Helpdesk Schoolgebouwen

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen Schoolgebouwen

  • Geldt de informatieplicht voor de wet milieubeheer voor individuele scholen met een verbruik van meer dan 50.000 kWh, of ook voor besturen met een gezamenlijk verbruik van die omvang?

    In de sectoren po en vo is een instelling (of eigenlijk volgens de Wet milieubeheer; ‘inrichting’) een school. De informatieplicht geldt dus enkel voor scholen die een hoger verbruik hebben dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas (equivalent) per jaar.

    Vaak is het ook voor scholen die qua elektriciteit en gasverbruik onder deze normen verbruiken wel zinvol om de maatregelen door te nemen en te kijken welke goed uitvoerbaar zijn op uw school/scholen. Het idee is namelijk dat deze maatregelen zich doorgaans terugverdienen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Schoolgebouwen en Financiën.

  • Moeten schoolpleinen buiten schooltijd toegankelijk zijn?

    Een speelplaats bij een school heeft meestal 2 functies: als openbare ruimte en als schoolplein. Onder schooltijd is het plein in gebruik onder verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Daarna en daarvoor valt het plein feitelijk onder de openbare ruimte en draagt de gemeente (mede) verantwoordelijkheid. In verband hiermee is het wenselijk met de gemeente een convenant te sluiten waarin is opgenomen dat beide functies voorkomen en welke partij in welke situatie verantwoordelijk is indien zich op dit terrein een ongeluk voordoet. Als alles goed is onderhouden en een spelend kind het been breekt zijn in beginsel het schoolbestuur en de gemeente hiervoor niet aansprakelijk. Maar als het kind door nalatigheid van een van de partijen struikelt over een opgebroken toegangspad of omhoog gelegen tegels, dan wel ongelukkig valt of schade aan de kleding ontstaat doordat de kwaliteit van de schommel niet in orde is, een paar treden van de glijbaan zijn doorgeroest, het klimrek niet veilig is, et cetera, dient terdege rekening te worden gehouden met een aansprakelijkheidsstelling.

    Om vermelde aansprakelijkheid te voorkomen wordt steeds vaker de speelplaats na schooltijd afgesloten en zelfs na overleg met de politie, verboden toegangbordjes geplaatst. Hierdoor ontstaat voor de politie de mogelijkheid eventueel verbaliserend op te treden en zal ongetwijfeld regelmatiger door hen toezicht worden uitgeoefend. Voor de kinderen uit de buurt betekent dit echter een inperking van speelvoorzieningen, met alle mogelijke gevolgen voor de beweging van kinderen van dien. Alvorens een dergelijk bordje te plaatsen verdient het daarom aanbeveling overleg te voeren met de gemeente om te bezien of dit wel de gewenste oplossing is, respectievelijk het probleem niet alsnog anderszins kan worden ondervangen, bijvoorbeeld door een bordje te plaatsen dat het gebruik van de speelplaats na schooltijd voor eigen risico is, hetgeen minder dreigend naar de buurt overkomt.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Schoolgebouwen en School, kind & omgeving of het onderwerp Gezonde leefstijl.

  • Is de gemeente verantwoordelijk voor een constructiefout in het schoolgebouw ook al is het schoolbestuur bouwheer?

    Bij een van onze scholen is een constructiefout vastgesteld in het dak van het gebouw. Bij de totstandkoming van het gebouw was ons schoolbestuur bouwheer. De gemeente is van mening dat zij nog niet formeel kunnen beslissen over onze aanvraag in de kostenbestrijding. De gemeente is toch verantwoordelijk ondanks ons bouwheerschap? Complicerende factor is dat de aannemer die destijds betrokken was bij de bouw failliet is.

    Volgens de wet dient de gemeente de kosten van een constructiefout te vergoeden. Uiteraard moet er eerst worden vastgesteld óf er sprake is van een constructiefout.

    Het feit dat het schoolbestuur bouwheer is geweest, is niet relevant. Ook wanneer het schoolbestuur bouwheer was, blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente voor een vergoeding van een constructiefout leidend. Het enige wat roet in het eten kan gooien is wanneer de fout is ontstaan als gevolg van nalatigheid door het bestuur. Het feit dat de aannemer failliet is staat er los van. Dat betekent alleen dat de aannemer, als de constructiefout aan zijn handelen te wijten is, er niet meer op aangesproken kan worden door de gemeente. De gemeente zou anders de schade eventueel op hem kunnen verhalen.

    Als het gaat om de procedure, geldt voor de gemeente dat zij zich moeten houden aan de eigen verordening. Dus nu het als een constructiefout is erkend, en de toegezegde middelen ontoereikend zijn, zal de gemeente toch linksom of rechtsom het geheel moeten vergoeden. Artikel 30 van de Verordening onderwijshuisvesting biedt de gemeente voldoende mogelijkheden om het probleem op te lossen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen of het onderwerp Bekostiging en huisvesting.

