Tijdelijke dienstverbanden

  • Mag ik een leraar aanstellen vanaf het moment dat de werkzaamheden starten (een week voor aanvang van het schooljaar)?

    Ja, dat mag. Op een school kan al voor het einde van de schoolvakantie worden gewerkt.
    Door het vervallen van art. 6.12 in de cao PO 2014-2015 kunt u een leraar aanstellen vanaf het moment dat zijn werkzaamheden aanvangen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Wat wordt onder kennelijk tijdelijke aard (artikel 3.1, lid 3 CAO PO) verstaan?

    Onder kennelijk tijdelijk wordt al het tijdelijke werk verstaan, dus niet het werken op formatie.

    Van kennelijk tijdelijk is bijvoorbeeld sprake indien er tijdelijk extra geld beschikbaar is gesteld, als er tijdelijk een project wordt gedraaid, als het tijdelijk bijvoorbeeld druk is op de administratie omdat er wijzigingen in het systeem doorgevoerd moeten worden. Ook is er sprake van tijdelijkheid indien er een werknemer met pensioen gaat, er al een nieuwe kandidaat voor de vaste functie gevonden is, maar deze kandidaat pas met ingang van het komende schooljaar kan komen werken. Als de werknemer nu met pensioen gaat, is er tot begin schooljaar sprake van een tijdelijke vacature.
    Een echte grens is er niet te geven, het begrip is niet uitgewerkt in de cao PO zodat het breed uitgelegd kan worden. Hoofdregel is en blijft dat er bij vast werk een vast contract gegeven moet worden.
     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Kan een werkgever eigen beleid over de ingangsdatum en einddatum dienstverbanden opstellen nu artikel 6.12 lid 7 uit de cao is komen te vervallen?

    Het is aan de werkgever om te bepalen wat de ingangsdatum wordt van een dienstverband: 1 augustus of de eerste schooldag. U kunt hier beleid op maken in overleg met de P(G)MR. Bijvoorbeeld tijdelijke dienstverbanden met uitzicht op vast gaan in op 1 augustus en andere tijdelijke dienstverbanden op de eerste schooldag. Merk hierbij op dat als een (beoogd) werknemer voor een heel schooljaar wordt aangenomen, het handig is dat het dienstverband dan van 1 augustus tot 1 augustus loopt.

    In de cao voor het primair onderwijs is net als in andere sectoren afgesproken dat medewerkers verlof opbouwen. Een fulltime medewerker heeft 428 uur verlof per jaar (deeltijder naar rato). Het verlof wordt opgenomen in schoolvakanties van de leerlingen. De werkgever zorgt er voor dat elke medewerker een verlofkaart bijhoudt. De verlofkaart loopt tussen 1 oktober en 1 oktober. Alle schoolvakanties en wettelijke vrije dagen in een schooljaar vallen daar binnen. Het gebruik ervan is bijvoorbeeld van belang als een medewerker uit dienst gaat. Op basis van de uitdienstdatum moet berekend worden hoeveel vakantiedagen nog met de medewerker verrekend moeten worden.

    Ontslag einde schooljaar

    In het beleid van de organisatie kan in overleg met de P(G)MR ook afspraken worden gemaakt over ontslag op eigen verzoek bij einde van het schooljaar en de verrekening van de vakantiedagen. Met het vervallen van artikel 6.12 lid 7 uit de cao kan een werknemer nu verzoeken om ontslag per 1 september (of de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar). Dat heeft gevolgen voor de verrekening van het aantal vakantiedagen. De werkgever moet daar duidelijke afspraken over maken met de P(G)MR.

