Juridische Helpdesk

Tekst

Welkom bij de Juridische Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden over

  • Wat heeft de gewichtenregeling met lumpsum te maken?

    Strikt genomen heeft de gewichtenregeling niets met lumpsum te maken. Het is echter wel zo dat iedere ouder met een kind in de basisschoolleeftijd dor de school gevraagd zal worden een ouderverklaring in te vullen. Op dat formulier worden een aantal vragen gesteld, onder andere over het opleidingsniveau. De vraag naar het opleidingsniveau van de ouders is bedoeld om een school extra middelen toe te kennen voor het bestrijden van onderwijs (taal) achterstanden. 

    De leerlingen worden door deze extra ondersteuning beter voorbereid op het vervolgonderwijs. Om te bepalen hoeveel extra middelen de school hiervoor kan vragen is het belangrijk dat ouders de papieren ouderverklaring invullen en ondertekenen. Wanneer ouders de ouderverklaring niet invullen krijgt de school voor dit kind geen gewicht, dus geen extra geld.

    Deze papieren ouderverklaring wordt in de administratie van de school bewaard.

    De Accountantsdienst van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen controleert steekproefsgewijs de leerlingenadministraties van basisscholen. Bij een dergelijke controle wordt ook de ouderverklaring gecontroleerd. Het is uitgesloten dat de basisschool de opleidingsgegevens van de ouders kan en mag controleren.

    Ouders zijn niet verplicht de ouderverklaring in te vullen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Financiën en School, kind & omgeving of het onderwerp Onderwijsachterstanden.

  • Is een fusie-effectrapportage vereist bij minder dan 500 leerlingen?

    Een bestuur wil twee institutionele fusies doorvoeren. Met de fusies is een beperkt aantal kinderen gemoeid; in beide gevallen beneden de 500. Dit impliceert dat voor deze beide institutionele fusies geen goedkeuring vereist is door de minister. Art  64 a van de wet WPO stelt echter dat een dergelijke fusie-effectrapportage opgesteld wordt. Dit komt over als een verplichting. Maar wat is het nut daarvan als geen goedkeuring van de minister nodig is?

    De motieven om toch een FER te verlangen bij een fusie tussen scholen of besturen zijn uitgebreid beschreven in de Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel.  

    In lijn met het advies van de Onderwijsraad is de fusie-effectrapportage primair een instrument voor de belanghebbenden om inzicht te krijgen in motieven, doelen en effecten, en om daarop invloed te kunnen uitoefenen. Voor het bestuur dient de fusie-effectrapportage om draagvlak onder de belanghebbenden te verwerven. Het is een vorm van transparantie waarmee het bestuur (van zowel rechtspersonen als onderwijsinstellingen) zich verantwoordt over fusievoornemens.

    De volgende elementen dienen in een fusie-effectrapportage aan de orde te komen: 

    • De motieven voor de fusie:

    - wat zijn de beweegredenen, is er bijvoorbeeld een noodzaak om te fuseren?
    - heeft het bestuur alternatieven voor een fusie onderzocht, heeft het andere rechtsvormen overwogen?
    - wanneer vindt het fusieproces plaats en over welke periode strekt de fusie zich uit?

    • Doelen en effecten:

    - wat wil het bestuur bereiken, bijvoorbeeld een hogere kwaliteit of meer keuzemogelijkheden voor leerlingen of studenten?
    - zijn er gekwantificeerde doelen?
    - welke effecten verwacht het bestuur dat zullen optreden?
    - welke onbedoelde neveneffecten kunnen optreden, bijvoorbeeld op het schoolklimaat en de betrokkenheid van leerlingen, ouders, studenten en personeel?

    • Effecten van de fusie op spreiding en omvang van onderwijsvoorzieningen in de regio:

    - bij dit punt geeft het bestuur aan wat de gevolgen zijn voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen en voor de overzichtelijkheid van die voorzieningen.
    - voor de bve-sector en het hoger onderwijs geeft het bestuur eveneens aan wat de gevolgen zijn voor het afnemend veld en het regionaal bedrijfsleven.

    • Effecten van de fusie op diversiteit:

    -bij dit punt geeft het bestuur aan hoe hij waarborgt dat in een bepaalde regio variëteit van het onderwijsaanbod blijft bestaan of zelfs groter wordt door de fusie. Daarbij gaat het zowel om diversiteit op het niveau van onderwijsinstellingen als om het niveau van opleidingen of vestigingen. Bij dat laatste gaat het om wat men zou kunnen noemen «interne keuzevrijheid»: de mogelijkheid om te kiezen uit een gevarieerd onderwijsaanbod binnen een bestuurlijke eenheid.