  • De normbedragen voor nieuwbouw gaan met 40% omhoog. Wij gaan deze maand starten met de bouw van een nieuwe school. Moet onze gemeente nu ook het bouwbudget verhogen?

    Wij raden u aan om in overleg te treden met uw gemeente over het bouwbudget dat u nu ontvangt op basis van de oude normering. Met deze normering voldoet een gemeente niet aan de zorgplicht die zij heeft en kan niet voldaan worden aan de eisen van het Bouwbesluit. Ook de VNG raadt gemeenten aan om eenmalig de normbedragen voor de nieuwbouw van scholen te verhogen met 40%. De reden hiervoor is dat de jaarlijkse indexering van de normbedragen over de afgelopen jaren de werkelijke prijsontwikkelingen in de markt niet goed blijkt te hebben gevolgd. De VNG verwerkt deze correctie in de modelverordening Voorzieningen huisvesting onderwijs per 2019. Dit betekent echter niet dat deze verhoging dan ook pas in werking treedt. Als schoolbestuur kunt u nu al een beroep doen op deze verhoging.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • De ene accountant hanteert soepeler regels rond het investeringsverbod in huisvesting dan de andere. Wie heeft gelijk?

    Antwoord: Inderdaad staat het investeringsverbod formeel nog steeds in de regelgeving (artikel 148 lid 1 WPO). Echter voormalig staatssecretaris Dekker heeft eerder in de Kamer aangegeven dat “investeren” in duurzaamheid wat hem betreft mogelijk is, mits het gaat om een redelijk bedrag dat zich in redelijke termijn laat terugverdienen. Wat redelijk is, heeft hij er niet bij verteld. Deze uitspraak is door OCW niet verwerkt in de regelgeving. Het is bekend dat accountants hier verschillend mee om gaan. Sommigen kijken puur formeel naar de letter van de wet. Wat de PO-Raad betreft is dat een te enge benadering. Daarom werkt de PO-Raad mee aan voorstellen om dit in de wet aan te passen. Tot nu toe hanteert de Inspectie een terughoudend sanctiebeleid voor dit soort initiatieven. Wanneer de gemeente middelen beschikbaar stelt, voldoende om een schoolgebouw te realiseren dat voldoet aan de eisen van het bouwbesluit, dan kan een bestuur dus wel extra investeren. Een redelijke terugverdientermijn is tussen de 10 en 15 jaar. Waarschijnlijk zal de accountant in dergelijke gevallen een aantekening maken bij de controle van de jaarrekening. Het is aan het bestuur om een afweging te maken.

    Overigens zijn er ook andere mogelijkheden om dit soort voorzieningen te realiseren waardoor het geen investering meer is, maar onderdeel uitmaakt van de exploitatie . Kijk eens naar de “schooldakrevolutie”: https://schooldakrevolutie.nl/.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Ik hoor veel verhalen over constructiefouten in betonnen vloeren. Hoe weet ik of de vloeren in mijn scholen veilig zijn?

    Eind mei van dit jaar stortte bij Eindhoven Airport een parkeergarage in. Omdat uit onderzoek bleek dat een constructiefout de oorzaak is, riep het ministerie van Binnenlandse Zaken gemeenten op na te gaan welke gebouwen in hun gemeente mogelijk ook een risico lopen. Op diverse scholen is of wordt daarom in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan naar de veiligheid van de vloeren.

    Mocht u een school hebben die redelijk recent is gebouwd en u bent niet door de gemeente benaderd terwijl u wél twijfelt of de school risico loopt, dan adviseren we u zelf contact op te nemen met de gemeente (afdeling onderwijs, bouw en woning toezicht of bouwzaken).

    Omdat een schoolbestuur eigenaar en bouwheer is van haar scholen, is het bestuur namelijk ook verantwoordelijk voor de veiligheid van de schoolgebouwen. Mocht er sprake zijn van noodzakelijk herstel, dan komt de vraag aan de orde wie voor de kosten opdraait. Dat kan het bouwbedrijf zijn dat het gebouw heeft gerealiseerd. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan bepaalt artikel 92 van de Wet op het primair onderwijs dat het herstel van constructiefouten een huisvestingsvoorziening is, waarvoor de gemeente – in principe - de kosten vergoedt.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Mag ik zonder toestemming van de gemeente een leegstaand deel van de school gratis in gebruik geven aan derden?

    Het bouwen, beheren en exploiteren van scholen is een ingewikkeld proces. Volgens de wet zijn schoolbesturen bouwheer en eigenaar van het schoolgebouw. Dit eigendom wordt ook wel eens als het juridisch eigendom genoemd. Schoolbesturen zijn echter niet volledig verantwoordelijk voor de gebouwen. In de praktijk is het mogelijk ook te kiezen voor een andere eigendomsrelatie, als die beter past bij de lokale situatie en de doelstellingen die met het gebouw en de samenwerking worden nagestreefd.

