Helpdesk

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden over

  • Op welke wijze dien ik verzelfstandiging van dislocaties aan te vragen? Per wanneer gaat deze regeling in en aan welke voorwaarden moet worden voldaan?

    Voor het verzelfstandigen van een dislocatie hoeft niet de gemeentelijke scholenplanprocedure te worden doorlopen. Het verzoek aan de minister om een dislocatie te verzelfstandigen dient aan een aantal vereisten te voldoen (artikel 75, eerste lid WPO):

    • Een prognose van het te verwachten aantal leerlingen op de te verzelfstandigen dislocatie (de nieuwe school);
    • De beschrijving van het voedingsgebied;
    • De aanduiding van de plaats in de gemeente waar het onderwijs gegeven moet worden en
    • De voorgesteld datum van ingang van de bekostiging.

    Om na te gaan of de overblijvende school zal voldoen aan de opheffingsnorm zal daarnaast een prognose van het te verwachten aantal leerlingen op de overblijvende school onderdeel moeten uitmaken van het verzoek. In het nieuwe artikel 84a WPO is een bepaling opgenomen dat op basis van prognose aannemelijk moet worden gemaakt dat de overblijvende school gedurende een termijn van 15 jaar na ingang van de bekostiging van de nieuwe school, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente geldende opheffingsnorm. Het verzelfstandigen van de dislocatie of nevenvestiging mag de overblijvende school niet zakken onder de opheffingsnorm.

    Artikel 84a WPO luidt als volgt:

    Artikel 84a. Verzelfstandiging van een vestiging

    Onze minister kan onder door hem te stellen voorwaarden een nevenvestiging, of een deel van een school of nevenvestiging dat zich op een andere locatie bevindt dan de plaats van vestiging van die school of nevenvestiging, als school voor bekostiging in aanmerking brengen. Een verzoek om een besluit als bedoeld in het eerste lid is met redenen omkleed en gaat vergezeld van:

    1. voor zover het betreft de nieuwe school, de gegevens, bedoeld in artikel 75, eerste lid, juncto artikel 75, derde lid, of de gegevens, bedoeld in artikel 76, tweede lid,
    2. een prognose van het te verwachten aantal leerlingen op het overblijvende deel van de school met uitzondering van nevenvestigingen, of, indien van toepassing, op het overblijvende deel van de nevenvestiging, en
    3. een opgave van het aantal leerlingen dat op de teldatum voorafgaand aan het verzoek daadwerkelijk onderwijs volgde op het deel van de school waarop het verzoek betrekking heeft.

    Bij de berekening van het aantal leerlingen dat de nieuwe school zal bezoeken, wordt artikel 78 niet toegepast, voor zover het plaatsruimte betreft op de nieuwe school.

    Onze minister willigt het verzoek slechts in, indien:

    1. aannemelijk is dat de nieuwe school gedurende 15 jaar na aanvang van de bekostiging zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de stichtingsnorm, bedoeld in artikel 77, tweede lid, en
    2. aannemelijk is dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school, met inachtneming van de artikelen 154 tot en met 156, gedurende ten minste 15 achtereenvolgende jaren kan worden voortgezet, of
    3. indien van toepassing aannemelijk is dat de bekostiging van het overblijvende deel van de nevenvestiging, met inachtneming van artikel 158, gedurende ten minste 15 achtereenvolgende jaren kan worden voortgezet.

    Bij ministeriële regeling kunnen modellen worden vastgesteld voor het verstrekken van de prognose, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze de prognose wordt ingediend

    In het Koninklijk Besluit is bepaald dat deze wetswijziging ingaat per datum van de publicatie in het Staatsblad. Daarmee wordt het mogelijk voor scholen om zo snel mogelijk een aanvraag in te dienen om al per 1 augustus 2012 te kunnen verzelfstandigen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Zijn er standaardtarieven voor medegebruik van huisvesting?

    Er zijn geen uniforme tarieven medegebruik te geven. Bij medegebruik wordt geen huurvergoeding in rekening gebracht, maar uitsluitend een gebruiksvergoeding (= vergoeding in de exploitatiekosten). Uitgangspunt is dat de hoofd- en medegebruiker onderling overeenstemming bereiken over het tarief dat in rekening wordt gebracht. In principe moet het medegebruik plaatsvinden tegen een kostendekkend tarief. Als over de hoogte van de gebruiksvergoeding geen overeenstemming wordt bereikt, bepaalt artikel 33 van de modelverordening huisvesting dat de vergoeding medegebruik dan wordt gebaseerd op de door het Rijk vastgestelde vergoeding materiële instandhouding die is opgenomen in het ‘Bekostigingsstelsel basisonderwijs’ (Programma’s van eisen).

