Helpdesk

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden over

  • Aan welke bekwaamheidseisen moet het directielid voldoen?

    De bekwaamheidseisen zijn hier te vinden.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Opleiden, ontwikkelen en onderzoeken of de onderwerpen Onderhoud vakbekwaamheid en Opleiden en ontwikkelen leraren .

  • Als schoolbestuur hebben wij een heel opleidingsprogramma voor schoolleiders, hoe verhoudt dit zich tot deze nieuwe afspraak?

    Voor dit professionaliseringsbudget stelt het ministerie van OCW extra middelen beschikbaar. In overleg kan vastgesteld worden hoe nieuwe en bestaande professionaliseringsactiviteiten zich tot elkaar verhouden in tijd en kosten en vereiste inspanning van het directielid.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Opleiden, ontwikkelen en onderzoeken of de onderwerpen Onderhoud vakbekwaamheid en Opleiden en ontwikkelen leraren .

  • Kan een schoolleider zelf beslissen over de besteding van zijn/haar professionaliseringsbudget?

    Het directielid maakt met zijn werkgever in het kader van de gesprekkencyclus afspraken over zijn professionele ontwikkeling plus de besteding van het professionaliseringsbudget.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Opleiden, ontwikkelen en onderzoeken of de onderwerpen Onderhoud vakbekwaamheid en Opleiden en ontwikkelen leraren .

  • Wanneer kan een schoolleider zich registeren?

    Dat kan sinds begin 2014. Op 1 januari 2013 is hiertoe de stichting Schoolleidersregister PO opgericht. Voor meer informatie over registratie, kunt u terecht op de website van het Schoolleidersregister PO.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Opleiden, ontwikkelen en onderzoeken of de onderwerpen Onderhoud vakbekwaamheid en Opleiden en ontwikkelen leraren .

  • Wie komen er in aanmerking voor het persoonlijk budget?

    De directieleden benoemd in schaal AB tot en met AE en DA tot en met DC+: dit zijn directeuren en adjunct-directeuren gekoppeld aan deze salarisschalen, niet zijnde statutair bestuurders. 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Opleiden, ontwikkelen en onderzoeken of de onderwerpen Onderhoud vakbekwaamheid en Opleiden en ontwikkelen leraren .

  • Het reglement voor de medezeggenschapsraden van onze scholen laten we vaststellen door de GMR zodat we een uniform MR-reglement hebben voor al die scholen. Is dit de juiste manier om dat te regelen?

    Het vaststellen van het reglement van de Medezeggenschapsraad (MR) is omschreven in artikel 23 van de WMS. Dit artikel gaat ervan uit dat voor iedere school afzonderlijk een reglement wordt vastgesteld en dat iedere MR van een school over zijn eigen medezeggenschapsreglement moet kunnen oordelen.

    Een en ander laat onverlet dat het bevoegd gezag de vrijheid heeft om voor iedere school een zelfde medezeggenschapsreglement vast te stellen. Het streven naar uniformiteit is legitiem en ook in beginsel redelijk.

    Stel een MR wil van het voorgestelde reglement afwijken. Het bevoegd gezag weigert dat met een beroep op de gewenste uniformiteit (ik wil als bevoegd gezag iedere MR gelijk behandelen, gelijke rechten en plichten geven etc.). Dat kan dan tot een reglementsgeschil leiden. De Landelijke Commissie Geschillen (LGC) zal dan moeten afwegen of met betrekking tot het gewraakte punt het streven van het bevoegd gezag naar uniformiteit al dan niet onredelijk is.

    Wanneer de GMR het reglement van de scholen vaststelt, is de gedachte kennelijk dat de vaststelling van een (uniform) medezeggenschapsreglement een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang is, waardoor de GMR in de bevoegdheid treedt van de afzonderlijke MR’en (artikel 16, eerste lid WMS).

    Deze redenering gaat niet op, omdat:

    • De bevoegdheid van een MR om over zijn eigen medezeggenschapsreglement een oordeel te geven expliciet in artikel 23, lid 2 WMS is geformuleerd en in het eerste lid van dat artikel is bepaald dat het bevoegd gezag voor iedere MR een reglement vaststelt.
    • Er elders in de WMS geen bepaling is, die stelt dat artikel 23 buiten toepassing blijft in het geval er een GMR is.

