• Wanneer is het mogelijk om een werknemer in twee functies te benoemen of aan te stellen?

    Een werknemer kan worden benoemd of aangesteld in twee onderwijsondersteunende functies of een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functie, als er een verschil is van meer dan drie schalen tussen de bij die functies behorende maximumschalen. In onderstaand schema is opgenomen welke combinatie van een onderwijsgevende en een onderwijsondersteunende functie mogelijk is.

    Onderwijsgevende functie in schaal

    Onderwijsondersteunende functie in schaal

    L10 (oud schaal LA en schaal 9)

    1 t/m 6 en 14

    L11 (oud schaal LB en schaal 10)

    1 t/m 7 en 15

    L12 (oud schaal LC en schaal 11)

    1 t/m 8 en 16

    L13 (oud schaal LD en schaal 12)

    1 t/m 9 en 17

     

     

  • Wat zijn de regels voor aanpassing van de arbeidsduur?

    Op grond van de Wet flexibel werken geldt dat de werknemer een verzoek tot aanpassing ten minste twee maanden voor de ingangsdatum in moet dienen, zie art. 2 lid 3 van deze wet. Er geldt geen opzegtermijn, maar wel deze twee maanden uit de wet.
     

  • Welke tijdelijke dienstverbanden tellen mee in de nieuwe ketenregeling WWZ ?

    Onderstaande is gebaseerd op de wettelijke ketenregeling zoals op grond van de WWZ gewijzigd op 1 juli 2015.
    Voor de PO-sector geldt echter overgangsrecht tot uiterlijk 1 juli 2016.

    Bij aanvang van een nieuw contract ná 1 juli 2015 geldt het nieuwe recht en de nieuwe ketenbepaling voor het bijzonder onderwijs. Er moet dan gekeken worden naar de voorafgaande contracten. Het laatste contract telt voor aantal en duur van de ketenregeling gewoon mee als er geen periode van meer dan 6 maanden tussen zit. Daaraan voorafgaande contracten tellen ook mee als er geen periode van meer dan 3 maanden tussen twee contracten heeft gezeten. Alleen als er wel een periode van meer dan 3 maanden tussen 2 contracten is geweest, is de keten doorbroken.

    Voorbeeld 1 (Keten niet doorbroken)
    Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

    A) 01-11-2014  tot 01-12-2014

    B) 15-12-2014  tot 01-03-2015

    C) 01-04-2015  tot 06-07- 2015

    D) Nieuw contract m.i.v. 13-07-2015

    Voor A/B/C geldt het oude recht, ze zijn aangevangen vóór 1 juli 2015. Er is geen periode van langer dan drie maanden tussen de dienstverbanden; ze vormen een doorlopende keten.
    D start ná 1 juli 2015; het nieuwe recht is van toepassing. Er wordt gekeken naar de voorafgaande contracten. Het laatste (C) telt voor aantal en duur van de ketenregeling gewoon mee omdat er tussen einde C en aanvang D minder dan 6 maanden zit. A en B tellen ook mee omdat daar geen periode van meer dan 3 maanden tussen zit.
    Conclusie: D is het vierde contract in de reeks en daardoor is er sprake van een vast dienstverband.

    Voorbeeld 2 (Keten doorbroken op basis van het oude recht)
    Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

    A) 01-11-2014  tot 01-12-2014

    B) 15-12-2014  tot 01-02-2015

    C) 05-05-2015  tot 06-07- 2015

    D) Nieuw contract m.i.v. 13-07-2015

    Tussen einde B en begin C zit meer dan 3 maanden. C is gestart vóór 1 juli. Op grond van het oude recht is de keten dan doorbroken en is C de eerste in een nieuwe keten.
    Tussen C en D zit minder dan 6 maanden waardoor de keten op basis van het nieuwe recht niet doorbroken is. D is dus het tweede contract in de keten.

    Voorbeeld 3
    Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

    A) 01-04-2013  tot 01-04-2015

    B) Voornemen nieuw contract m.i.v. 01-07-2015

    Tussen A en B zit minder dan 6 maanden. A telt dus mee, in dit geval niet relevant voor het aantal contracten maar wel voor de maximale duur van 24 maanden: bij aanvang B is die duur overschreden waardoor er sprake is van een vast dienstverband.

    Ook als er vele tijdelijke dienstverbanden zijn geweest (al dan niet op een verzamelakte) kunnen bovenstaande toetsen zo worden uitgevoerd.

    Klik hier voor meer informatie over de WWZ.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Arbeidsrecht actueel.

  • Wat houdt de aanzegplicht in, opgenomen in de Wet werk en zekerheid (WWZ)?

    Tijdelijke arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan voor 6 maanden of langer en die eindigen op of na 1 februari 2015, moeten door de werkgever aangezegd worden. Dat betekent dat de werkgever de werknemer minimaal een maand voor het aflopen van de arbeidsovereenkomst laat weten of de tijdelijke arbeidsovereenkomst wordt voorgezet en zo ja, onder welke voorwaarden. Deze verplichting geldt alleen voor werkgevers in het bijzonder onderwijs.

    De aanzegplicht is niet van toepassing wanneer de arbeidsovereenkomst niet op een specifieke datum afloopt, maar bijvoorbeeld afhankelijk is van de duur van ziekte van een andere medewerker. Dat komt omdat je dan niet van tevoren weet wanneer de arbeidsovereenkomst precies eindigt. Het is dan ook niet mogelijk de arbeidsovereenkomst een maand van tevoren op te zeggen.

    Als de werkgever niet of niet op tijd aanzegt, verandert dit het einde van de arbeidsovereenkomst niet maar moet de werkgever een vergoeding betalen omdat hij de werknemer niet op tijd heeft geïnformeerd. Dit heeft dus een financieel gevolg en geen rechtspositionele gevolgen (opzeggen arbeidsovereenkomst).