Helpdesk

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden over

  • Moeten alle medewerkers die niet ziek zijn, komen werken?

    Het was noodzakelijk om de eerste dagen mensen op school te hebben om de opvang van kinderen van ouders met een cruciaal beroep te organiseren en het afstandsonderwijs vorm te geven. De scholen hebben nu mensen nodig voor de realisatie van de opvang en voor de kwetsbare kinderen. De medewerkers die daarvoor op school moeten zijn, hebben een cruciaal beroep. Zij kunnen hun kinderen naar school/verblijf brengen voor opvang. Verder is het advies: houd je aan het RIVM advies: thuiswerken als het kan. Medewerkers komen alleen naar school als dat nodig is. Het is aan de teams, schoolleiders en schoolbesturen om daar verstandig mee om te gaan.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Coronavirus (COVID-19) of de onderwerpen Opvang leerlingen en Werkgeverszaken.

  • test

    test

  • Een van onze medewerkers gaat na 2 jaar ziekte uit dienst en ontvangt een transitievergoeding. Mogen wij de kosten die wij uitgeven aan de re-integratiebegeleiding in mindering brengen op deze transitievergoeding?

    In het wetgevingsoverleg in het parlement is aan de orde gekomen dat de kosten van re-integratieverplichtingen en kosten van loondoorbetaling bij ziekte niet op de transitievergoeding in mindering kunnen worden gebracht.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken.

  • Wat wordt verstaan onder het begrip variabele eindejaarsuitkering bij de berekening van de transitievergoeding? Vallen de recente eenmalige uitkeringen hier ook onder?

    De eenmalige uitkeringen uit de cao zijn moeilijk in te passen in de looncomponenten die moeten worden meegenomen in de berekening van de transitievergoeding.

    In het Besluit loonbegrip, vergoeding, aanzegtermijn en transitievergoeding en bijbehorende Regeling looncomponenten en arbeidsduur staan de beloningselementen die moeten worden meegenomen voor de berekening van de transitievergoeding opgesomd.

    In het Besluit loonbegrip staat:
    Het loon, bedoeld in artikel 2, wordt voor de toepassing van artikel 673, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek vermeerderd met:

    • a. de vakantiebijslag en de vaste eindejaarsuitkering waar de werknemer binnen twaalf maanden aanspraak op zou hebben bij voortzetting van de arbeidsovereenkomst, gedeeld door twaalf;
    • b. de overeengekomen vaste looncomponenten verschuldigd in de twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, gedeeld door twaalf;
    • c. de overeengekomen variabele looncomponenten verschuldigd in de drie kalenderjaren voorafgaande aan het jaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt, gedeeld door zesendertig.

    In de Regeling is nader vastgelegd dat onder vaste looncomponenten wordt verstaan: Overwerkvergoedingen en ploegentoeslagen. Onder variabele looncomponenten wordt – conform de Regeling -  verstaan: bonussen, winstuitkeringen en (niet vaste) eindejaarsuitkeringen. Wat dit laatste betreft geldt dat deze componenten afhankelijk moeten zijn van het functioneren van de werknemer of de resultaten van de onderneming.

    De eenmalige uitkeringen zijn daardoor moeilijk in te passen in de wet- en regelgeving over de looncomponenten, die moeten worden meegenomen bij de berekening van de transitievergoeding. Daarmee zou je formeel kunnen stellen dat deze eenmalige uitkeringen niet hoeven te worden meegenomen in de berekening. Dat strookt echter niet met de achterliggende gedachte: het zijn namelijk wel degelijk uitkeringen die verband houden met het loon. Daarom is het advies van de PO-Raad deze uitkeringen (voor 1/12e deel) mee te nemen bij de berekening van de transitievergoeding.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • In de Arbocatalogus PO is opgenomen dat de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) eenmaal per vier jaar moet worden gemaakt. Is dat een wettelijke verplichting of een eigen invulling van de regelgeving door werkgevers en werknemers?

