Helpdesk Passend onderwijs

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen Passend onderwijs

  • In het beleid van het samenwerkingsverband is opgenomen dat men geen aanvraag van een toelaatbaarheidsverklaring in behandeling neemt als de ouders niet met die aanvraag instemmen. Is dat een correcte handelswijze?

    Deze vraag kwam aan de orde in een zaak voor de Geschillencommissie passend onderwijs op 20 mei jl. De conclusie van de commissie was dat het beleid van het samenwerkingsverband om alleen een toelaatbaarheidsverklaring in behandeling te nemen als ouders daarmee instemmen, in strijd is met de wet. De school had zich te veel laten leiden door het standpunt van de ouders. Daarbij is passend onderwijs voor hun kind op de achtergrond geraakt. De volledige uitspraak vindt u hier.  

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Passend onderwijs of het onderwerp Geschillen.

  • Ouders van een leerling willen het dossier van hun kind inzien en daar een kopie van hebben. Zijn we verplicht om dat te doen?

    Artikel 15 AVG geeft ouders en/of leerlingen van 16 jaar of ouder het recht om te vragen welke gegevens een organisatie van hen heeft en ze mogen vragen deze gegevens in te zien (inzagerecht). Zij hebben ook recht op een kopie van het leerlingendossier, tenzij daarbij afbreuk wordt gedaan aan de rechten en vrijheden van anderen. Als de ouders of leerlingen om bijkomende kopieën vragen, kan de school op basis van de administratieve kosten een redelijke vergoeding rekenen.

    Zie voor meer informatie over het leerlingendossier: onderwijsgeschillen.nl/thema/leerlingdossier.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Passend onderwijs of het onderwerp Privacy.

  • Wat is invlechting/ontvlechting en waarom is dit nodig?

    Speciaal onderwijs en regulier onderwijs zijn voor de wet nog twee gescheiden werelden. Dat is niet in lijn met de gedachte van passend onderwijs. In het bestuursakkoord van 2014 hebben de PO-Raad en de VO-raad daarom afgesproken de invlechting van het speciaal onderwijs (so) en voortgezet speciaal onderwijs (vso) in het regulier onderwijs te gaan voorbereiden. Aanleiding hiervoor is dat de inhoudelijke verschillen tussen het (v)so en het regulier onderwijs steeds kleiner zijn geworden en de verschillen tussen so en vso groter. In Passend onderwijs werken alle scholen voor leerlingen in de basisschoolleeftijd samen in een samenwerkingsverband po en alle scholen voor leerlingen in de middelbareschoolleeftijd in een samenwerkingsverband vo. Invlechting van het (v)so is dus een logische stap.

    In de afgelopen jaren is al veel werk verzet om de mogelijkheden van de invlechting te verkennen. Daarbij werkten de PO-Raad, de VO-raad, LECSO en OCW nauw samen. In vervolg hierop onderzoeken deze partners samen met enkele scholen en samenwerkingsverbanden hoe de samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs verder kan worden gestimuleerd en welke belemmeringen daarvoor opgelost moeten worden.

    Belangen beter vertegenwoordigen

    Het uitgangspunt is dat de ontvlechting een kwaliteitsimpuls is voor het (v)so, doordat de randvoorwaarden beter worden. Leerlingen en ouders zouden zo min mogelijk moeten merken van de organisatorische kant van de invlechting. Hun belangen kunnen straks daarentegen beter vertegenwoordigd worden en er ontstaan meer kansen voor ‘normaal wat normaal kan, speciaal wat speciaal moet’.

    Wat doet de PO-Raad?

    Op basis van eerder vastgestelde knelpunten onderzoeken diverse commissies in welke vorm de invlechting het beste plaats kan vinden. Een voorbereidingswerkgroep bereidt voor, een beleidsgroep met veldvertegenwoordigers toetst en een stuurgroep ‘(v)so in de transities’ besluit. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap begeleidt deze activiteiten. 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Passend onderwijs en Speciaal onderwijs.

  • Hoe moet ik een leerling registreren in het DUO Verzuimregister die bij ons ingeschreven staat, maar thuiszit in afwachting van een passende onderwijsplek?

