Duurzame inzetbaarheidsregeling

  • Kunnen de gespaarde basisuren voor duurzame inzetbaarheid uitbetaald worden bij einde dienstverband?

    De uren ten behoeve van studieverlof kunnen worden uitbetaald als het dienstverband op initiatief van de werkgever beëindigd of niet verlengd wordt voordat deze studieverlofuren kunnen worden genoten.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Mogen de duurzame inzetbaarheidsuren worden gesplitst, bijvoorbeeld 20 uur voor scholing en 20 uur voor mobiliteit?

    Over de wijze waarop de duurzame inzetbaarheidsuren worden ingezet, wordt met de individuele medewerker afspraken gemaakt. In dit gesprek kan vrij worden bepaald hoe de uren zullen worden ingezet. De PO-Raad raadt aan om deze afspraken schriftelijk vast te leggen. 

     

  • Mogen de 40 uur voor duurzame inzetbaarheid worden opgespaard?

    In overleg kan worden afgesproken dat de uren gedurende maximaal drie jaar worden gespaard voor een vooraf vastgesteld doel. Als de uren na drie jaar niet zijn gebruikt, overleggen werkgever en werknemer over hoe de uren alsnog kunnen worden ingezet. Bij ontslag op initiatief van de werkgever vindt uitbetaling plaats van volgens afspraak gespaarde uren. De PO-Raad raadt aan om de afspraken schriftelijk vast te leggen. 

  • Hoe hoog is de eigen bijdrage voor de duurzame inzetbaarheidsregeling?

    Er is geen eigen bijdrage voor de duurzame inzetbaarheidsregeling.

  • Hoe wordt bepaald hoe het budget van 40 uren voor duurzame inzetbaarheid wordt ingezet?

    In artikel 8A.3 van de cao voor primair onderwijs (CAO PO 2019-2020) worden een aantal bestedingsdoelen genoemd. De werknemer mag zelf bepalen hoe hij de uren wil inzetten wanneer hij kiest uit één van deze doelen. Indien hij een andere besteding wenst, kan dat slechts in overleg met de leidinggevende. Afspraken over de inzet van de uren worden geconcretiseerd in de gesprekscyclus. De CAO noemt hiervoor geen concrete datum, maar het ligt voor de hand dit te doen in het gesprek over de taken, werkdagen enzovoorts dat voor de zomer plaatsvindt. De werknemer legt achteraf verantwoording af over de feitelijke besteding van de uren in relatie tot de afgesproken inzet. In overleg kunnen de duurzame inzetbaarheidsuren maximaal drie jaar voor een bestedingsdoel worden gespaard. Deze spaarafspraak wordt schriftelijk vastgelegd.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Waar mag de duurzame inzetbaarheidsregeling voor alle medewerkers aan worden besteed?

    Het budget van 40 uur is bedoeld om de duurzame inzetbaarheid van de medewerker te vergroten. Als doel voor deze uren kan gedacht worden aan scholing, mobiliteitsbevorderende maatregelen (zoals stages), coaching, peer review of intervisie. De werknemer kan er ook voor kiezen de uren in te zetten op niet-plaats- en/of –tijdgebonden werkzaamheden. Dit betekent dat de medewerker ervoor kiest om uren die hij aan bepaalde taken besteed die niet-plaats- en/of –tijdgebonden zijn, daadwerkelijk op een andere plek of een ander tijdstip uitvoert. Voor de medewerker die hiervoor kiest kan dus niet worden bepaald dat hij 40 uur per week op school aanwezig is. 

    De opsomming van bestedingsdoelen is niet limitatief. Het budget heeft echter wel als doel de duurzame inzetbaarheid te vergroten. Vrij opneembaar verlof hoort hier niet bij.

  • Wat houdt de duurzame inzetbaarheidsregeling in?

    De duurzame inzetbaarheidsregeling bestaat uit drie elementen:

    • Elke medewerker krijgt een budget van 40 uur per jaar;
    • Startende leraren (ingeschaald in schaal L10-1/L11-1/L12-1 tot en met L10-3/L11-3/L12-3) en zij-instromers krijgen daarbovenop een bijzonder budget van 40 uur per jaar;
    • Oudere werknemers krijgen op de standaard 40 uur vanaf hun 57e een bijzonder budget van 130 uur per jaar;
    • Alles wordt toegekend naar rato van de omvang van het dienstverband.

Duurzame inzetbaarheidsregeling voor startende leerkrachten

  • Heeft een zij-instromer ook recht op het bijzonder budget voor startende leerkrachten?