    Er is inderdaad geen wettelijke verplichting om iedere 4 jaar een nieuwe RI&E op te stellen. Wel moet een RI&E altijd volledig en actueel zijn volgens de Arbowet. Sociale partners vinden het echter wenselijk dat scholen regelmatig kijken naar hun RI&E. Ook om te voorkomen dat er jarenlang niet naar wordt gekeken en er vervolgens iets gebeurt. Om die reden staat er een termijn van vier jaar in de Arbocatalogus PO genoemd.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of de onderwerpen Cao primair onderwijs en HRM.

  • Wat wordt nu precies verplicht in het wetsvoorstel?

    Scholen houden ruimte om zelf inhoud en vorm te geven aan burgerschapsonderwijs. Dit is in lijn met de vrijheid van onderwijs. Met het wetsvoorstel wordt er wel een gemeenschappelijke verbindende kern verplicht gesteld voor alle scholen waarop het onderwijs zich in ieder geval herkenbaar dient te richten:

    • Kennis van de democratie en rechtstaat zelf, alsmede de grondrechten.
      Het gaat voor het primair onderwijs over kerndoel 36, 37, 38 en 39. Zie ook de domeinbeschrijving.
       
    • Kennis van, inzicht in de werking van en respect voor de achterliggende abstracte basiswaarden, ook in hun onderling verband.
      Deze waarden vormen de basis van en de verbindende factor binnen onze diverse samenleving en zorgen ervoor dat mensen met uiteenlopende waarden en normen vreedzaam met elkaar samen kunnen leven. Uit het overkoepelend uitgangspunt van menselijke waardigheid volgen drie algemeen aanvaarde en twee onlosmakelijk verbonden waarden:
      • Vrijheid: alle mensen in Nederland zijn vrij om te denken en te doen wat ze willen, zolang ze daarbij de vrijheid en gelijkwaardigheid van anderen respecteren.
      • Gelijkwaardigheid: iedereen in Nederland is gelijkwaardig aan elkaar en is gelijk voor de wet.
      • Solidariteit: gemeenschappelijke waarden die betrekking hebben op de omgang tussen mensen, zoals respect, verdraagzaamheid, integriteit en verantwoordelijkheidszin.
      • Tolerantie.
      • Verantwoordelijkheid.
         
    • Het ontwikkelen van sociale en maatschappelijke competenties.
      Leren functioneren vereist niet alleen theoretische kennis, maar ook competenties. Democratie gaat ook om sociale omgang tussen mensen. Leerlingen leren op school samen te werken en te leven, om te gaan met maatschappelijke speregels, hun eigen identiteit te ontwikkelen, hun mening te vormen en die van anderen te respecteren. Op jonge leeftijd spitst de ontwikkeling van competenties zich toe op de begeleiding bij de sociale en emotionele ontwikkeling, en naarmate leerlingen ouder worden komen daar complexere maatschappelijke vraagstukken bij.
       
    • Een respectvolle oefenplaats bieden waarin actief geoefend kan worden met de basiswaarden en burgerschapsvaardigheden geïnternaliseerd worden.
      Immers geef je burgerschap niet alleen vorm in het formele curriculum, maar breng je het ook in de praktijk. De school heeft grote vrijheid hier zelf kleur aan te geven vanuit de eigen identiteit. Er zijn enkele centrale spelregels die gehanteerd en voorgeleefd dienen te worden, waarop ook de Inspectie zal toetsen: vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid en het afwijzen van discriminatie, verdraagzaamheid en het afwijzen van onverdraagzaamheid (ook wel tolerantie genoemd), onderling begrip en respect, en autonomie van leerlingen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Onderwijsinhoud of het onderwerp Burgerschap.

  • Hoe verhoudt het wetsvoorstel zich tot de vrijheid van onderwijs?

    Burgerschap is een ingewikkeld begrip. Welke invulling eraan wordt gegeven en welke aspecten benadrukt worden, kan ook verbonden zijn met specifieke waarden en normen die voortkomen uit godsdienstige, levensbeschouwelijke of pedagogische grondslag. Bovendien kunnen scholen en hun omgeving sterk verschillen. Scholen houden in de lijn met de vrijheid van onderwijs daarom veel ruimte om zelf inhoud en vorm te geven aan burgerschapsonderwijs.

