Helpdesk

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden over

  • Is de gemeente verantwoordelijk voor een constructiefout in het schoolgebouw ook al is het schoolbestuur bouwheer?

    Bij een van onze scholen is een constructiefout vastgesteld in het dak van het gebouw. Bij de totstandkoming van het gebouw was ons schoolbestuur bouwheer. De gemeente is van mening dat zij nog niet formeel kunnen beslissen over onze aanvraag in de kostenbestrijding. De gemeente is toch verantwoordelijk ondanks ons bouwheerschap? Complicerende factor is dat de aannemer die destijds betrokken was bij de bouw failliet is.

    Volgens de wet dient de gemeente de kosten van een constructiefout te vergoeden. Uiteraard moet er eerst worden vastgesteld óf er sprake is van een constructiefout.

    Het feit dat het schoolbestuur bouwheer is geweest, is niet relevant. Ook wanneer het schoolbestuur bouwheer was, blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente voor een vergoeding van een constructiefout leidend. Het enige wat roet in het eten kan gooien is wanneer de fout is ontstaan als gevolg van nalatigheid door het bestuur. Het feit dat de aannemer failliet is staat er los van. Dat betekent alleen dat de aannemer, als de constructiefout aan zijn handelen te wijten is, er niet meer op aangesproken kan worden door de gemeente. De gemeente zou anders de schade eventueel op hem kunnen verhalen.

    Als het gaat om de procedure, geldt voor de gemeente dat zij zich moeten houden aan de eigen verordening. Dus nu het als een constructiefout is erkend, en de toegezegde middelen ontoereikend zijn, zal de gemeente toch linksom of rechtsom het geheel moeten vergoeden. Artikel 30 van de Verordening onderwijshuisvesting biedt de gemeente voldoende mogelijkheden om het probleem op te lossen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen of het onderwerp Bekostiging en huisvesting.

  • Mag een zij-instromer het opleidingstraject in het praktijkonderwijs volgen?

    Het levert geen probleem op als een zij-instromer het opleidingstraject in het praktijkonderwijs volgt en niet in het basisonderwijs of speciaal (basis)onderwijs. Een leraar met een Pabogetuigschrift is bevoegd om les te geven in het praktijkonderwijs. De stage kan dus prima binnen het praktijkonderwijs gevolgd worden, later is het mogelijk om evt. ook in het (speciaal) basisonderwijs te werken.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Opleiden, ontwikkelen en onderzoeken of het onderwerp Opleiden en ontwikkelen leraren .

  • Samenwerkingsverbanden hanteren uiteenlopende afspraken rond het thema geld volgt leerling bij verhuizingen en doorplaatsingen van leerlingen naar het (VS)O met instroom van buiten het eigen SWV. Wat is de algemeen geldende regelgeving op dit punt?

    Het (V)SO heeft geen grensverkeerregeling zoals in het speciaal basisonderwijs (SBO). Omdat de leerling in principe een toelatingsverklaring (TLV) heeft moet het SWV betalen dat deze TLV heeft afgegeven. Een leerling uit (V)SO die van SWV A naar SWV B gaat wordt nog steeds betaald door het SWV dat de TLV heeft afgegeven.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Clusters speciaal onderwijs.

  • Een leerkracht L10 wordt in december 2018 beoordeeld en zal dan basisbekwaam worden bevonden door haar directeur. Per wanneer vindt dan inschaling in L10 in trede 4 plaats, met ingang van 1 januari 2019 of per 1 augustus 2019?

    Wanneer tijdens het beoordelingsgesprek wordt vastgesteld dat betrokkene de basisbekwaamheid heeft bereikt, wordt de werknemer in de vierde trede van zijn salarisschaal ingeschaald. Dit geldt ook voor het eerder bereiken van de vakbekwaamheid. Betrokkene wordt dan eerder in trede 8 ingeschaald. Zie artikel 6.1, leden 3 en 4, artikel 9.9, lid 9 en artikel 9.10, lid 4 cao PO.

    Als de school een beoordelingscyclus volgt waarbij in december een beoordelingsgesprek plaatsvindt (en er volgt een positieve beoordeling), dan wordt een leraar op dat moment ingeschaald in de bijbehorende salaristrede. Als de beoordelingsgesprekken pas plaatsvinden aan het einde van het schooljaar, dan vindt salarisinpassing plaats vanaf augustus.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Onze school wil een ZZP-er inzetten als vervanger voor een zieke leraar. Wordt dit vergoed door het Vervangingsfonds?