    Beperkingen van eigendomsrechten

    De wet op het primair onderwijs kent een aantal beperkingen van de rechten die eigenaars van gebouwen in de "reguliere" markt wél hebben. Zo mogen scholen niet:

    • worden verkocht
    • een hypotheek vestigen
    • zonder toestemming van de gemeente verhuren of in gebruik geven van (een deel van de) huisvesting.

    Meer weten?

    Voor meer informatie over beheer en exploitatie kunt u terecht bij de Helpdesk of bij onze beleidsadviseur Gertjan van Midden.

     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Wat is volledige doordecentralisatie?

    Sinds 2015 zijn de schoolbesturen in het primair onderwijs verantwoordelijk voor zowel het binnenonderhoud als het buitenonderhoud van de schoolgebouwen. De gemeente is nog steeds de verantwoordelijke als het gaat om de bekostiging van zaken als nieuwbouw en uitbreiding.

    Volgens de wet op het primair onderwijs is het mogelijk dat de gemeente en het schoolbestuur afspraken maken om schoolbesturen zelf verantwoordelijk te maken voor nieuwbouw, uitbreiding, constructiefouten en herstel in bijzondere omstandigheden. Dit noemen we ‘volledige doordecentralisatie’. Hierbij verschuift de discussie tussen gemeenten en schoolbesturen in veel gevallen van het benodigde aantal vierkante meters naar een gezamenlijke inhoudelijke visie op huisvesting en het onderwijs zelf. 

    Meer weten?

    Wilt u meer weten over dit onderwerp, neem dan contact op met onze Helpdesk, of met onze beleidsadviseur Gertjan van Midden.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Wie is verantwoordelijk voor het schoolgebouw: bestuur of gemeente?

    De financiering van de huisvesting loopt deels rechtstreeks via de schoolbesturen als onderdeel van de lumpsum en deels via de gemeenten (het Gemeentefonds). Beide partijen hebben een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om de bekostiging, het beheer en de exploitatie van huisvesting.  

    Gemeente

    Via een stelsel van criteria ontvangen de gemeenten een algemene uitkering, het zogenoemde Gemeentefonds. Dit is een algemene uitkering, waarmee gemeenten eigen beleidsprioriteiten kan stellen. De gemeente heeft op grond van de wet de zorgplicht voor de huisvesting van scholen. In essentie betekent dat, dat er voldoende middelen beschikbaar moeten worden gemaakt waarmee nieuwe schoolgebouwen kunnen worden gerealiseerd en oude schoolgebouwen kunnen worden vervangen. De verantwoordelijkheden van gemeenten voor wat betreft onderwijshuisvesting kunnen worden samengevat in:

    • vervanging
    • nieuwbouw
    • uitbreiding en tijdelijke huisvesting
    • eerste inrichting
    • constructiefouten
    • vergoeding van schade als gevolg van bijzondere omstandigheden
    • OZB

    Schoolbestuur

    Als onderdeel van de lumpsum ontvangt het bestuur onder ander een genormeerde vergoeding voor onderhoud, energieverbruik en schoonmaak. De schoolbesturen dienen het onderhoud te bekostigen voor het terrein en gebouw als het gaat om:

    • het onderhoud van de binnenkant
    • het buitenonderhoud en aanpassingen 
    • het herstelonderhoud
    • vervanging van leer- en hulpmiddelen

    ​Geen van beide partijen is in financiële of juridische zin verantwoordelijk voor de renovatie van schoolgebouwen.   Wat doet de PO-Raad?

    Meer weten?

    Wilt u meer weten over dit onderwerp, neem dan contact op met onze Helpdesk, of met onze beleidsadviseur Gertjan van Midden.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Onze school heeft een huisvestingsreserve gevormd uit de Rijksbekostiging (alleen batige saldi t/m 1-7-2006) en de huisvestingsvergoeding gemeente (bedrag dat de normvergoeding te boven ging bij de bouw). Mogen we dit bedrag investeren in lokalen?

    Dit is wat ons betreft op het randje. Voor de invoering van de lumpsum gold er een minder strenge regel ten aanzien van de investering in huisvesting. Dus als aangetoond kan worden dat deze reserves zijn opgebouwd vóór 1 augustus 2006, geldt er meer vrijheid voor huisvestingsinvesteringen. Het betreft hier echter investeringen voor het realiseren van voorzieningen voor Kinderopvang. De vraag is of dit nog wel onder de ruimere interpretatie van artikel 148 van de WPO valt. De WPO heeft immers alleen betrekking op het PO. Uiteindelijk zal de accountant hier een oordeel over moeten vormen. Ons advies is om de casus daarom met uw accountant bespreken.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Financiën en Schoolgebouwen of het onderwerp Bekostiging en huisvesting.

Pagina's

Onderwerpen binnen Schoolgebouwen