    Het is dus niet de bedoeling dat de GMR het reglement voor de afzonderlijke MR’en vaststelt.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Medezeggenschap of de onderwerpen Geschillen en Medezeggenschap organiseren.

  • Wat is de definitie van 'alle betrokken gemeenten' met betrekking tot de fusie-effectrapportage?

    In de WPO is opgenomen dat er bij een institutionele fusie een fusie-effectrapportage moet plaatsvinden (FER). Op basis van de FER moet advies aan alle betrokken gemeenten worden gevraagd. De vraag is wat de definitie is van 'alle betrokken gemeenten', bijvoorbeeld in het geval dat een bestuur meerdere sbo-scholen in meerdere gemeenten heeft, waarbij er twee mogelijk gaan fuseren. Zijn de betrokken gemeenten dan de gemeenten waarin de 2 fuserende scholen zijn gevestigd, alle gemeenten waarin het bevoegd gezag scholen heeft, of ook de gemeenten van het samenwerkingsverband waarin de sbo-scholen participeren?

    Het gaat in dit geval om de gemeenten waar de fusiescholen zijn gevestigd. Dit blijkt uit de Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel en het destijds ingediende amendement. Het gaat immers om huisvestingsvraagstukken en daar moeten gemeenten van op de hoogte zijn.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Krimp.

  • Is een fusie-effectrapportage vereist bij minder dan 500 leerlingen?

    De motieven om toch een FER te verlangen bij een fusie tussen scholen of besturen zijn uitgebreid beschreven in de Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel.  

    In lijn met het advies van de Onderwijsraad is de fusie-effectrapportage primair een instrument voor de belanghebbenden om inzicht te krijgen in motieven, doelen en effecten, en om daarop invloed te kunnen uitoefenen. Voor het bestuur dient de fusie-effectrapportage om draagvlak onder de belanghebbenden te verwerven. Het is een vorm van transparantie waarmee het bestuur (van zowel rechtspersonen als onderwijsinstellingen) zich verantwoordt over fusievoornemens.

    De volgende elementen dienen in een fusie-effectrapportage aan de orde te komen: 

    • De motieven voor de fusie:

    - wat zijn de beweegredenen, is er bijvoorbeeld een noodzaak om te fuseren?
    - heeft het bestuur alternatieven voor een fusie onderzocht, heeft het andere rechtsvormen overwogen?
    - wanneer vindt het fusieproces plaats en over welke periode strekt de fusie zich uit?

    • Doelen en effecten:

    - wat wil het bestuur bereiken, bijvoorbeeld een hogere kwaliteit of meer keuzemogelijkheden voor leerlingen of studenten?
    - zijn er gekwantificeerde doelen?
    - welke effecten verwacht het bestuur dat zullen optreden?
    - welke onbedoelde neveneffecten kunnen optreden, bijvoorbeeld op het schoolklimaat en de betrokkenheid van leerlingen, ouders, studenten en personeel?
    Effecten van de fusie op spreiding en omvang van onderwijsvoorzieningen in de regio:
    - bij dit punt geeft het bestuur aan wat de gevolgen zijn voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen en voor de overzichtelijkheid van die voorzieningen.
    - voor de bve-sector en het hoger onderwijs geeft het bestuur eveneens aan wat de gevolgen zijn voor het afnemend veld en het regionaal bedrijfsleven.

    • Effecten van de fusie op diversiteit:

    -bij dit punt geeft het bestuur aan hoe hij waarborgt dat in een bepaalde regio variëteit van het onderwijsaanbod blijft bestaan of zelfs groter wordt door de fusie. Daarbij gaat het zowel om diversiteit op het niveau van onderwijsinstellingen als om het niveau van opleidingen of vestigingen. Bij dat laatste gaat het om wat men zou kunnen noemen «interne keuzevrijheid»: de mogelijkheid om te kiezen uit een gevarieerd onderwijsaanbod binnen een bestuurlijke eenheid.

    • Effect op keuzevrijheid:

    - hebben leerlingen, hun ouders en studenten een reële keuze uit onderwijsinstellingen van een bepaalde richting?