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Moeten schoolgebouwen verplicht een inbraakalarm hebben?

    Een inbraakalarm is niet wettelijk verplicht. Schoolbesturen ontvangen hiervoor dan ook geen geld van de rijksoverheid. Toch worden schoolbesturen en gemeenten in de praktijk wel geacht afspraken te maken over de beveiliging van een school. Gemeenten zijn namelijk financieel verantwoordelijk voor het herstel van schade aan een schoolgebouw die ontstaat door bijvoorbeeld een inbraak. Vrijwel alle gemeenten verzekeren zich hiertegen en daarbij eisen verzekeringsmaatschappijen dat scholen worden beveiligd.

    De kosten van het inbraakalarm zelf zijn voor rekening van de gemeente. Gemeenten en schoolbesturen bepalen in overleg wie betaalt voor onder meer een onderhoudscontract en een abonnement op de meldkamer van een beveiligingsbedrijf. Afhankelijk van die afspraken kunnen scholen dus verantwoordelijk zijn voor het afsluiten, verlengen en uitvoeren van dergelijke abonnementen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Wie is er verantwoordelijk voor de luchtkwaliteit op basisscholen?

    Uiteindelijk is het schoolbestuur verantwoordelijk voor de luchtkwaliteit op zijn basisscholen. Dat betekent niet dat het bestuur te allen tijde moet opdraaien voor de kosten die ermee zijn gemoeid. In het geval van nieuwbouw, gaan we er vanuit dat hiermee rekening is gehouden in het bouwbudget. Is er sprake van renovatie, dan zullen de gemeente en het schoolbestuur samen moeten afspreken wie wat betaalt.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Per 1 januari 2015 is het buitenonderhoud van schoolgebouwen overgeheveld van gemeenten naar schoolbesturen. Geldt dat ook voor renovatie?

    Renovatie is een onderwerp dat formeel niet bestaat in de regelgeving. De gemeente noch het schoolbestuur ontvangt hiervoor financiële middelen. Dat zal dus ook na de overheveling niet veranderen. Hoewel er vele definities voor renovatie bestaan, hebben we het onder andere over de verlenging van de levensduur van het gebouw en het verbeteren van de functionaliteit, energieverbruik en duurzaamheid van het pand. Bij de overheveling van het onderhoud gaat het feitelijk alleen om middelen om het gebouw in stand te houden en aan te passen aan nieuwe wet- en regelgeving.

    Bij renovatie is er vaak sprake van zowel een gemeentelijk belang (levensduur verlengend) als een schoolbestuurlijk belang (bijvoorbeeld betere energiehuishouding). Formeel kan een gemeente een verzoek om renovatie afwijzen. Doordat er echter sprake is van een gezamenlijk belang is het wenselijk lokaal afspraken te maken die recht doen aan zowel de gemeentelijke als de schoolbestuurlijke belangen. Ruimte-OK publiceert eind 2014 een brochure met voorbeelden van dit soort afspraken en hoe men de belangen in die situatie heeft afgewogen.(zie ook de vraag over het investeringsverbod.) 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Wat is de procedure voor het aanvragen van een voorziening in de huisvesting bij de gemeente?

    Regelmatig worden er vragen gesteld over de aanvraagprocedure die moet worden gevolgd wanneer schoolbesturen bij de gemeente in aanmerking willen komen voor een voorziening in de huisvesting. Zoals wellicht bekend bestaat de model-huisvestingsverordening uit de verordening zelf en 5 bijlagen. Het is dus voor een schoolbestuur niet altijd eenvoudig om daarbinnen de weg te vinden.

    Daarom hebben we voor u de procedure inzichtelijk gemaakt in een helder en eenvoudig overzicht, waarin niet alleen de belangrijke data worden genoemd, maar ook wordt verwezen naar het artikel in de verordening waar de bepaling is opgenomen. Dit overzicht is afgeleid van de model-huisvestingsverordening van de VNG. In de meeste gemeenten wordt dit model ook daadwerkelijk gehanteerd. Er zijn echter ook gemeenten die een andere procedure hanteren en deze in de eigen verordening hebben opgenomen. In dat geval gaat u dan uit van de bepalingen uit de eigen verordening.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

Pagina's