    Zij-instromers hebben ook recht op de 40 uur per jaar bijzonder budget, naast de 40 uur voor duurzame inzetbaarheid. 

  • Wat houdt het bijzondere budget voor startende leerkrachten in?

    Startende leraren (ingeschaald in schaal L10-1/L11-1/L12-1 tot en met L10-3/L11-3/L12-3) krijgen een extra budget van 40 uur per jaar (deeltijders naar rato). Er worden afspraken gemaakt over de inzet van dit budget. Het bijzondere budget voor startende leerkrachten kan niet worden opgespaard of worden ingezet voor vrij opneembaar verlof.

Duurzame inzetbaarheidsregeling voor 57+ers

  • Wat houdt het bijzondere budget voor oudere werknemers in?

    Werknemers hebben vanaf 57 jaar recht op een bijzonder budget van 130 extra uur per jaar (deeltijders naar rato). Ze krijgen dat naast het basisbudget van 40 uur ten behoeve van duurzame inzetbaarheid. Indien werknemers na de AOW-gerechtigde leeftijd ervoor kiezen langer door te werken, bestaat er geen recht meer op dit budget.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Mag het bijzondere budget voor ouderen worden gespaard?

    Het totale budget (40 + 130 uur) mag gedurende maximaal 5 jaar worden gespaard. De opname mag niet meer bedragen dan 340 uur per jaar. Indien er 340 uur per jaar wordt opgenomen, wordt de eigen bijdrage gebaseerd op maximaal 260 uur (dan neemt de werknemer namelijk 2 keer het duurzame inzetbaarheidsbudget van 40 uur tegelijk op). De werknemer kan de uren van dit totale budget niet alleen inzetten voor bestedingsdoelen zoals scholing of coaching, maar ook voor het nemen van een sabbatical, extra zorgverlof of recuperatie-verlof.

  • Mogen de 40 basisuren voor duurzame inzetbaarheid worden ingezet voor verlof, voordat het bijzondere budget (voor de 57+-ers) wordt ingezet voor verlof?

    Nee, de 40 basisuren mogen alleen worden ingezet voor verlof, indien ook de rest van de uren worden ingezet voor verlof. Het is niet de bedoeling dat de medewerker deze 40 uur gebruikt om een week vrij te zijn en de rest van de 130 uur inzet voor een ander doel van duurzame inzetbaarheid.

    Dit heeft te maken met de eigen bijdrage. Als het bijzonder budget van 130 uur wordt ingezet voor duurzame inzetbaarheid, dan hoeft er geen eigen bijdrage over te worden betaald. Indien ervoor wordt gekozen het budget in te zetten voor verlof, geldt voor de extra 130 uur een eigen bijdrage van 50% over het salaris (dan wel 40% voor de medewerkers in een functieschaal 8 of lager). Over de 40 uren uit het basisbudget hoeft nooit een eigen bijdrage te worden betaald, ook niet als het wordt ingezet voor verlof.  De 40 basisuren voor duurzame inzetbaarheid mogen daarom alleen worden ingezet voor verlof, indien ook de uren van het bijzonder budget voor verlof worden gebruikt. 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Wat is de eigen bijdrage over het bijzonder budget voor 57+ers?

    Als het bijzonder budget van 130 uur wordt ingezet voor duurzame inzetbaarheid, dan hoeft er geen eigen bijdrage over te worden betaald. Indien ervoor wordt gekozen het budget in te zetten voor verlof, geldt voor de extra 130 uur een eigen bijdrage van 50% over het salaris en 40% voor werknemers in schaal 8 of lager. Over de 40 uren uit het basisbudget hoeft nooit een eigen bijdrage te worden betaald, ook niet als het wordt ingezet voor verlof. De 40 basisuren voor duurzame inzetbaarheid mogen alleen worden ingezet voor verlof, indien ook uren voor het bijzonder budget voor verlof worden gebruikt. 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Waar mag het bijzondere budget voor ouderen aan worden besteed?

    Voor de 130 extra uren gelden dezelfde bestedingsdoeleinden als voor de overige 40 uur. Senioren mogen het bijzondere budget van 130 uur echter ook inzetten voor verlof. Zij betalen dan wel een eigen bijdrage. Indien zij alle 130 uur van het bijzonder budget inzetten voor verlof mogen zijn ook de 40 uur van het basisbudget inzetten voor verlof (over deze 40 uur betalen ze dan geen eigen bijdage).