    • Effect op keuzevrijheid:

    - hebben leerlingen, hun ouders en studenten een reële keuze uit onderwijsinstellingen van een bepaalde richting?

    • De kosten en baten van de fusie:

    - welke financiële kosten en baten treden op, is de continuïteit voldoende gewaarborgd, wat zijn de risico’s?
    - welke niet-financiële kosten en baten treden op?

    • Effecten op het personeel, de leerlingen/studenten en de ouders:

    - gevolgen voor voorzieningen;
    - wat betekent de fusie voor arbeidsvoorwaarden, personeelsbeleid en medezeggenschap?
    - wat zijn de gevolgen voor betrokkenheid van leerlingen, voor hun motivatie en mogelijkheden voor medezeggenschap?
    - wat zijn de gevolgen voor de betrokkenheid van ouders (in ieder geval in het funderend onderwijs)?

    • Op welke manier de fusie wordt gecommuniceerd en geëvalueerd:

    - op welke manieren en via welke kanalen worden de belanghebbenden betrokken bij het fusieproces? De betrokkenheid en instemming van de medezeggenschapsorganen volstaat niet altijd. Het kan nodig zijn om naast medezeggenschap de belanghebbenden op andere manieren te betrekken bij het fusieproces.
    - wanneer en hoe vindt een evaluatie plaats of de doelen zijn bereikt en welke effecten zijn opgetreden, vooral op de punten van spreiding, omvang, variëteit, keuzevrijheid?


    Als de fusie effectrapportage deze elementen bevat, kunnen de belanghebbenden zich een goed oordeel vormen over de noodzaak of wenselijkheid van een fusie en zijn ze optimaal betrokken. Dat is het belangrijkste doel van de fusie effectrapportage. Daarmee geven we ruimte aan de autonomie van instellingen en het zelfregulerend vermogen van de sector. De rapportage is een instrument dat de «checks & balances» rond een instelling versterkt.

    Het bestuur kan de opsomming van noodzakelijke onderdelen van de fusie effectrapportage naar eigen inzicht uitbreiden. De medezeggenschap kan ook om aanvullingen vragen.

    Daarnaast is de fusie effectrapportage een middel voor de minister om te toetsen of instellingen een zorgvuldig proces hebben doorlopen. Het gaat om de vraag of het voornemen om te fuseren voldoende is gelegitimeerd onder de belanghebbenden. De minister toetst daartoe of de fusie effectrapportage voldoet aan de formele eisen die hij daaraan stelt. Op een aspect zal de minister echter ook materieel toetsen, namelijk of keuzevrijheid voldoende is gewaarborgd.

    De fusie effectrapportage wordt voorgeschreven bij ieder voornemen van fusie van besturen of instellingen. Ook voor de fusies in het basisonderwijs die zich voltrekken onder de ingestelde toetsdrempel, wordt de rapportage verplicht. Hierdoor wordt in alle gevallen gewaarborgd dat fusiebeslissingen in nauw overleg met alle belanghebbenden tot stand komen. Voor de fusie effectrapportage wordt een aanvraagformulier met toelichting ontwikkeld. Zo ligt de vorm vast. Een vast format versnelt de procedure en vergemakkelijkt het opstellen van een dergelijke rapportage. Dat vermindert dus de bureaucratische lasten voor zowel de onderwijsinstellingen als de toetsende instantie.

  • Wat is de definitie van 'alle betrokken gemeenten' met betrekking tot de fusie-effectrapportage?

    In de WPO is opgenomen dat er bij een institutionele fusie een fusie-effectrapportage moet plaatsvinden (FER). Op basis van de FER moet advies aan alle betrokken gemeenten worden gevraagd. De vraag is wat de definitie is van 'alle betrokken gemeenten', bijvoorbeeld in het geval dat een bestuur meerdere sbo-scholen in meerdere gemeenten heeft, waarbij er twee mogelijk gaan fuseren. Zijn de betrokken gemeenten dan de gemeenten waarin de 2 fuserende scholen zijn gevestigd, alle gemeenten waarin het bevoegd gezag scholen heeft, of ook de gemeenten van het samenwerkingsverband waarin de sbo-scholen participeren?

    Het gaat in dit geval om de gemeenten waar de fusiescholen zijn gevestigd. Dit blijkt uit de Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel en het destijds ingediende amendement. Het gaat immers om huisvestingsvraagstukken en daar moeten gemeenten van op de hoogte zijn.

  • De regelgeving rond algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) is gewijzigd. Wat betekent dit voor ons schoolbestuur?

