• Ik wil op school aan de slag met werkdruk, hoe pak ik dat aan?

    Werkdruk is een veelkoppig monster. Er zijn ontzettend veel aspecten die ervoor kunnen zorgen dat een leraar een hoge werkdruk ervaart. Die aspecten zijn verschillend per school en per persoon. Dat maakt dat de aanpak van werkdruk in moet spelen op deze verschillen.

    Volgens onderzoek van TNO kan werkdruk het best worden aangepakt door vijf stappen te doorlopen. Aan de hand van deze stappen wordt beschreven hoe scholen om kunnen gaan met werkdruk en welke hulpmiddelen daarvoor beschikbaar zijn.  

    1. Bepalen of er sprake is van werkdruk
    Om werkdruk goed aan te pakken is het belangrijk dat scholen eerst de huidige situatie analyseren. In hoeverre is er op school sprake van werkdruk? De ervaren werkdruk is onderdeel van de RI&E cyclus. Speciaal voor het primair onderwijs heeft het Vervangingsfonds de Arbomeester ontwikkeld. De Arbomeester is het branche erkende instrument om een RI & E uit te voeren. In de week van de werkstress zal de Arbocatalogus PO een ‘Werkdrukspel’ lanceren. Dit Werkdrukspel kan worden gebruikt om het gesprek over werkdruk op school voeren.

    2. Achterhalen waar werkdruk vandaan komt
    Als is vastgesteld dat er op school inderdaad een hoge werkdruk wordt ervaren, is het belangrijk om te onderzoeken waar die precies vandaan komt. Maatregelen kunnen dan gerichter worden ingezet. Om uit te zoeken waar de werkdruk vandaan komt kan gebruik worden gemaakt van de werkdrukscan. De werkdrukscan is speciaal voor het primair onderwijs ontwikkeld door het Vervangingsfonds.

    3. Plan van aanpak opstellen
    Bij het verlagen van de werkdruk kunnen veel verschillende maatregelen worden genomen. Als duidelijk is waar het probleem precies vandaan komt, kan een plan van aanpak worden opgesteld. Voor een aantal knelpunten biedt de Arbocatalogus PO manieren om ze op te lossen. Ook wordt op de website van de Arbocatalogus PO verwezen naar andere websites en instanties waar bruikbare informatie over het oplossen van werkdruk kan worden gevonden. Wij willen dat leraren en teams zo veel mogelijk zeggenschap krijgen over de aanpak van werkdruk bij hun op school.

    4. Plan van aanpak uitvoeren
    Als er een plan van aanpak ligt over hoe werkdruk kan worden verlaagt, moet het plan uiteraard worden uitgevoerd.

    5. Evaluatie
    Nadat het plan van aanpak is uitgevoerd, moet worden geëvalueerd of het plan het beoogde effect heeft gehad. Is de werkdruk ook echt verlaagd? En welke maatregelen werken wel en niet?

    Voor meer informatie over de aanpak, kijk op de website van TNO.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

  • 40-urige werkweek en werkdruk (Video)

    CAO PO 2014 - 2015 | 40 urige werkweek werkdruk

    CAO PO 2014 - 2015 | Kansen bij 40 urige werkweek

     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp CAO PO.

6.1 Werkdruk & 40-urige werkweek algemeen

  • Welke regels staan er in de CAO over de pauze van leraren?

    Als op een dag meer dan vijfeneenhalf uur wordt gewerkt, bestaat er recht op een pauze van een half uur tussen 10:00 u en 14:00 u. Indien de PMR daarmee instemt, kan die pauze worden opgesplitst in 2 x 15 minuten. Ook de gesplitste pauze valt in de periode tussen 10.00 uur en 14.00 uur.

     

  • Moet een werknemer iedere dag 8 uur werken? (5 gelijke dagen)?

    Nee. Het kan dus goed dat een werkrooster er als volgt uitziet: 9, 9, 6, 8, 8 uren. Dit is slechts een voorbeeld, alles is mogelijk indien een rooster leidt tot een werkweek van 40 uur per week (deeltijders naar rato).

    Het is mogelijk om het werkrooster per medewerker (verschillend) vast te stellen, een werkrooster kan ook op bestuursniveau of schoolniveau worden vastgesteld. De keuze hierin is aan het schoolbestuur.

     

  • Geldt de minimale betrekkingsomvang ook voor zittend personeel?

    Nee, dit geldt alleen voor personeel dat vanaf 1 augustus 2015 in dienst treedt.

     

  • Wat is de minimale betrekkingsomvang?

    De minimale betrekkingsomvang is 8 uur per week (wtf 0,2) op bestuursniveau. Een werknemer die in dienst is bij een bestuur, moet dus minstens voor acht uur per week in dienst zijn. De te werken uren mogen over meerdere dagen worden verspreid. Voor incidentele vervangingswerkzaamheden van een dag of korter geldt een minimale betrekkingsomvang van 5 uur. Deze uren kunnen niet over meerdere dagen worden verspreid, omdat er dan niet wordt voldaan aan de eis dat het gaat om incidentele vervangingswerkzaamheden van een dag of korter.