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

BAPO overgangsrecht

  • Welke medewerkers kunnen gebruik maken van het BAPO overgangsrecht?

    Medewerkers die gebruik maakten van de BAPO op 30 september 2014 kunnen gebruik maken van het overgangsrecht. Sinds 1 oktober 2014 is de nieuwe regeling voor duurzame inzetbaarheid van kracht, die voor alle medewerkers beschikbaar is.

    Medewerkers waren niet verplicht het overgangsrecht te gebruiken als zij BAPO-verlof genoten op 30 september 2014. Zij konden er op 1 oktober 2014 vanaf zien. Elk schooljaar kunnen medewerkers die er gebruik van maken hun verlof verminderen of stoppen. Als dit leidt tot verdringing dan weigert de werkgever de vermindering of zal het gebruik van de uren voor verlof stoppen. De toets op verdringing gold niet op 1 oktober 2014.

    Medewerkers die op 30 september 2014 hun BAPO-verlof niet geheel gebruikten, kunnen hun overgangsrecht wel geheel gaan gebruiken. Uitbreiding van het gebruik van uren voor verlof kon de eerste keer op 1 januari 2015 en kan daarna ieder jaar per schooljaar.

     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Welke rechten hebben medewerkers met kleine BAPO onder het BAPO overgangsrecht?

    Medewerkers met kleine BAPO (maximaal 170 uur) hebben recht op het basisbudget van 40 uur via de duurzame inzetbaarheidsregeling. Zij hebben daarnaast 130 uur overgangsrecht tegen een eigen bijdrage van 50 % (danwel 40 % voor medewerkers in salarisschaal 8 of lager). Werknemers kunnen maximaal 5 jaar van deze regeling gebruik maken. Zodra ze 57 jaar zijn, vallen ze onder de nieuwe duurzame inzetbaarheidsregeling.

    De werknemer kan de uren van het basisbudget omzetten in verlof, ook als niet alle uren van het overgangsbudget voor verlof zijn gebruikt. Voor de verlofuren op basis van het basisbudget geldt geen eigen bijdrage. In dit geval geldt dat het basisbudget 23,5% (40/170) van het totaal aantal uren verlof uitmaakt. De eigen bijdrage wordt berekend over 76,5% (130/170) van de verlofuren. De niet in verlof omgezette uren van het basisbudget kunnen worden ingezet voor de genoemde bestedingsdoelen van het basisbudget. De niet-gebruikte uren van het overgangsbudget kunnen daarvoor niet worden ingezet.

    Voorbeeld

    Iemand wil 100 uur verlof opnemen. Hij gebruikt dan 23,5% van 100 uur = 23,5 uur van zijn basisbudget. Hij gebruikt 76,5% van 100 uur = 76,5 uur van zijn overgangsrecht. Over 23,5 uur wordt geen eigen bijdrage betaald, over 76,5 uur wordt wel een eigen bijdrage (van 50% of 40 %) betaald.

    De resterende (40 – 23,5 =) 16,5 uur van het basisbudget kan hij nog besteden aan de bestedingsdoelen van het basisbudget (zonder eigen bijdrage).

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Welke rechten hebben medewerkers met grote BAPO onder het BAPO overgangsrecht?

    Medewerkers met grote BAPO mogen direct gebruikmaken van de duurzame inzetbaarheidsregeling inclusief het bijzonder verlof van 130 uur (naar rato) voor oudere werknemers (ook als de medewerker pas 56 jaar is). Daar bovenop mogen zij nog 170 uur extra BAPO-verlof opnemen (deeltijders naar rato) met een eigen bijdrage van 50% (danwel 40% voor medewerkers tot en met schaal 8). Medewerkers behouden dit recht tot aan de pensioendatum. Indien zij ervoor kiezen daarna door te werken, komt dit recht op de AOW-gerechtigde leeftijd te vervallen.