    Per 1 januari 2014 is de elektronische publicatieplicht voor algemeen nut beogende instellingen (‘ANBI’s’) in werking getreden. Ter behoud of verkrijging van de ANBI-status is het voor uw onderwijsinstelling van belang dat de financiële verantwoording over 2013 uiterlijk op 1 juli 2014 op het internet wordt gepubliceerd. Zoals bekend kan de ANBI-status voor uw onderwijsinstelling en/of eventuele donateurs fiscale en financiële impact hebben in de sfeer van de schenk- en erfbelasting, inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en overdrachtsbelasting.

    Financiële verantwoording

    Eén van de gegevens die ANBI’s met op het internet moeten publiceren, betreft de publicatie van ten minste de (verkorte) balans en winst- en verliesrekening met toelichting (financiële verantwoording).

    Met betrekking tot de publicatie van deze financiële verantwoording geldt dat deze informatie binnen zes maanden na afloop van het volledige boekjaar op het internet geplaatst moet zijn. Dit betekent dat in het geval het boekjaar van uw onderwijsinstelling gelijk is aan het kalenderjaar, de financiële verantwoording over 2013 uiterlijk op 1 juli 2014 op het internet moet worden geplaatst.

    Indien momenteel nog niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, is het van belang dat uw onderwijsinstelling alsnog deze informatie op korte termijn op het internet publiceert.

    ‘ex-ANBI’
    Indien uw onderwijsinstelling vanaf een bepaald moment niet langer aan de voorwaarden voor toepassing van de ANBI-status voldoet, kan de ANBI-status (met terugwerkende kracht) worden ingetrokken.

    Na (vrijwillig) verlies van de ANBI-status moet alsnog, op straffe van een boete van maximaal €19.500, aan verschillende voorwaarden worden voldaan. De ‘ex-ANBI’ moet bijvoorbeeld de opgemaakte jaarrekening en het jaarverslag uit eigen beweging tijdig aan de Belastingdienst overleggen. Daarnaast dient een gespecificeerde opgave van de gedane schenkingen aan de Belastingdienst overlegd te worden.

    Deze informatieplicht geldt zolang de ex-ANBI ‘het voor het algemeen nuttige doel bestemde vermogen’, zoals dat aanwezig was ten tijde van het verlies van de ANBI-status, nog niet volledig heeft besteed.

    Meer informatie
    Voor meer informatie of het aanvragen van een ANBI-status, kunnen schoolbesturen terecht bij de Belastingdienst. Of op de website van PwC.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën.

  • Hoe is de scheiding van bestuur en intern toezicht geregeld in geval van een bestuurscommissie? Kan er een raad van toezicht-model worden ingevoerd?

    De scheiding tussen bestuur en intern toezicht in het openbaar onderwijs is via het gemeenterecht geregeld.

    In een bestuurscommissie wordt de functie van het bestuur (bevoegd gezag openbaar onderwijs) uitgeoefend door de bestuurscommissie. De functie van intern toezichthouder berust bij de Gemeenteraad. De Gemeenteraad is als intern toezichthouder bevoegd om een bestuurscommissie in te stellen en op te heffen, deze mag leden van de commissie benoemen en ontslaan, de begroting en rekening vaststellen en zo nodig besluiten van de bestuurscommissie vernietigen.

    Om die reden is in de memorie van toelichting van de Wet goed onderwijs en goed bestuur aangegeven dat een raad van toezicht niet aan de orde zal zijn (Zie vergaderstukken 2008-2009, nr. 31 828, nr. 3, pagina 28).

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Goed Bestuur.

  • Als een bestuur lid is van de PO-Raad, is dan automatisch ook de zogenoemde 'kringenrechtspraak' geregeld?

    De PO-Raad heeft geen 'eigen' commissie van beroep of andere geschillencommissies. Aan de verplichting uit artikel 60 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) kan een bestuur (bijzonder onderwijs) voldoen door zich bijvoorbeeld aan te sluiten bij de landelijke Commissie van Beroep. Die wordt door de Stichting Onderwijsgeschillen in stand gehouden.

    Ook voor andere geschillen- en klachtencommissies kunt u daar terecht. Hiernaast bestaan er ook denominatieve geschillencommissies.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Vereniging PO-Raad.

  • Is voor inschrijving van een kind op een school de handtekening van beide ouders noodzakelijk?

    Deze vraag is relevant in de situatie dat ouders in een scheidingsproces zitten, maar beiden nog het ouderlijk gezag hebben. Het komt voor dat de moeder haar kind wil inschrijven op een school, terwijl vader hier tegen is.