    Als leerlingen moeten wachten op passend onderwijs en in die tijd verzuimen, dan is dat ongeoorloofd verzuim (behalve als de leerling ziek is en ook ziek gemeld staat, dat is geoorloofd verzuim). Als het langer dan 4 weken aaneengesloten is, is sprake van langdurig relatief verzuim. Oftewel: niet melden bij overig verzuim, maar bij wettelijk verzuim 16 uur en na 4 weken aaneengesloten bij Langdurig Relatief Verzuim.

    Bron: Veelgestelde vragen op duo.nl

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Passend onderwijs.

  • Wie zitten er in een samenwerkingsverband?

    Alle scholen voor regulier en speciaal onderwijs (met uitzondering van cluster 1 en 2 voor visueel en auditief/communicatief beperkten) maken deel uit van een regionaal samenwerkingsverband. In totaal zijn er bij de invoering van passend onderwijs 152 samenwerkingsverbanden opgericht: 77 in het primair onderwijs (po) en 75 in het voortgezet onderwijs (vo). Het samenwerkingsverband ontvangt vrijwel al het geld voor de lichte en zware ondersteuning in het onderwijs in die regio. In hun ondersteuningsplan hebben de samenwerkingsverbanden vastgelegd hoe ze het geld voor extra ondersteuning inzetten.

    In het primair onderwijs bestaat een samenwerkingsverband passend onderwijs uit alle reguliere basisscholen, scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) en de scholen voor speciaal onderwijs (so) van de clusters 3 (zeer moeilijk lerend en/of langdurig ziek) en 4 (gedragsproblemen en/of psychiatrie) binnen een door de overheid bepaald gebied.

    In de samenwerkingsverbanden maken besturen voor het regulier en speciaal onderwijs onder andere afspraken over:

    • de basisondersteuning die reguliere scholen kunnen bieden;
    • welke leerlingen geplaatst kunnen worden in het speciaal (basis) onderwijs;
    • de verdeling van de ondersteuningsmiddelen.   

    Voor de leerling is het belangrijk dat samenwerkingsverbanden een dekkend voorzieningenaanbod in de regio realiseren, zodat elk kind in de vertrouwde omgeving passend onderwijs kan volgen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Passend onderwijs.

  • Vervalt bij het aflopen van het tripartiete akkoord personele gevolgen passend onderwijs het verplichte oogo?

    Nee, het tripartiete akkoord is omgezet in wet- en regelgeving. De laatste fase (verplicht oogo over resterend personeel) is geregeld in artikel 28 van de AMvB passend onderwijs (zie hieronder). Dat artikel vervalt niet per 1 augustus 2017 en blijft dus van kracht.

    Artikel 28. Overleg over niet herplaatst personeel

    1. Het samenwerkingsverband is gehouden om, wanneer een bevoegd gezag of een personeelsorganisatie daarom verzoekt, met dat bevoegd gezag en de personeelsorganisaties een op overeenstemming gericht overleg te voeren over het personeel dat in het derde schooljaar waarin artikel 77a van de wet is vervallen, nog niet zal zijn herplaatst en dat niet als gevolg van natuurlijk verloop zal zijn uitgestroomd op of voor 1 augustus 2016.

    2. Een bevoegd gezag als bedoeld in het eerste lid is, het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een centrale dienst of een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving, bedoeld in artikel 77, vierde lid, van de wet, waarbij het personeel in het schooljaar 2014–2015 in dienst is.

    3. Het personeel, bedoeld in het eerste lid, is het personeel dat op 1 mei 2012 als ambulant begeleider in dienst was bij een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of een centrale dienst.

    4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personeel, niet zijnde ambulant begeleiders, dat op 1 mei 2012 is dienst was bij een samenwerkingsverband als bedoeld in de wet, een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving, bedoeld in artikel 77, vierde lid, van de wet of een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en dat in het eerste schooljaar waarin artikel 77a van de wet is vervallen, niet zal zijn herplaatst.

    Staatsblad 2014 95 16

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Passend onderwijs.

  • Wat kan een school doen als er situaties ontstaan waarbij leerlingen een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving?

    Er is geen wettelijk kader voor fysiek beperkend handelen en het opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen in het onderwijs. Daarom is het nodig dat iedere school duidelijke afspraken maakt over het handelen van professionals.

