• Mijn werknemer weet al dat hij na het ouderschapsverlof minder gaat werken. Kan ik het betaald ouderschapsverlof nu al vaststellen op de nieuwe werktijdfactor of moet de werknemer het ouderschapsverlof na afloop terugbetalen?

    Het is mogelijk om voor aanvang van het ouderschapsverlof al rekening te houden met de nieuwe werktijdfactor. Zo wordt voorkomen dat de werknemer achteraf het betaald ouderschapsverlof moet terugbetalen. U kunt dit echter niet zelf beslissen, dit kan alleen in overleg met de werknemer. Op grond van de cao PO wordt het ouderschapsverlof namelijk berekend over de werktijdfactor op de dag voorafgaand aan het verlof en vindt er verrekening plaats indien de werknemer binnen zes maanden na afloop van het gehele ouderschapsverlof minder gaat werken.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Als een werknemer binnen één jaar na het verlof ontslag neemt, moet hij dan zijn salaris terugbetalen?

    Als de werknemen binnen één jaar na het verlof ontslag neemt geldt de terugbetalingsregeling uit artikel 8.21 lid 5 van de CAO PO. Deze geldt echter niet als de werknemer ontslag neemt om bij een andere onderwijsinstelling – bekostigd door de rijksoverheid - in dienst te treden (artikel 8.21 lid 6 CAO PO).

    Zie ook: Hoe moet artikel 8.21 lid 5 uit de CAO PO (terugbetalingsregeling) geïnterpreteerd worden?

     

     

  • Hoe kan een werknemer anticiperen op de terugbetalingsregeling als hij al weet dat hij na zijn verlof minder gaat werken?

    Als een werknemer van tevoren al weet dat hij na zijn verlof minder wil gaan werken, kan hij hierop anticiperen door minder uren betaald verlof op te nemen. Daarmee voorkomt de werknemers dat hij na zijn verlof moet terugbetalen. Wat betekent dit in de praktijk? 


    Enkele voorbeelden

    • Een werknemer heeft 208 uur (117 lesgebonden uren) betaald verlof opgenomen, neemt drie maanden voor de helft vrijaf en komt daarna voor 0,5 wtf terug. Hij heeft recht op 0,5 x 415 uur (233 uur lesgebonden) = 208 uur (117 uur lesgebonden) betaald verlof. Dit is het aantal dat hij heeft opgenomen, dus hij hoeft niets terug te betalen.
    • Een werknemer heeft 208 uur (117 lesgebonden uren) betaald verlof opgenomen, gaat zes maanden voor 0,25 werken en komt daarna voor 0,5 wtf terug. Hij heeft recht op 0,5 x 415 (233 lesgebonden) = 208 uur (117 lesgebonden uren) betaald verlof. Dit is het aantal dat hij heeft opgenomen, dus hoeft hij niets terug te betalen.
    • Een werknemer heeft 380 uur (213 uur lesgebonden) betaald verlof opgenomen, gaat veertien maanden een dag minder werken en komt daarna voor 0,8 wtf terug. Hij heeft recht op 0,8 x 415 (233 lesgebonden) = 332 uur (186 lesgebonden uren) betaald verlof. Hij heeft 380 uur (213 uur lesgebonden) betaald verlof opgenomen, dus betaalt het inkomen over 380 (213 lesgebonden) - 332(186 lesgebonden) = 48 uur (27 lesgebonden uren) terug.

    Zie ook: Hoe moet artikel 8.21 lid 5 van de CAO PO (terugbetalingsregeling) geïnterpreteerd worden?

     

  • Hoe moet artikel 8.21 lid 5 van de CAO-PO (terugbetalingsregeling) geïnterpreteerd worden?

    Artikel 8.21 lid 5 uit de CAO PO gaat over de terugbetalingsregeling van het betaald ouderschapsverlof. Een werknemer die binnen zes maanden na afloop van het betaalde en eventueel daaropvolgende onbetaalde ouderschapsverlof minder gaat werken dan zijn oorspronkelijke betrekkingsomvang betaalt het salaris terug dat hij heeft ontvangen over de omvang waarmee zijn werktijdfactor wordt verminderd. Hier blijken in de praktijk verschillende interpretaties over te bestaan. Hoe zit het nou precies?

    Recht op betaald ouderschapsverlof gekoppeld aan werkfactor.

    Het recht op betaald ouderschapsverlof is altijd gerelateerd aan de werktijdfactor die de werknemer tijdens of binnen zes maanden na afloop van het (totale) verlof heeft. Is die werktijdfactor lager dan voor het verlof, dan heeft de werknemer te veel betaald ouderschapsverlof genoten. Daarom betaalt die werknemer terug.