    Er zijn op dit moment twee mogelijkheden:

    • De werkgever heeft in zijn beleid staan dat teveel genoten vakantieverlof wordt verrekend met het (laatste) salaris. Bijvoorbeeld: ‘Bij ontslag op eigen verzoek wordt een eventueel tekort aan vakantieverlofuren verrekend met de salarisbetaling. De werknemer wordt op dit beleid gewezen.’ Hierbij is van belang dat de werkgever het vakantieverlofsaldo in de gaten houdt, dat er toestemming voor het verlof is gegeven en dat de werknemer daarbij is gewezen op het overschrijden van het opgebouwde verlof.
    • De werkgever heeft in zijn beleid staan dat leraren die op het eind van het schooljaar ontslag nemen, dit altijd doen per 1 augustus. Bijvoorbeeld: ‘De in vaste dienst benoemde leraar die in verband met ontslag zijn werkzaamheden na de zomervakantie niet voortzet, wordt ontslag verleend per 1 augustus. Een eventueel verlofoverschot wordt uitbetaald. Deze regel geldt niet bij een ontslag vanwege pensioen, omdat de werknemer geen invloed heeft op deze datum.’ Om te bepalen of er een verlofoverschot is, is het belangrijk dat er een verlofkaart is.

    In artikel 6.12 van de cao voor het primair onderwijs was tot 2014 precies vastgesteld wanneer een dienstverband begon en eindigde aan het begin en eind van het schooljaar. Door het weghalen van dit artikel uit de cao is er meer maatwerk mogelijk in de individuele dienstverbanden. Een schoolbestuur kan daarbij zijn eigen beleid maken. Aangezien dergelijke afspraken niet wettelijk zijn geregeld, is het nu belangrijk dat het schoolbestuur dit beleid afstemt met de P(G)MR en goed communiceert. Dat beleid is van toepassing als een dienstverband aan het begin of eind van een schooljaar begint of eindigt, maar kan ook van toepassing zijn als dat halverwege het schooljaar gebeurt.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Mag ik een verzamelakte tellen als één dienstverband?

    Nee, dit mag niet. Een verzamelakte is een akte met daarop een verzameling aan dienstverbanden. Elk van deze dienstverbanden op de verzamelakte moet apart worden meegeteld. 3 Dienstverbanden op één verzamelakte tellen dus ook als drie afzonderlijke dienstverbanden. Om te voorkomen dat er snel een keten ontstaat, is het raadzaam om te werken met een min-max contract of een vervangingscontract voor een bepaald aantal uren.

  • Wanneer is een werknemer eigen wachtgelder?

    Dat is het geval wanneer een persoon een ontslaguitkering (WW) krijgt:

    • de ontslaguitkering is verkregen op basis van de beëindiging van de betrekking bij het eigen bestuur met een ononderbroken diensttijd van langer dan een jaar. Er mag een onderbreking van één week of minder, dan wel onderbrekingen wegens schoolvakanties, geweest zijn. De termijn van één jaar kan, ingeval van een of meer ziekteperiode van langer dan vier weken, met deze ziekteperioden verlengd worden of;
    • de ontslaguitkering is verkregen op basis van de beeindiging van een tijdelijke uitbreiding van de vaste betrekking en waarbij de uitkeringsgenietende bij het eigen bestuur een ononderbroken dienstverband heeft van langer dan een jaar op het moment van beeindiging van het de tijdelijke uitbreiding.


    Onder de definitie voor eigen wachtgelders vallen ook de zogenaamde potentiele eigen wachtgelders, dat wil zeggen de werknemers die ontslagen worden en die in afwachting zijn van een WW-uitkering.
     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Kan een tijdelijk dienstverband tussentijds worden opgezegd?

    Een arbeidsovereenkomst kan alleen tussentijds worden opgezegd op één van de gronden van artikel 3.11 (bijzonder onderwijs) en artikel 4.10 (openbaar onderwijs) cao po. Hoe moet worden opgezegd en welke opzeggingstermijn moet in acht worden genomen is te vinden in artikel 3.11 en 3.14 (bijzonder onderwijs) en artikel 4.11 (openbaar onderwijs) cao po.

    Tussentijdse opzegging van een vervanging omdat de voorkeur uitgaat om de vervangingen door een ander te laten opvangen, is niet mogelijk. Ook hier moet een van de gronden uit de cao po worden gehanteerd.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Wanneer wordt een tijdelijk dienstverband omgezet in een vast dienstverband?

    Wanneer opeenvolgende tijdelijke contracten worden omgezet in een vast contract staat beschreven voor het bijzonder onderwijs beschreven in artikel 7:668a BW en artikel 3.5 CAO PO en voor het openbaar onderwijs in artikel 4.5 PO. 