    Er zijn hierin grenzen. Scholen moeten hun onderwijs binnen de grenzen van democratische rechtstaat vormgeven. De basiswaarden van de democratische rechtstaat, en de daarbij passende competenties zijn belangrijke gedeelde uitgangspunten en vormen de kern op iedere school. Onderwijs dat de basiswaarden ondermijnt, of leerlingen oproept zich daartegen af te zetten, is strijdig met de wet. Scholen kunnen in het onderwijs eigen opvattingen hebben, maar de burgerschapsopdracht brengt met zich mee dat daarover dialoog plaatsvindt binnen de school. Hierbij zijn tolerantie, positieve verdraagzaamheid en kennis van en respect voor de basiswaarden van de democratische en pluriforme samenleving cruciaal.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Onderwijsinhoud of het onderwerp Burgerschap.

  • Wat moet er over burgerschap staan in het schoolplan en in de schoolgids?

    In het schoolplan zijn de volgende zaken opgenomen:

    • Een uitwerking van de burgerschapsopdracht in de beschrijving van het onderwijskundig beleid. Met daarin ook hoe de school zorgt voor een cultuur en oefenplaats waarin de basiswaarden centraal staan. Dit beleid is doelgericht en samenhangend.
    • Het is duidelijk hoe dit gemonitord wordt.
    • Er is vastgelegd hoe leraren ondersteund en gefaciliteerd worden.
    • In schoolgids worden bij de doelen van het onderwijs de doelen op het terrein van burgerschapsvorming meegenomen en de resultaten die worden nagestreefd. Ook hier worden uitkomsten uit de monitoring, en de genomen maatregelen daarop, vermeld.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Onderwijsinhoud of het onderwerp Burgerschap.

  • Waar zal het toezicht vanuit de Inspectie zich op focussen?

    Bij de invulling van burgerschapsvorming ligt het eigenaarschap bij de scholen. Dat geeft ruimte voor de eigen identiteit van de school. De Inspectie zal terughoudend toetsen. Wel geldt de gemeenschappelijk kern als verplicht uitgangspunt voor alle scholen.

    Die kern omvat de principes en uitgangspunten van de democratische rechtstaat. Om deze kern goed over te dragen is een doelgericht en samenhangend onderwijsprogramma vereist. Het onderwijsprogramma moet tenminste bestaan uit een kennis- en respectcomponent, bijbehorende competenties en een schoolcultuur waarin deze democratische spelregels worden voorgeleefd en waarmee wordt geoefend.

    De Inspectie zal daarnaast toezien op naleving van het volgende:

    • Draagt het bevoegd gezag zorg voor een schoolcultuur waarin alle bij het aanbieden van onderwijs betrokken personen, vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid en het afwijzen van discriminatie, verdraagzaamheid en het afwijzen van onverdraagzaamheid, onderling begrip en autonomie van leerlingen als centrale spelregels hanteren en voorleven.
    • En creëert het daarmee een omgeving waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Onderwijsinhoud of het onderwerp Burgerschap.

  • Wat betekent doelgericht en samenhangend werken voor mijn school?

    De wet introduceert de begrippen ‘doelgericht’, ‘samenhangend’ en ‘herkenbaar’. Dit doet een direct beroep op de kwaliteitszorg van scholen.

    Scholen moeten:

    • een heldere visie op burgerschap ontwikkelen en inzichtelijk maken hoe deze samenhangt met het schoolbeleid;
    • heldere burgerschapsdoelen formuleren;
    • een leerplan opstellen met concreet uitgewerkte leerdoelen waarin kennis, houding en vaardigheden worden uitgedrukt. Hierin wordt duidelijk wanneer ze de leerling op welke momenten in hun schoolperiode deze competenties willen bijbrengen. Op basis hiervan wordt het onderwijsaanbod vormgegeven;
    • opbrengsten van burgerschapsonderwijs volgen en leerresultaten in kaart brengen en waar nodig de aanpak aanpassen;
    • hierover verantwoording afleggen in het schoolplan en in de schoolgids.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Onderwijsinhoud of het onderwerp Burgerschap.

Pagina's