    Lees meer hierover in de richtlijn die hiervoor, in opdracht van LECSO samen met scholen, het NJi en Stichting School en veiligheid is gemaakt. Ook de Inspectie en juristen hebben hun medewerking verleend.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Passend onderwijs en Speciaal onderwijs.

  • Klopt het dat samenwerkingsverbanden passend onderwijs geen burgerservicenummers mogen opslaan?

    Het is helaas juist dat samenwerkingsverbanden geen Persoons Gebonden Nummer (BSN/Onderwijsnummer) van leerlingen mag opslaan. Dit is in de wet passend onderwijs niet geregeld. Voor het gebruik van het PGN is een expliciete wettelijke grondslag nodig. In de memorie van toelichting van de wet “Integratie lwoo en pro in passend onderwijs” wordt aangegeven dat het gebruik van het BSN door een swv niet is toegestaan:

    “Alleen de school mag gebruik maken van het Burger Service Nummer (BSN), daarom is bij passend onderwijs besloten om samenwerkingsverbanden geen gebruik te laten maken van het BSN. [...] Net als bij het beoordelen van de zware ondersteuning in passend onderwijs zullen samenwerkingsverbanden geen gebruik maken van het BSN bij het beoordelen of een leerling is aangewezen op het lwoo of toelaatbaar is tot het pro.” (TK 33106 p. 25)

    De PO-Raad is met OCW in overleg om het gebruik van het PGN in de contacten tussen scholen en swvn alsnog te regelen. Dat vraagt een wetswijziging en dat neemt de nodige tijd in beslag.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Passend onderwijs of het onderwerp Digitale systemen.

  • Welke rol hebben de middelen voor passend onderwijs bij het berekenen van de ontslagruimte van schoolbesturen in het reguliere basisonderwijs?

    De ontslagruimte werd in het verleden bepaald door het verschil in Rijksbekostiging gedurende twee jaren. Over het algemeen geldt dat hoe meer de bekostiging stijgt, hoe kleiner de ontslagruimte wordt. De middelen voor passend onderwijs, die via de samenwerkingsbestanden bij schoolbesturen terechtkomen, hebben hier niet per definitie invloed op, zo blijkt uit een reactie van het Participatiefonds.

    Een werkgever mag een dienstverband van een werknemer beëindigen wanneer er in zijn ogen zogenoemde ‘kwalitatieve fricties’ ontstaan en de werkgever anders geen goed onderwijs meer kan verzorgen. Dergelijke fricties kunnen ook ontstaan ondanks het geld voor passend onderwijs dat via het samenwerkingsverband naar de schoolbesturen toekomt. Dat geld is namelijk bedoeld voor begeleiding van leerlingen in het kader van passend onderwijs en kan niet zomaar worden uitgegeven aan het behoud van een willekeurige werknemer.

    Een schoolbestuur die in zo’n situatie komt en een werknemer gaat ontslaan, kan een vergoedingsverzoek bij het Participatiefonds indienen. Er moet dan wel altijd overleg met de vakbonden worden gevoerd (volgens het vigerende overlegprotocol).

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Financiën, Passend onderwijs en Werkgeverszaken of de onderwerpen Bekostiging en HRM.

  • Samenwerkingsverband als schoolbestuur: wel of niet mogelijk?

    Kan het samenwerkingsverband passend onderwijs ook schoolbestuur zijn van een SBO school (in de huidige situatie Federatie Plus genoemd) of van een SO-school? Het antwoord van het ministerie van OCW hierop is nee: een samenwerkingsverband kan niet ook bestuur zijn van een school. Dat blijkt enerzijds uit de wet: in artikel 18a, van de Wpo worden de doelen en taken van het samenwerkingsverband geregeld. Hierin is niet opgenomen dat het samenwerkings-verband ook bestuur van een school kan zijn. Dit in tegenstelling tot de huidige WEC, waarin wel is geregeld dat het REC (regionaal expertisecentrum) bestuur kan zijn van een school. Daarnaast blijkt ook uit de antwoorden op schriftelijke vragen van de Eerste Kamer dat het niet de bedoeling is van de wetgever dat het samenwerkingsverband ook bestuur wordt van een school.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Passend onderwijs.

Pagina's

Onderwerpen binnen Passend onderwijs