Helpdesk HRM

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen HRM

  • Bestaat er een checklist voor het opstellen van een bestuursformatieplan?

    De PO-Raad heeft geen uitgebreide checklist. Wel is er een beknopt overzicht waarmee u aan de slag kunt met het bestuursformatieplan.

    In het bestuursformatieplan moet het bevoegd gezag aangeven welke functies van welke omvang, aard en niveau op korte en lange termijn noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van de onderwijsdoelstellingen. Uit het bestuursformatieplan moet kunnen worden afgeleid welke functies boventallig zijn, voor welke omvang en waarom. Het bestuursformatieplan bevat vervolgens in ieder geval de volgende overzichten:

    • Het meerjarenformatiebeleid en de prognoses;

    • Een overzicht van de te besteden middelen en de lumpsumbekostiging;

    • Een overzicht van de formatieopbouw en andere bestedingsdoelen;

    • Een overzicht van de besteding van middelen, de vorming van reserves en voorzieningen en de overdracht van formatie.

    Het bestuursformatieplan bevat bij voorkeur een toelichting bij de overzichten. Het verdient aanbeveling de keuzes in het bestuursformatieplan nader toe te lichten.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

  • Wie moet bij indiensttreding een Verklaring omtrent het gedrag overleggen?

    Iedereen die in het onderwijs werkt, moet bij indiensttreding een actuele Verklaring omtrent het gedrag (VOG) overleggen. De VOG mag geen kopie zijn en niet ouder dan zes maanden. Op deze pagina (alleen voor leden die zijn ingelogd op mijn.poraad.nl) vindt u meer informatie en verwijzingen naar andere websites over de Verklaring omtrent het gedrag en de verantwoordelijkheid van schoolbesturen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

  • Hoe moeten schoolbesturen omgaan bij de gegevenslevering voor het lerarenregister met leraren die aangeven géén levering van hun persoonsgegevens te willen?

    Leraren zijn vooralsnog niet verplicht om zich in te schrijven in het register, anders gezegd: de naleving van de wettelijke verplichting tot registratie wordt niet actief gehandhaafd zolang er geen herregistratiecriteria zijn vastgesteld. Leraren die voorlopig geen gebruik willen maken van de portfoliofunctie van het lerarenregister, hoeven daarvoor niet bij hun schoolbestuur aan te kloppen. Zij kunnen zelf afzien van het completeren van de gegevens en zo de portfoliotool niet ontsluiten.

    Dit besluit van minister Arie Slob doet niet af aan de verplichting voor gegevenslevering voor schoolbesturen; die is niet vrijwillig. PO-Raad, VO-raad en MBO Raad vinden het onbegrijpelijk dat Slob vasthoudt aan de verplichte levering van lerarengegevens door schoolbesturen voor een lerarenregister dat voor onbepaalde tijd is uitgesteld. De uiterste datum om de personele gegevens van alle leraren aan te leveren is wel verschoven naar uiterlijk 31 december 2018.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Opleiden, ontwikkelen en onderzoeken en Werkgeverszaken of de onderwerpen HRM en Opleiden en ontwikkelen leraren .

  • Hoe verhoudt gegevenslevering voor het lerarenregister zich tot de voorwaarden zoals gesteld in de AVG?

    De Wet beroep leraren en het daarop gebaseerde Besluit gegevenslevering zijn wat betreft de verwerking van persoonsgegevens door OCW beide uitvoerig getoetst aan onder meer de beginselen van noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit om te bepalen of een inperking op de bescherming van persoonsgegevens, waar ook de AVG op ziet, is gerechtvaardigd.

    De AVG bepaalt voorts dat gegevensverwerking gerechtvaardigd is als het doel van de verwerking te baseren is op ten minste één van de zes AVG grondslagen. Het nakomen van een wettelijke verplichting is zo’n grondslag. Dat de Wet beroep leraren nog niet volledig in werking is, doet er niet aan af dat de gegevenslevering door scholen aan DUO op een wettelijke grondslag berust.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Opleiden, ontwikkelen en onderzoeken en Werkgeverszaken of de onderwerpen HRM en Opleiden en ontwikkelen leraren .

  • Ik wil op school aan de slag met werkdruk, hoe pak ik dat aan?