    • De kosten en baten van de fusie:

    - welke financiële kosten en baten treden op, is de continuïteit voldoende gewaarborgd, wat zijn de risico’s?
    - welke niet-financiële kosten en baten treden op?

    • Effecten op het personeel, de leerlingen/studenten en de ouders:

    - gevolgen voor voorzieningen;
    - wat betekent de fusie voor arbeidsvoorwaarden, personeelsbeleid en medezeggenschap?
    - wat zijn de gevolgen voor betrokkenheid van leerlingen, voor hun motivatie en mogelijkheden voor medezeggenschap?
    - wat zijn de gevolgen voor de betrokkenheid van ouders (in ieder geval in het funderend onderwijs)?

    • Op welke manier de fusie wordt gecommuniceerd en geëvalueerd:

    - op welke manieren en via welke kanalen worden de belanghebbenden betrokken bij het fusieproces? De betrokkenheid en instemming van de medezeggenschapsorganen volstaat niet altijd. Het kan nodig zijn om naast medezeggenschap de belanghebbenden op andere manieren te betrekken bij het fusieproces.
    - wanneer en hoe vindt een evaluatie plaats of de doelen zijn bereikt en welke effecten zijn opgetreden, vooral op de punten van spreiding, omvang, variëteit, keuzevrijheid?

    Als de fusie effectrapportage deze elementen bevat, kunnen de belanghebbenden zich een goed oordeel vormen over de noodzaak of wenselijkheid van een fusie en zijn ze optimaal betrokken. Dat is het belangrijkste doel van de fusie effectrapportage. Daarmee geven we ruimte aan de autonomie van instellingen en het zelfregulerend vermogen van de sector. De rapportage is een instrument dat de «checks & balances» rond een instelling versterkt.

    Het bestuur kan de opsomming van noodzakelijke onderdelen van de fusie effectrapportage naar eigen inzicht uitbreiden. De medezeggenschap kan ook om aanvullingen vragen.

    Daarnaast is de fusie effectrapportage een middel voor de minister om te toetsen of instellingen een zorgvuldig proces hebben doorlopen. Het gaat om de vraag of het voornemen om te fuseren voldoende is gelegitimeerd onder de belanghebbenden. De minister toetst daartoe of de fusie effectrapportage voldoet aan de formele eisen die hij daaraan stelt. Op een aspect zal de minister echter ook materieel toetsen, namelijk of keuzevrijheid voldoende is gewaarborgd.

    De fusie effectrapportage wordt voorgeschreven bij ieder voornemen van fusie van besturen of instellingen. Ook voor de fusies in het basisonderwijs die zich voltrekken onder de ingestelde toetsdrempel, wordt de rapportage verplicht. Hierdoor wordt in alle gevallen gewaarborgd dat fusiebeslissingen in nauw overleg met alle belanghebbenden tot stand komen. Voor de fusie effectrapportage wordt een aanvraagformulier met toelichting ontwikkeld. Zo ligt de vorm vast. Een vast format versnelt de procedure en vergemakkelijkt het opstellen van een dergelijke rapportage. Dat vermindert dus de bureaucratische lasten voor zowel de onderwijsinstellingen als de toetsende instantie.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Krimp.

  • Waar kan ik informatie vinden over asbest?

    Informatie over de gemeentelijke taken op het gebied van asbest: Zie de website van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). 

    Informatie voor schoolbesturen: Zie de website van de PO-Raad.

    Publieksinformatie over asbest: Zie de website van Mileu Centraal.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Waarom is communicatie over asbest belangrijk?

    Asbest is een gevoelig onderwerp voor ouders en docenten. Het gaat om gezondheid van kinderen en personeel. Het is dan ook goed om – zeker wanneer asbest is geconstateerd – een goed communicatietraject op te zetten. Openheid is belangrijk.

    Betrokkenen moeten op de kortst mogelijke termijn worden geïnformeerd. De praktijk wijst uit dat wantrouwen en geruchten ontstaan als informatie uitblijft, of als de informatie onvolledig of ontwijkend is. Dit wantrouwen is later moeilijk te herstellen.  

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

Pagina's