    Juist in een situatie waarin (gescheiden) ouders niet op goede voet met elkaar staan, maar wel beiden het ouderlijk gezag hebben, adviseren wij bij inschrijving op een school een handtekening van beide ouders te vragen. Bij gezamenlijk gezag zijn beide ouders belast met de opvoedkundige en juridische verantwoordelijkheid voor hun kinderen. Dit betekent dat één ouder in principe geen belangrijke beslissingen kan nemen zonder medeweten of akkoord van de andere ouder. Diegene van de ouders bij wie het kind de dagelijkse verblijfplaats heeft, heeft de meeste verantwoordelijkheid. De andere ouder dient bereid te zijn om de zorgtaken van verzorgende ouder te aanvaarden en te respecteren. Een besluit als inschrijving van het kind op een school is een besluit waarbij de positie van de verzorgende ouder gerespecteerd dient te worden. Uit jurisprudentie is gebleken dat een wisseling van school wordt gezien als een ingrijpende beslissing. Dit houdt dus in dat (ex-)partners gezamenlijk zo’n besluit moeten nemen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's School, kind & omgeving en Werkgeverszaken.

  • In sommige klassen werken wij met tablets. Ouders dienen deze zelf aan te schaffen. Wat te doen als een ouder vanwege financiële problemen (tijdelijk) niet in staat is de tablet te betalen?

    Wanneer ouders weigeren te betalen, zult u met de ouders moeten proberen een betalingsregeling te treffen. De school mag de leerling namelijk niet het gebruik van een tablet onthouden.

    Of ouders wel of niet een geldelijke bijdrage (voor bijvoorbeeld tablets) leveren aan het onderwijs van hun kind, mag niet bepalen of het kind tot een school wordt toegelaten. Dit is vastgelegd in artikel 40 lid 1 van de Wet op het Primair Onderwijs.

    In artikel 13, lid 1 onder g (Schoolgids), worden scholen verder verplicht om ouders via de schoolgids te informeren over de geldelijke bijdrage. Ook moet daarbij worden vermeld dat de bijdrage vrijwillig is.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema ICT in het onderwijs.

  • Als een school vol is, mag deze nieuwe leerlingen weigeren. Maar wanneer is een school vol? Is daar een norm voor vastgelegd?

    Voor deze weigeringsgrond is geen norm vastgelegd. Uit het geschreven toelatingsbeleid van het schoolbestuur moet blijken wanneer de school vol is.

    Waar trekt het bevoegd gezag de grens en waarom? Welke criteria gelden voor toelating en weigering? Ook de rechter hecht grote waarde aan een toelatingsbeleid. Dit beleid moet inzichtelijk voor de ouders in de schoolgids staan en in elk geval op het moment van inschrijving aan de ouders bekend zijn gemaakt. De Raad van State heeft voor de opnamecapaciteit onder meer het volgende toelatingsbeleid aanvaard:

    • Toelating tot de groep geschiedt tot een bepaald onderwijskundig verantwoord maximum aantal leerlingen.
    • Indien het aantal aangemelde leerlingen voor de school groter is dan de opnamecapaciteit, worden eerst die leerlingen toegelaten voor wie de afstand huis-school bij niet-toelating het grootst zou zijn.
    • Naast de afstand kan ook de verkeerssituatie tussen huis en school een reden zijn om van het beleid af te wijken.

    Sinds de invoering van passend onderwijs per 1 augustus 2014 hebben schoolbesturen een zorgplicht om voor alle leerlingen die worden aangemeld, of staan ingeschreven, een zo passend mogelijk onderwijsaanbod te doen. Volgens de wet hoeft dit niet als de school vol is.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema School, kind & omgeving.

  • Met welk percentage zijn de werkgeverslasten voor 2011/2012 daadwerkelijk gestegen?

    Voor het jaar 2012 is de personele bekostiging opgehoogd met 0,42% om gestegen werkgeverslasten te compenseren. De compensatie voor gestegen pensioenpremies bedraagt 0,37%. Dit is een stuk minder dan de stijging van de pensioenpremies over 2012, die leidt tot een stijging van de loonkosten van circa 1,0% . In de compensatie zit ook een min van ruim 0,2% vanwege onder meer doorbetaling bij ziekte en het eigen risico WAO. De precieze opbouw wordt weergegeven in onderstaande tabel.

    WAO-0,05%
    ZVW0,22%
    pensioenen0,37%
    doorbetaling bij ziekte, eigen risico WAO e.d.-0,24%
    kinderopvang0,12%
    Totaal0,42%


    Met welke percentage de werkgeverslasten zijn gestegen, is mede afhankelijk van de eigen specifieke situatie. Het AK zou hier behulpzaam kunnen zijn.

     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

Pagina's