Helpdesk Medezeggenschap

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen Medezeggenschap

  • Kunnen scholen bij een tekort aan leraren overstappen van een vijfdaagse schoolweek naar vier dagen onderwijstijd?

    De wet verbiedt een vierdaagse schoolweek, met uitzondering van zeven weken. In artikel 8 van de Wet primair onderwijs staat namelijk dat een schoolweek in beginsel vijf dagen per week duurt en vanaf groep drie maximaal zeven weken van vier dagen hebben. Scholen kunnen hierdoor wel in de knel komen met het behalen van onderwijstijd door leerlingen. Desondanks begrijpt de PO-Raad dat scholen zich door het nijpende lerarentekort gedwongen voelen een dergelijke keuze te maken.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Medezeggenschap en Werkgeverszaken of het onderwerp Aanpak lerarentekort.

  • Moet een (G)MR-lid een ouder dan wel personeelslid zijn van een school of stichting? Of mag een willekeurige belangstellende ook (G)MR-lid worden? Is daar regelgeving over?

    In artikel 4 lid 2 WMS staat dat in een GMR elke MR van de betrokken scholen is vertegenwoordigd. Het is echter niet vereist dat iemand die GMR-lid is, tevens lid is van de MR. Wel moet gewaarborgd zijn dat GMR-leden altijd een band moeten hebben - als ouder of personeelslid - met de school of een van de scholen die zij in de GMR vertegenwoordigen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Medezeggenschap of het onderwerp Medezeggenschap organiseren.

  • Heeft de GMR instemming of advies op het besluit dat het schoolbestuur eigen risicodrager (ERD) wordt voor de Ziektewet (ZW) en de Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)?

    In de Wet medezeggenschap onderwijs is niet expliciet geregeld wat de bevoegdheid is bij het besluit over te gaan tot ERD ZW en WGA. In onze optiek is er in ieder geval adviesrecht voor de GMR vanwege het feit dat er een andere aanwending van de rijksmiddelen voortvloeit uit het besluit (artikel 11 onder b WMS). Daarnaast zal een keuze voor het ERD leiden tot een ander re-integratiebeleid. Dit geeft de PGMR instemmingsbevoegdheid op grond van artikel 12 lid 1 onder k WMS (vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het re-integratiebeleid).

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Medezeggenschap en Werkgeverszaken.

  • Is het wettelijk verplicht een leerkracht zitting te laten nemen in de medezeggenschapsraad?

    Ja, in artikel 3 van de Wet medezeggenschap scholen is vastgelegd dat in de medezeggenschapsraad ouders en personeel zitting hebben (paritaire samenstelling). Met dit uitgangspunt – een medezeggenschapsraad waarin personeel en ouders (in het VO ook leerlingen) zitting hebben – wordt tot uitdrukking gebracht dat medezeggenschap in het primair en voortgezet onderwijs een zaak is van ouders en personeel (en leerlingen) gezamenlijk.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Medezeggenschap of de onderwerpen Medezeggenschap organiseren en Rollen en verantwoordelijkheden.

  • Het reglement voor de medezeggenschapsraden van onze scholen laten we vaststellen door de GMR zodat we een uniform MR-reglement hebben voor al die scholen. Is dit de juiste manier om dat te regelen?

    Het vaststellen van het reglement van de Medezeggenschapsraad (MR) is omschreven in artikel 23 van de WMS. Dit artikel gaat ervan uit dat voor iedere school afzonderlijk een reglement wordt vastgesteld en dat iedere MR van een school over zijn eigen medezeggenschapsreglement moet kunnen oordelen.

    Een en ander laat onverlet dat het bevoegd gezag de vrijheid heeft om voor iedere school een zelfde medezeggenschapsreglement vast te stellen. Het streven naar uniformiteit is legitiem en ook in beginsel redelijk.

    Stel een MR wil van het voorgestelde reglement afwijken. Het bevoegd gezag weigert dat met een beroep op de gewenste uniformiteit (ik wil als bevoegd gezag iedere MR gelijk behandelen, gelijke rechten en plichten geven etc.). Dat kan dan tot een reglementsgeschil leiden. De Landelijke Commissie Geschillen (LGC) zal dan moeten afwegen of met betrekking tot het gewraakte punt het streven van het bevoegd gezag naar uniformiteit al dan niet onredelijk is.

    Wanneer de GMR het reglement van de scholen vaststelt, is de gedachte kennelijk dat de vaststelling van een (uniform) medezeggenschapsreglement een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang is, waardoor de GMR in de bevoegdheid treedt van de afzonderlijke MR’en (artikel 16, eerste lid WMS).

    Deze redenering gaat niet op, omdat:

    • De bevoegdheid van een MR om over zijn eigen medezeggenschapsreglement een oordeel te geven expliciet in artikel 23, lid 2 WMS is geformuleerd en in het eerste lid van dat artikel is bepaald dat het bevoegd gezag voor iedere MR een reglement vaststelt.
    • Er elders in de WMS geen bepaling is, die stelt dat artikel 23 buiten toepassing blijft in het geval er een GMR is.

    Het is dus niet de bedoeling dat de GMR het reglement voor de afzonderlijke MR’en vaststelt.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Medezeggenschap of de onderwerpen Geschillen en Medezeggenschap organiseren.

Onderwerpen binnen Medezeggenschap

  • Medezeggenschap organiseren

    Alle vragen en antwoorden over dit onderwerp.

  • Geschillen

    Alle vragen en antwoorden over dit onderwerp.

  • Rollen en verantwoordelijkheden

    Alle vragen en antwoorden over dit onderwerp.