    Werkgever en werknemer overleggen over de momenten waarop een werknemer komt werken. Indien het niet lukt hier uit te komen geldt:

    • In het basismodel: er wordt teruggevallen op het beschikbaarheidsschema uit artikel 2.11. Bij een betrekkingsomvang van 0,2 mag er niet meer dan 2 dagen per week worden ingeroosterd;
    • In het overlegmodel: het beschikbaarheidsschema is niet van toepassing. Werkgever en werknemer zullen er dus samen uit moeten komen. Indien dat niet lukt hakt de werkgever de knoop door.
  • Wat houdt de 40-urige werkweek in?

    Bij wtf 1 werkt een medewerker 40 uur per week. De normjaartaak komt te vervallen, maar medewerkers blijven op jaarbasis wel 1659 uur werken. Voor alle medewerkers is de formele arbeidsduur 40 uur per week. Dit betekent niet dat iedere week altijd precies 40 uur werk bevat. Er is een zekere ruimte om hierin te fluctueren. Wel is het belangrijk om als team en met iedere individuele medewerker te kijken of de voorgenomen werkzaamheden passen binnen de beschikbare uren.

    Bij een 40-urige werkweek hoort 428 uur verlof, inclusief feestdagen. Verder worden er twee modellen opgenomen in de CAO om het werk te verdelen, het basismodel en het overlegmodel. Bij alle schoolbesturen wordt de 40-urige werkweek ingevoerd, ongeacht of zij het basis- of het overlegmodel hanteren. Zie 6.3 voor uitleg over de modellen.

6.2. Overwerk & compensatieverlof

  • Als er in een week meer dan de overgekomen arbeidsduur wordt gewerkt, is er dan altijd sprake van overwerk?

    Nee, er is alleen sprake van overwerk indien er incidenteel en in opdracht van de werkgever meer wordt gewerkt dan de overeengekomen arbeidsduur per week. Formeel bedraagt elke werkweek 40 uur (of een deel ervan naar rato) per week. Het kan best dat er in de ene week wat meer wordt gewerkt en in de andere wat minder, indien dat van tevoren goed wordt ingepland en overlegd met de werknemer. Een ouderavond of scholingsdag is geen overwerk, indien daar in de jaarplanning rekening mee is gehouden. Gemiddeld genomen over een jaar kunnen er echter niet meer dan 40 uren per week worden ingepland, een piek in de ene week moet leiden tot een dip in een andere week.

    Wanneer een werknemer een uur langer werkt om het Sinterklaasfeest voor te bereiden is dat ook niet direct overwerk. Het gaat dan immers niet om door de werkgever opgedragen werkzaamheden.

  • Blijft in het basismodel het compensatieverlof bestaan?

    Compensatieverlof heeft betrekking op het meer inroosteren dan 1659 uur. Bij een 40-urige werkweek zou dus sprake zijn van compensatieverlof als het rooster meer zou zijn dan 40 uur per week. Iets anders is de maximale lessentaak, die blijft in het basismodel bestaan. Dat betekent dat iemand niet meer dan 930 uur per jaar wordt ingeroosterd om les te geven. Op basis daarvan kan een leraar tijdelijk worden uitgeroosterd van de lessentaak. De persoon die geen lesgeeft terwijl zijn groep wel les krijgt, werkt wel aan zijn overige taken, anders werkt iemand geen 40 uur per week (1659 uur per jaar). Er is dan dus geen recht op compensatieverlof.

  • Wat gebeurt er als het niet lukt de overwerkuren voor de volgende schoolvakantie te compenseren?

    In beginsel wordt gecompenseerd voor de volgende schoolvakantie. Als dat niet lukt kunnen werkgever en werknemer afspreken dat de uren worden uitbetaald, maar zij mogen ook afspreken dat de uren op een later moment worden gecompenseerd. Het is niet de bedoeling dat het verlof langer dan noodzakelijk wordt opgespaard.

     

  • Wat gebeurt er als medewerkers incidenteel moeten overwerken in de 40-urige werkweek?

    Indien er incidenteel en in opdracht van de werkgever meer wordt gewerkt dan de overeengekomen arbeidsduur per week, is er sprake van overwerk. Deze overwerkuren worden gecompenseerd in een periode tussen twee schoolvakanties (compenseren in de vakanties mag ook). Het gaat dan om dezelfde periode als waarin de uren zijn opgebouwd. Lestijd wordt gecompenseerd in lestijd, tenzij anders wordt overeengekomen.

    Een tijdelijke urenuitbreiding is geen overwerk en hoeft dan ook niet te worden gecompenseerd.