    Voorbeelden

    Hoe werkt deze terugbetalingsregeling in de praktijk? Enkele voorbeelden:

    Een werknemer met een werktijdfactor van 1,0 heeft 415 uur betaald verlof opgenomen, neemt drie maanden volledig vrijaf en komt daarna voor 0,5 wtf terug. Hij heeft dus recht op 0,5 x 415 = 208 uur betaald verlof. Hij heeft echter 415 uur betaald verlof genoten en betaalt het salaris over 415 uur - 208 uur = 207 uur terug. Uitgaande van lesgebonden uren betekent dit 233 uur lesgebonden bij een wtf van 1,0. Bij een wtf van 0,5 gaat het om 117 (0,5 x 233)lesgebonden uren betaald verlof. Hij betaalt dus 233 - 117 uur = 116 lesgebonden uren terug.

    Een werknemer met een werktijdfactor van 1,0 heeft 415 uur betaald verlof opgenomen, gaat zes maanden voor de helft werken en komt daarna voor 0,5 wtf terug. Hij heeft recht op 0,5 x 415 = 208 uur betaald verlof. Hij heeft echter 415 uur betaald verlof genoten en betaalt het salaris over 415 uur - 208 uur = 207 uur terug. Uitgaande van lesgebonden uren betekent dit 233 uur lesgebonden bij een wtf van 1,0. Bij een wtf van 0,5 gaat het om 117 (0,5 x 233)lesgebonden uren betaald verlof. Hij betaalt dus 233 - 117 uur = 116 lesgebonden uren terug.

    Een werknemer met een werktijdfactor van 1,0 heeft 415 uur betaald verlof opgenomen, gaat vijftien maanden één dag minder werken en komt daarna voor 0,8 wtf terug. Hij heeft recht op 0,8 x 415 = 332 uur betaald verlof. Hij heeft echter 415 uur betaald verlof opgenomen, dus betaalt het inkomen over 415 uur - 332 uur = 83 uur terug. Uitgaande van lesgebonden uren betekent dit bij een wtf van 0,8 x 233 = 186 lesgebonden uren betaald verlof. Hij heeft 233 uur lesgebonden genoten, dus hij betaalt 233 - 186 = 47 lesgebonden uren betaald ouderschapsverlof terug.

  • Kan de werkgever met de vrouwelijke werknemer afspraken maken wanneer zij haar kind kan haar kind kan voeden en of dit van de lesgevende of niet lesgevende taken wordt afgehaald?

    De regels rondom borstvoeding zijn vastgelegd in artikel 4:8 van de Arbeidstijdenwet:

    Artikel 4:8 (Arbeidstijdenwet)

    1. Een vrouwelijke werknemer, die een borstkind voedt, heeft, indien zij de werkgever hiervan in kennis heeft gesteld, gedurende de eerste 9 levensmaanden van dat kind het recht de arbeid te onderbreken ten einde in de nodige rust en afzondering haar kind te voeden dan wel de borstvoeding te kolven. De werkgever biedt haar daartoe de gelegenheid en stelt, waar nodig, een geschikte af te sluiten besloten ruimte ter beschikking.
    2. De onderbrekingen, bedoeld in het eerste lid, vinden plaats zo vaak en zo lang als nodig is doch bedragen gezamenlijk ten hoogste een vierde van de arbeidstijd per dienst. De vaststelling van het tijdstip en de duur van de onderbrekingen vindt plaats door de betrokken vrouwelijke werknemer na overleg met de werkgever.
    3. De duur van de onderbrekingen, bedoeld in dit artikel, gelden voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen als arbeidstijd, waarover de vrouwelijke werknemer haar aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon behoudt.
    4. Elk beding waarbij ten nadele van de vrouwelijke werknemer wordt afgeweken van dit artikel, is nietig.

    In de cao PO is hier niets over opgenomen.

    U hoeft de kolfafspraken niet te verwerken in de normjaartaak, zoals bij ouderschapsverlof gebeurt. In dit geval is geen sprake van verlof, maar van de mogelijkheid om het werk te onderbreken om te kunnen kolven of borstvoeding te geven. Wij raden u aan om met betrokkene in gesprek te gaan en af te spreken wanneer zij gaat kolven. U kunt dan bijvoorbeeld afspreken dat dit deels in lesgebonden en niet lesgebonden tijd plaatsvindt en deels in de pauze. Van beide partijen mag verwacht worden dat zij zich als goed werknemer/werkgever gedragen en dat zij zich constructief opstellen in het overleg.

    Overigens wordt dit verlof niet bekostigd door het VF als er een vervanger wordt aangesteld. Dat dient de werkgever uit het lumpsumbudget te bekostigen.

     

  • Als het lang buitengewoon verlof is afgelopen, hoe dient de werkgever om te gaan met de functie van de werknemer: Krijgt de werknemer zijn ‘oude’ functie weer terug?

    Dit is opgenomen in artikel 8.16 CAO PO. Het terugplaatsen is afhankelijk van of er een vacature beschikbaar is en of dat de werknemer in een passende functie herplaatst kan worden. Is dit niet mogelijk, dan kan dit een grond voor opzegging of ontslag opleveren respectievelijk vermindering van de taakomvang boven de normbetrekking.

  • Welke voorwaarden kan de werkgever verbinden aan het lang buitengewoon verlof, zoals opgenomen in artikel 8.14 lid 1 cao PO?