    De hoofdregel in het bijzonder onderwijs is: arbeidsovereenkomsten op basis van artikel 3.1 CAO PO die elkaar opvolgen en een termijn van 24 maanden of het aantal van 3 overeenkomsten overschrijden, worden omgezet in een vast contract.

    Voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten ten behoeve van vervanging is een uitzondering op deze hoofdregel gemaakt. Pas als opeenvolgende overeenkomsten de termijn van 36 maanden overschrijden of het aantal van 6 overeenkomsten, wordt de arbeidsovereenkomst omgezet in een vast contract.

    Bij overeenkomsten uitsluitend ter vervanging van een zieke leraar geldt dat er een onbepaald aantal contracten binnen 36 maanden afgesloten kan worden.

    De hoofdregel in het openbaar onderwijs is: gedurende drie jaren mogen werkgevers en werknemers een onbeperkt aantal tijdelijke aanstellingen aangaan, mits deze tijdelijke aanstellingen zijn gebaseerd op de gronden in artikel 4.3 (vervanging, tijdelijke vacature, etc.). Wanneer deze termijn van 36 maanden wordt overschreden, dan heeft de werknemer recht op een vast dienstverband, zie artikel 4.5 lid 1 CAO PO.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Wanneer worden dienstverbanden als opeenvolgend beschouwd?

    Voor het bijzonder onderwijs geldt dat dienstverbanden als opeenvolgend worden beschouwd indien ze elkaar binnen zes maanden opvolgen. In het openbaar onderwijs worden dienstverbanden als opeenvolgend beschouwd indien ze elkaar binnen drie maanden opvolgen.

  • Als een werknemer een overeenkomst voor bepaalde tijd krijgt aangeboden, kan de werkgever dan zelf de benoemings- of aanstellingsgrond kiezen?

    De werkgever is gebonden aan een van de benoemings-of aanstellingsgronden van artikel 3.2, 3.3 en 3.4 (bijzonder onderwijs) en artikel 4.2, 4.3 en 4.4 (openbaar onderwijs) CAO PO. In de desbetreffende artikelen is opgenomen voor welke duur de aanstelling of benoeming kan worden aangegaan. 

De Wet werk en zekerheid

  • Wanneer is het mogelijk om een werknemer in twee functies te benoemen of aan te stellen?

    Een werknemer kan worden benoemd of aangesteld in twee onderwijsondersteunende functies of een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functie, als er een verschil is van meer dan drie schalen tussen de bij die functies behorende maximumschalen. In onderstaand schema is opgenomen welke combinatie van een onderwijsgevende en een onderwijsondersteunende functie mogelijk is.

    Onderwijsgevende functie in schaal

    Onderwijsondersteunende functie in schaal

    L10 (oud schaal LA en schaal 9)

    1 t/m 6 en 14

    L11 (oud schaal LB en schaal 10)

    1 t/m 7 en 15

    L12 (oud schaal LC en schaal 11)

    1 t/m 8 en 16

    L13 (oud schaal LD en schaal 12)

    1 t/m 9 en 17

     

     

  • Wat zijn de regels voor aanpassing van de arbeidsduur?

    Op grond van de Wet flexibel werken geldt dat de werknemer een verzoek tot aanpassing ten minste twee maanden voor de ingangsdatum in moet dienen, zie art. 2 lid 3 van deze wet. Er geldt geen opzegtermijn, maar wel deze twee maanden uit de wet.
     

  • Welke tijdelijke dienstverbanden tellen mee in de nieuwe ketenregeling WWZ ?

    Onderstaande is gebaseerd op de wettelijke ketenregeling zoals op grond van de WWZ gewijzigd op 1 juli 2015.
    Voor de PO-sector geldt echter overgangsrecht tot uiterlijk 1 juli 2016.