    Samengevat: De werknemer van 57 jaar en ouder met overgangsrecht vanuit de grote PABO heeft recht op:

    • Basisbudget duurzame inzetbaarheid (geen eigen bijdrage)
    • Bijzonder budget voor oudere werknemers (met eigen bijdrage)
    • Overgangsbudget BAPO-regeling (met eigen bijdrage)

    Al deze uren kunnen worden ingezet voor verlof. Wanneer de werknemer 340 uur verlof wil genieten, gebruikt hij alle drie de budgetten volledig. Als de werknemer minder dan 340 uur wil inzetten voor verlof heeft hij een keuze. Hij kan kiezen hoeveel uur hij uit zijn overgangsrecht wil gebruiken en hoeveel uur van de regeling duurzame inzetbaarheid (basisbudget + bijzonder budget). Bij het gebruik van uren voor duurzame inzetbaarheid geldt dat altijd 23,5% (40/170) van deze uren uit het basisbudget (geen eigen bijdrage) komt en 76,5% (130/170) uit het bijzonder budget (wel eigen bijdrage) dient te worden ingezet (N.B.: deze verhouding is niet onverkort van toepassing bij het opnemen van spaarverlof). De uren uit het budget duurzame inzetbaarheid die niet voor verlof worden ingezet, blijven beschikbaar voor de genoemde bestedingsdoelen. De uren uit het overgangsbudget die niet voor verlof worden ingezet, kunnen daarvoor niet worden gebruikt. 

    Voorbeelden

    340 uur verlof

    • 40 uur basisbudget
    • 130 uur bijzonder budget
    • 170 uur overgangsbudget

    Eigen bijdrage van 50% of 40% over 300 uur.

    200 uur verlof

    Keuze 1 voor laagste eigen bijdrage

    • 40 uur basisbudget
    • 130 uur bijzonder budget
    • 30 uur overgangsrecht

    Eigen bijdrage van 50% of 40% over 160 uur.

    Keuze 2 voor 200 uur verlof en andere bestedingsdoelen

    • 170 uur overgangsrecht
    • 7 uur (23,5% van 30 uur) basisbudget
    • 23 uur (76,5% van 30 uur) bijzonder budget

    Eigen bijdrage over 193 uur van 50% of 40%. 140 uur over voor andere bestedingsdoelen.

     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Wat zijn de BAPO regelingen en waarom staat daar een overgangsregeling over in de cao?

    De BAPO-regeling (Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen) is afgeschaft in de CAO PO 2014-2015. Hiervoor is de Duurzame Inzetbaarheidsregeling opgenomen. Alle medewerkers kunnen gebruik maken van deze nieuwe regeling. Voor werknemers vanaf 57 jaar geldt een extra bijzonder budget voor oudere werknemers. 

    Voor de medewerkers die op 30 september 2014 BAPO-verlof genoten, geldt naast de nieuwe regeling de BAPO-overgangsregeling. Indien gewenst kan men in plaats van de overgangsregeling kiezen voor het bijzonder budget voor oudere werknemers (de structurele regeling).

    Er was sprake van een ‘kleine’ en een ‘grote’ BAPO regeling. De kleine regeling gaf de medewerker 170 uur verlof per jaar bij een volledige benoeming met een eigen bijdrage van 35%. De grote BAPO gaf de medewerker van 57 jaar en ouder 340 uur verlof per jaar bij een volledige benoeming met een eigen bijdrage van 35%. (Voor werknemers in de schalen 1 tot en met 8 geldt een eigen bijdrage van 25%). 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Mag een medewerker zijn BAPO overgangsrecht inzetten voor duurzame inzetbaarheid?

    De BAPO-regeling (Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen) is afgeschaft. Voor de medewerker die nog BAPO uren had, is een overgangsregeling opgenomen in de cao voor primair onderwijs (CAO PO). De uren op grond van overgangsrecht kunnen niet ingezet worden voor de bestedingsdoelen die bedoeld zijn voor de duurzame inzetbaarheidsuren.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Heeft iemand die BAPO heeft gespaard, maar niet opgenomen voor 1 oktober 2014, recht op overgangsrecht?

    Nee, deze medewerker heeft geen BAPO genoten. De gespaarde BAPO wordt wel gerespecteerd, die uren blijven staan en mogen op een later moment nog worden opgenomen.

     

  • Wat gebeurt er met de spaarBAPO?

    Gespaard BAPO-verlof wordt gerespecteerd. Medewerkers worden in staat gesteld het gespaarde BAPO-verlof onder de oude voorwaarden (met een eigen bijdrage van 35% dan wel 25% voor een medewerker in salarisschaal 8 of lager) op te nemen.

     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Hoe lang geldt het BAPO overgangsrecht?

    Dat hangt ervan af of het een kleine of grote BAPO betreft. Werknemers die een kleine BAPO hadden, kunnen maximaal 5 jaar van de overgangsregeling gebruik maken. Werknemers die een grote PABO hadden, behouden het overgangsrecht tot aan hun pensioendatum. Zie voor meer informatie de antwoorden bij de vragen over overgangsrecht voor werknemers met kleine en grote BAPO.

     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.