     

6.3. Basismodel

  • Hoe wordt het werk verdeeld bij het basismodel?

    Leidinggevenden en het team maken afspraken over de overige werkzaamheden die binnen de school zullen worden uitgevoerd. Ook maken zij afspraken over de wijze waarop beschikbare uren van de volledige formatie, inclusief vakleerkrachten en OOP, over deze werkzaamheden worden verdeeld. De PMR heeft instemmingsrecht op deze afspraken.

    Elk jaar wordt voor de zomervakantie met individuele medewerkers besproken wat hun werkdagen het komende schooljaar zijn en welke dagen zij voor les- en andere werkuren worden ingeroosterd. Indien dit overleg niet leidt tot overeenstemming, wordt het inzetbaarheidsschema uit de CAO gehanteerd. Ook wordt dan bepaald welke werkzaamheden door de individuele werknemers worden uitgevoerd.

     

  • Wat houdt het basismodel in?

    In het basismodel geldt een maximale lessentaak van 930 uur. Op schriftelijk verzoek van de werknemer mogen werkgever en werknemer afspreken dat een hoger maximum dan 930 uur overeen wordt gekomen. De werkgever kent het verzoek niet toe indien dat leidt tot verdringing van werkgelegenheid. Startende leerkrachten kunnen een dergelijk verzoek niet indienen. 

     

6.4. Overlegmodel

  • Schema 40 urige werkweek en basis- en overlegmodel


     

  • Waarom geldt de opslagfactor ook voor OOP met lesgebonden- en/of behandeltaken?

    In het basismodel geldt de maximale lessentaak van 930 uur ook voor het OOP met lesgebonden- en/of behandeltaken. Aangezien de opslagfactor de maximale lessentaak vervangt, geldt dat de opslagfactor ook van toepassing is op OOP met lesgebonden- en/of behandeltaken. De opslagfactor biedt meer ruimte voor speling dan de maximale lessentaak. Voor de vaststelling van de taken binnen de opslagfactor: zie boven. 

     

  • Hoe wordt de opslagfactor van de individuele werknemer vastgesteld?

    Voor de zomervakantie worden in overleg tussen werkgever en werknemer de taken, werkdagen en lesdagen van de individuele werknemer vastgesteld. In dit gesprek wordt op basis van het geldende beleid ook de individuele opslagfactor van de betreffende werknemer bepaald.

     

  • Hoe kan het overlegmodel ingevoerd worden?

    De werkgever kan besluiten om over te stappen op het overlegmodel. Dit besluit behoeft instemming van de PGMR. Vervolgens is het aan elke school (brinnummer) om te bepalen hoe aan het overlegmodel wordt vormgegeven. Dit kan ons inziens ook betekenen dat het basismodel – eventueel met wat aanpassingen - wordt gehanteerd. Aan PMR en personeel moet een plan worden voorgelegd waarin in ieder geval is opgenomen: 

    • De afspraken die leidinggevende en het team hebben gemaakt over de werkzaamheden die binnen de school worden uitgevoerd.
    • De afspraken die leidinggevende en het team hebben gemaakt over de wijze waarop die werkzaamheden worden verdeeld over de beschikbare uren binnen de formatie, waarbij rekening wordt gehouden met de totale beschikbare formatie, inclusief vakleerkrachten en OOP.
    • Welke taken onder de opslagfactor vallen. Leidend hierbij is de opvatting over de kwaliteit van het onderwijs en wat voor het geven daarvan noodzakelijk is.
    • Het beleid op grond waarvan de individuele opslagfactor wordt toegekend. Het vast te stellen beleid wordt gebaseerd op onder meer de criteria groepsgrootte, zorgleerlingen en belastbaarheid en ervaring van werknemers.

    Het ligt voor de hand zo’n plan samen met PMR en/of personeel te maken. Het heet niet voor niets het overlegmodel. Het idee is dat met elkaar gezocht wordt naar een inzet en taakverdeling die bijdraagt aan goed onderwijs én aan een beheersing van de werkdruk. Voor invoering van plan op schoolniveau is instemming van de PMR en een meerderheid van het personeel (de helft plus 1) nodig. Na 3 jaar moet de PMR en het personeel opnieuw akkoord gaan met een plan voor het overlegmodel. Indien zij niet akkoord gaan, geldt na 3 jaar weer het basismodel.

     

  • Wat houdt het overlegmodel in?

    De maximale lessentaak van 930 uur geldt in het overlegmodel niet. In plaats daarvan geldt een opslagfactor. Aan het geven van les is voor- en nawerk verbonden. Dit voor- en nawerk wordt uitgedrukt in de opslagfactor (de opslag op de les-, de lesgebonden en behandeltaken). De opslagfactor bedraagt tussen de 35 en 45 % van de lessentaak.