    Nee, het Vervangingsfonds vergoedt vervanging van een zieke leraar door een ZZP'er niet.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken.

  • Heeft een werknemer die eerder uit dienst gaat ook recht op eenmalige uitkeringen?

    In artikel 6.14d CAO PO is geregeld dat een werknemer recht heeft op een eenmalige uitkering van € 750. Daarnaast heeft een leraar recht op een eenmalige uitkering ter hoogte van 42% van het voltijdssalaris in september.

    Ook een werknemer die eerder uit dienst gaat heeft recht op deze eenmalige uitkeringen die in oktober worden uitbetaald: de eenmalige uitkering van €750 en de eenmalige uitkering van 42% (naar rato van de aanstelling en aanstellingsduur, van het maandsalaris van september).

    Beide uitkeringen worden namelijk opgebouwd in de periode van januari t/m augustus, net als de uitkering op de Dag van de Leraar. Voor leraren die op 1 september niet meer in dienst zijn, wordt de eenmalige uitkering van 42% berekend op basis van het laatstverdiende salarisbedrag.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Het werkverdelingsbeleid gaat uit van gesprekken op bestuursniveau, schoolniveau en werknemersniveau. Moet deze volgorde in de praktijk ook worden aangehouden?

    Juridisch gezien wel. De PGMR moet instemmen met het bestuursformatieplan en de meerjarenbegroting. Daarna pas kan de PMR instemmen met het werkverdelingsplan op schoolniveau en wordt met elke werknemer afspraken gemaakt over de inzet in het volgende schooljaar. Verder kan het proces zo worden ingericht zoals het op het eigen bestuur of op de eigen school handig is. Gesprekken over de werkverdeling kunnen in het team worden gestart voor het bestuursformatieplan definitief is. Gesprekken met individuele medewerkers kunnen al worden gevoerd voordat het teamgesprek wordt gevoerd. Hierin mag elk bestuur en elke school een eigen weg vinden en kan een natuurlijk proces worden gevolgd.

    PO-Raad en vakbonden hebben een infographic laten maken over het voeren van de gesprekken over de werkverdeling in de school. Schoolbesturen en scholen kunnen het schematische overzicht gebruiken bij de invulling van de afspraken uit de cao.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • In de vorige cao gold voor een leraar in het SO automatisch salarisschaal LB. Hoe zit dit in de CAO PO 2018-2019?

    Klopt het dat een medewerker die op een school in het speciaal onderwijs werkt niet meer automatisch in schaal L11 terecht komt. Is schaal L10 ook een optie?

    Voor alle leraren geldt dat per 1 september 2018 de nieuwe functiebeschrijvingen worden vastgesteld en dat op grond van artikel 5.1, lid 4 CAO PO leraren LA in L10, leraren LB in L11 en leraren LC in L12 worden ingeschaald. Deze overschaling vindt automatisch plaats. Er is geen verschil meer tussen leraren in het reguliere basisonderwijs en die in het SBO/SO. Alle leraren moeten minimaal in schaal L10 worden ingeschaald.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Kunnen scholen bij een tekort aan leraren overstappen van een vijfdaagse schoolweek naar vier dagen onderwijstijd?

    De wet verbiedt een vierdaagse schoolweek, met uitzondering van zeven weken. In artikel 8 van de Wet primair onderwijs staat namelijk dat een schoolweek in beginsel vijf dagen per week duurt en vanaf groep drie maximaal zeven weken van vier dagen hebben. Scholen kunnen hierdoor wel in de knel komen met het behalen van onderwijstijd door leerlingen. Desondanks begrijpt de PO-Raad dat scholen zich door het nijpende lerarentekort gedwongen voelen een dergelijke keuze te maken.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Aanpak lerarentekort.

  • Moet een (G)MR-lid een ouder dan wel personeelslid zijn van een school of stichting? Of mag een willekeurige belangstellende ook (G)MR-lid worden? Is daar regelgeving over?

    In artikel 4 lid 2 WMS staat dat in een GMR elke MR van de betrokken scholen is vertegenwoordigd. Het is echter niet vereist dat iemand die GMR-lid is, tevens lid is van de MR. Wel moet gewaarborgd zijn dat GMR-leden altijd een band moeten hebben - als ouder of personeelslid - met de school of een van de scholen die zij in de GMR vertegenwoordigen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Medezeggenschap of het onderwerp Medezeggenschap organiseren.

Pagina's