    Gedacht moet bijvoorbeeld worden aan de situatie dat de werknemer tijdens het lang buitengewoon verlof zich ziek meldt. 

     

  • Wanneer kan een werknemer een beroep doen op artikel 8.7 lid 3 of 8.8?

    In artikel 8.7 is het imperatief kort buitengewoon verlof geregeld. In artikel 8.7, eerste lid, wordt een aantal concrete gevallen genoemd waarin de werkgever de werknemer onder alle omstandigheden verlof dient te verlenen. Aanvullend bepaalt het derde lid dat de werkgever op grond van goed werkgeverschap eveneens verlof dient te verlenen in andere situaties waar de werknemer (buitenwettelijke) verplichtingen moet nakomen die slechts in werktijd kunnen worden vervuld. Gedacht dient dan te worden aan het ophalen van documenten, het bezichtigen van een woning, het bijwonen van een doopplechtigheid in de gevallen waarin dat niet op zondag gebeurt en het begeleiden van een ziek kind naar het ziekenhuis. Kenmerk van dit verlof is dat het altijd om situaties gaat waarin de werknemer slechts een deel van de werkdag verzuimt.

    Indien de werknemer als gevolg van de omstandigheden genoemd in artikel 8.7, derde lid, een hele dag verzuimt, wordt deze dag geacht onderdeel uit te maken van de dagen waarop hij op grond van artikel 8.8 recht heeft. Dit artikel is echter ruimer en geldt ook voor gevallen waarin de werknemer thuis wil blijven om een ziek kind, de echtgenoot, de ouders of andere (bloed)verwanten te verzorgen of aanwezig wenst te zijn bij het huwelijk of de promotie van een goede vriend(in).

     

  • Stel, beide ouders zijn voogd, maar de kinderen zijn de ene week bij de ene ouder en de andere week bij de andere, hebben zij dan toch beiden recht op ouderschapsverlof?

    Ja, als beide ouders voogd zijn, hebben zij allebei recht op ouderschapsverlof.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Zijn wij als bestuur verplicht om een verzoek voor betaald ouderschapsverlof te honoreren?

    Ja, betaald ouderschapsverlof is een recht van de werknemer. Alleen als u daarvoor gegronde redenen heeft en uw werknemer daarmee instemt, kan het verlof op een andere periode dan gevraagd plaatsvinden.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of de onderwerpen Cao primair onderwijs en HRM.

  • Kun je ouderschapsverlof opschorten bij ziekte of zwangerschaps-en bevallingsverlof als het ouderschapsverlof al loopt?

    Ja, dat is verplicht op grond van artikel 8.19 lid 9 CAO PO. 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of de onderwerpen Cao primair onderwijs en HRM.

  • Hoe wordt bij ouderschapsverlof de inhouding op het salaris geregeld?

    Als een werknemer gebruikmaakt van het betaald ouderschapsverlof, ontvangt deze tijdens die periode 55% van zijn salaris. Elke maand dat een werknemer geniet van dit betaald ouderschapsverlof, wordt een gelijk percentage op zijn of haar salaris in mindering gebracht. Dit percentage wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

    A /(415 x wtf) x 135% / B

    Daarbij geldt:      

    • A = het aantal uren betaald ouderschapsverlof dat de werknemer opneemt
    • 415 = het aantal klokuren betaald ouderschapverlof bij een normbetrekking
    • wtf = werktijdfactor
    • 135% = de totale korting op het salaris (3 x 45% = 135%)
    • B = het aantal maanden dat de werknemer betaald ouderschapsverlof opneemt, waarbij de beginmaand en eindmaand in principe als volle maanden meetellen.

     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of de onderwerpen Cao primair onderwijs en HRM.

  • Op hoeveel uur ouderschapsverlof heeft een werknemer recht in het primair onderwijs?

    Een werknemer heeft bij een volledig dienstverband voor elk kind onder de acht jaar recht op maximaal 1040 uur ouderschapsverlof. Deze 1040 uur zijn opgebouwd uit 415 betaald en 625 uur onbetaald ouderschapsverlof.

     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of de onderwerpen Cao primair onderwijs en HRM.

  • Aan welke eisen moet een aanvraag voor ouderschapsverlof voldoen?

    Een werknemer moet het ouderschapsverlof schriftelijk en minimaal acht weken voor het gewenste tijdstip van ingang aanvragen. In de aanvraag moet staan:     

    • De periode waarvoor de werknemer het verlof aanvraagt.
    • Het aantal verlofuren per week.
    • De spreiding van het aantal uren over de week.

    Als werkgever kunt u de werkgever ook vragen om een afschrift uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA) om het recht op het verlof aan te tonen. Dit is niet verplicht, maar u kunt het wel eisen. En zodra dat mogelijk is, deelt de werknemer ook de naam en geboortedatum mee van het kind of de kinderen waarvoor hij of zij ouderschapsverlof aanvraagt. De werknemer bepaalt de ingangsdatum van het verlof in overleg met de werkgever. Kijk voor meer informatie hierover in artikel 8.19 lid 5 in de CAO PO.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of de onderwerpen Cao primair onderwijs en HRM.