverklaring tekenen. 

    Overigens geldt voor alle bepalingen van de Code Goed Bestuur het ‘pas toe of leg uit’-principe. Besturen kunnen gemotiveerd afwijken van de Code Goed Bestuur, mits ze dit in het jaarverslag goed motiveren. Op deze manier kunnen schoolbesturen inspelen op specifieke omstandigheden zoals de beperkte beschikbaarheid van goede kandidaten voor de RvT.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Goed Bestuur.

Pagina's