    Bij aanvang van een nieuw contract ná 1 juli 2015 geldt het nieuwe recht en de nieuwe ketenbepaling voor het bijzonder onderwijs. Er moet dan gekeken worden naar de voorafgaande contracten. Het laatste contract telt voor aantal en duur van de ketenregeling gewoon mee als er geen periode van meer dan 6 maanden tussen zit. Daaraan voorafgaande contracten tellen ook mee als er geen periode van meer dan 3 maanden tussen twee contracten heeft gezeten. Alleen als er wel een periode van meer dan 3 maanden tussen 2 contracten is geweest, is de keten doorbroken.

    Voorbeeld 1 (Keten niet doorbroken)
    Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

    A) 01-11-2014  tot 01-12-2014

    B) 15-12-2014  tot 01-03-2015

    C) 01-04-2015  tot 06-07- 2015

    D) Nieuw contract m.i.v. 13-07-2015

    Voor A/B/C geldt het oude recht, ze zijn aangevangen vóór 1 juli 2015. Er is geen periode van langer dan drie maanden tussen de dienstverbanden; ze vormen een doorlopende keten.
    D start ná 1 juli 2015; het nieuwe recht is van toepassing. Er wordt gekeken naar de voorafgaande contracten. Het laatste (C) telt voor aantal en duur van de ketenregeling gewoon mee omdat er tussen einde C en aanvang D minder dan 6 maanden zit. A en B tellen ook mee omdat daar geen periode van meer dan 3 maanden tussen zit.
    Conclusie: D is het vierde contract in de reeks en daardoor is er sprake van een vast dienstverband.

    Voorbeeld 2 (Keten doorbroken op basis van het oude recht)
    Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

    A) 01-11-2014  tot 01-12-2014

    B) 15-12-2014  tot 01-02-2015

    C) 05-05-2015  tot 06-07- 2015

    D) Nieuw contract m.i.v. 13-07-2015

    Tussen einde B en begin C zit meer dan 3 maanden. C is gestart vóór 1 juli. Op grond van het oude recht is de keten dan doorbroken en is C de eerste in een nieuwe keten.
    Tussen C en D zit minder dan 6 maanden waardoor de keten op basis van het nieuwe recht niet doorbroken is. D is dus het tweede contract in de keten.

    Voorbeeld 3
    Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

    A) 01-04-2013  tot 01-04-2015

    B) Voornemen nieuw contract m.i.v. 01-07-2015

    Tussen A en B zit minder dan 6 maanden. A telt dus mee, in dit geval niet relevant voor het aantal contracten maar wel voor de maximale duur van 24 maanden: bij aanvang B is die duur overschreden waardoor er sprake is van een vast dienstverband.

    Ook als er vele tijdelijke dienstverbanden zijn geweest (al dan niet op een verzamelakte) kunnen bovenstaande toetsen zo worden uitgevoerd.

    Klik hier voor meer informatie over de WWZ.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Arbeidsrecht actueel.

  • Wat houdt de aanzegplicht in, opgenomen in de Wet werk en zekerheid (WWZ)?

    Tijdelijke arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan voor 6 maanden of langer en die eindigen op of na 1 februari 2015, moeten door de werkgever aangezegd worden. Dat betekent dat de werkgever de werknemer minimaal een maand voor het aflopen van de arbeidsovereenkomst laat weten of de tijdelijke arbeidsovereenkomst wordt voorgezet en zo ja, onder welke voorwaarden. Deze verplichting geldt alleen voor werkgevers in het bijzonder onderwijs.

    De aanzegplicht is niet van toepassing wanneer de arbeidsovereenkomst niet op een specifieke datum afloopt, maar bijvoorbeeld afhankelijk is van de duur van ziekte van een andere medewerker. Dat komt omdat je dan niet van tevoren weet wanneer de arbeidsovereenkomst precies eindigt. Het is dan ook niet mogelijk de arbeidsovereenkomst een maand van tevoren op te zeggen.

    Als de werkgever niet of niet op tijd aanzegt, verandert dit het einde van de arbeidsovereenkomst niet maar moet de werkgever een vergoeding betalen omdat hij de werknemer niet op tijd heeft geïnformeerd. Dit heeft dus een financieel gevolg en geen rechtspositionele gevolgen (opzeggen arbeidsovereenkomst).