Professionalisering algemeen

  • Een werkgever verplicht een werknemer een bepaalde cursus of teamscholing te volgen. Mag dergelijke scholing afgaan van de twee klokuren per week die beschikbaar is voor individuele professionalisering?

    In gesprek met de werknemers en het team kunnen hierover afspraken worden gemaakt. (Een deel van) de uren voor professionalisering kunnen in overleg ook worden ingezet voor bijvoorbeeld teamscholing. Maar wanneer de werknemer andere scholing wil doen, dan gaan de uren voor de door de werkgever verplichte cursus of teamscholing niet ten koste van de twee klokuren individuele professionalisering.

  • Heeft de werkgever vooraf instemming van de PMR nodig over de verdeling van het budget voor Individuele professionele ontwikkeling uit artikel 9.7?

    Nee, de werkgever legt achteraf verantwoording af aan de PMR over de besteding van dit budget. Indien niet het volledige budget van EUR 500,- per FTE is opgegaan aan scholing, dan moet de werkgever een plan presenteren over de besteding van de middelen. Het budget mag dan ook aan andere dingen dan scholing worden besteed.

  • Welke rechten heeft een werknemer als het gaat om zijn professionalisering?

    Werknemers krijgen (met uitzondering van schoolleiders) 2 klokuren per werkweek (deeltijd naar rato) de tijd voor hun professionele ontwikkeling. Deze uren hoeven niet per week te worden besteed maar mogen ook geclusterd worden en op een later moment worden gebruikt.

    De werkgever stelt op schoolniveau (brinnummer) gemiddeld €500,- per FTE beschikbaar om werknemers aan hun professionalisering te kunnen laten werken. Het is niet zo dat elke werknemer recht heeft op een budget van €500,- . Het geld wordt over het team verdeeld. Het kan dus gebeuren dat voor de professionalisering van de ene leraar 700 euro wordt uitgegeven en voor zijn collega 300 euro.

  • Wie is er verantwoordelijk voor de professionalisering van de werknemer?

    Voor alle werknemers geldt dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen professionalisering. De leidinggevende maakt jaarlijks afspraken met de medewerker over zijn ontwikkeling. Deze afspraken worden vastgelegd in een persoonlijk ontwikkelingsplan.

De startende leraar

  • Hoe ga ik in het kader van professionalisering om met de zij-instromer? Heeft een zij-instromer die binnenkomt in LA5 bijvoorbeeld dezelfde rechten als starters?

    In de CAO is dit niet geregeld. U kunt met uw werknemer samen afspreken hoe u omgaat met de professionalisering van de zij-instromer. U kunt bijvoorbeeld vergelijkbare afspraken maken als met een starter die net van de PABO komt.

  • Welk instrument moet ik gebruiken om de vaardigheden van mijn leerkrachten te beoordelen?

    Er zijn veel beproefde observatie-instrumenten beschikbaar. De PO-Raad heeft een inventarisatie naar diverse observatie-instrumenten laten uitvoeren, deze inventarisatie vindt u hier.

  • Hoe wordt bepaald of een leerkracht basisbekwaam, dan wel vakbekwaam is?

    Om tot een objectieve en transparante beoordeling te komen van de basisbekwaamheid dan wel vakbekwaamheid, maakt de werkgever gebruik van een objectief of beproefd observatie-instrument. Er zijn veel beproefde observatie-instrumenten beschikbaar. De PO-Raad heeft een inventarisatie naar diverse observatie-instrumenten laten uitvoeren, deze inventarisatie vindt u hier.

  • Heeft het niet behalen van startbekwaamheid direct rechtspositionele gevolgen?

    Uiteindelijk is het altijd aan de werkgever om hier beslissingen over te nemen. Rechtspositionele gevolgen zijn geen automatisme die voortvloeien uit de cao. Ook zal er altijd sprake moeten zijn van gedegen dossieropbouw, voordat er van rechtspositionele gevolgen sprake kan zijn.

  • Wat gebeurt er als de startende leraar na drie jaar niet basisbekwaam is, of na zeven jaar niet vakbekwaam?

    Lukt het de starter niet binnen drie jaar om basisbekwaam te zijn terwijl hij hiertoe wel in staat is gesteld met de tijd en begeleiding waar hij recht op heeft, dan kan dit rechtspositionele consequenties hebben. De werknemer kan dan bijvoorbeeld een waarschuwing krijgen, een periodiek in zijn salaris worden onthouden of zelfs ontslag krijgen.  We adviseren om voor iedere leraar een personeelsdossier in te richten waarin wordt bijgehouden wat de leraar eraan doet basis- of vakbekwaam te worden en wat zijn vorderingen zijn. In het dossier kunnen verslagen worden opgenomen van de klassenbezoeken, de bezoeken van de schooldirecteur aan de klas waar de betreffende leraar lesgeeft. In het dossier kunnen ook verslagen worden opgenomen van de vervolggesprekken over ontwikkelafspraken, de in te zetten acties en de resultaten daarvan.


    Als de startende leerkracht na zeven jaar niet vakbekwaam is, kan dit ook gevolgen hebben. Ook dit kan bijvoorbeeld leiden tot een stagnatie in de salarisdoorgroei door het niet toekennen van de volgende salarisperiodiek.

     

    Zorg er altijd voor dat er een goed onderbouwd dossier aanwezig is.
     

  • Wat zijn de financiële gevolgen voor de startende leraar als hij er minder lang over doet om basisbekwaam of vakbekwaam te worden?

    Is de startende leraar binnen de drie jaar basisbekwaam, dan doorloopt hij de salarisschaal versneld. Hij zal dan dus sneller meer verdienen. Als de starter voldoende basisvaardigheden inzet in de klas, maakt hij aanspraak op de vierde periodiek van zijn salarisschaal (bijvoorbeeld L10-4). Als deze periodiek wordt toegekend, vervalt het recht op 40 uur extra uren duurzame inzetbaarheid voor de startende leerkracht.

    Als de leerkracht binnen 7 jaar vakbekwaam is, maakt hij vervroegd aanspraak op de achtste periodiek in zijn salarisschaal (bijvoorbeeld L10-8). Een extra periodiek mag en kan gedurende een schooljaar worden toegekend.

  • Waar heeft een startende leerkracht recht op?

    Naast het persoonlijk budget duurzame inzetbaarheid heeft de startende leerkracht recht op 40 uur extra uur ‘duurzame inzetbaarheid’ per jaar (naar rato dienstverband). Die uren kunnen besteed worden aan professionalisering. Daarnaast heeft de startende leerkracht recht op begeleiding door een coach (dat mag niet de direct leidinggevende zijn). Er wordt een beproefd (dat betekent vaker gebruikt en bewezen dat het werkt) of objectief observatie-instrument gebruikt waarmee objectief en transparant kan worden bekeken wat de vorderingen van de leraar zijn. De leidinggevende beoordeelt of de werknemer basisbekwaam is en in aanmerking komt om in salarisschaal 4 te worden ingeschaald.

  • Wat is de definitie van een startende leraar?

    Met de startende leraar wordt de leerkracht bedoeld die zijn bevoegdheid heeft behaald, maar minder dan drie jaar werkervaring als leerkracht in het primair onderwijs heeft opgedaan. Het betreft leraren in het basisonderwijs tot schaal L10/L11-4 en in het speciaal (basis-)onderwijs tot L11/L12-4.