    Werkdruk is een veelkoppig monster. Er zijn ontzettend veel aspecten die ervoor kunnen zorgen dat een leraar een hoge werkdruk ervaart. Die aspecten zijn verschillend per school en per persoon. Dat maakt dat de aanpak van werkdruk in moet spelen op deze verschillen.

    Volgens onderzoek van TNO kan werkdruk het best worden aangepakt door vijf stappen te doorlopen. Aan de hand van deze stappen wordt beschreven hoe scholen om kunnen gaan met werkdruk en welke hulpmiddelen daarvoor beschikbaar zijn.  

    1. Bepalen of er sprake is van werkdruk
    Om werkdruk goed aan te pakken is het belangrijk dat scholen eerst de huidige situatie analyseren. In hoeverre is er op school sprake van werkdruk? De ervaren werkdruk is onderdeel van de RI&E cyclus. Speciaal voor het primair onderwijs heeft het Vervangingsfonds de Arbomeester ontwikkeld. De Arbomeester is het branche erkende instrument om een RI & E uit te voeren. In de week van de werkstress zal de Arbocatalogus PO een ‘Werkdrukspel’ lanceren. Dit Werkdrukspel kan worden gebruikt om het gesprek over werkdruk op school voeren.

    2. Achterhalen waar werkdruk vandaan komt
    Als is vastgesteld dat er op school inderdaad een hoge werkdruk wordt ervaren, is het belangrijk om te onderzoeken waar die precies vandaan komt. Maatregelen kunnen dan gerichter worden ingezet. Om uit te zoeken waar de werkdruk vandaan komt kan gebruik worden gemaakt van de werkdrukscan. De werkdrukscan is speciaal voor het primair onderwijs ontwikkeld door het Vervangingsfonds.

    3. Plan van aanpak opstellen
    Bij het verlagen van de werkdruk kunnen veel verschillende maatregelen worden genomen. Als duidelijk is waar het probleem precies vandaan komt, kan een plan van aanpak worden opgesteld. Voor een aantal knelpunten biedt de Arbocatalogus PO manieren om ze op te lossen. Ook wordt op de website van de Arbocatalogus PO verwezen naar andere websites en instanties waar bruikbare informatie over het oplossen van werkdruk kan worden gevonden. Wij willen dat leraren en teams zo veel mogelijk zeggenschap krijgen over de aanpak van werkdruk bij hun op school.

    4. Plan van aanpak uitvoeren
    Als er een plan van aanpak ligt over hoe werkdruk kan worden verlaagt, moet het plan uiteraard worden uitgevoerd.

    5. Evaluatie
    Nadat het plan van aanpak is uitgevoerd, moet worden geëvalueerd of het plan het beoogde effect heeft gehad. Is de werkdruk ook echt verlaagd? En welke maatregelen werken wel en niet?

    Voor meer informatie over de aanpak, kijk op de website van TNO.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

  • We hebben een opslagfactor voor- en nawerk vastgesteld (45 procent). Kunt u aangeven welke werkzaamheden/taken daar onder vallen?

    Wat onder de opslagfactor valt, dient op schoolniveau te worden vastgesteld. Per school wordt een invoeringsplan opgesteld, waarin in ieder geval zijn opgenomen: 1. Welke taken onder de opslagfactor vallen en 2. Het beleid op grond waarvan de individuele opslagfactor wordt toegekend (artikel 2.13, lid 2 CAO PO). Dit invoeringsplan heeft de instemming nodig van de PMR en van de meerderheid van het personeel (artikel 2.13, lid 4 CAO PO).

    Onder de opslagfactor vallen alleen taken die een relatie hebben met het werken in de klas en niet de taken die betrekking hebben op werkzaamheden voor de totale school. Onder de opslagfactor kunnen de volgende taken vallen (niet-limitatief):

    Voorbereiden · Nakijken · Gesprekken met kinderen · Gesprekken met ouders · Intern overleg in directe relatie tot de groep · Extern overleg in directe relatie tot de groep · Dag – en weekplanning maken · Rapporteren en vastleggen van resultaten, notities en andere relevante gegevens (o.a. Parnassys, KIJK, ZIEN, leerlingvolgsysteem invullen ) · Analyseren van leerlingenwerk/ toetsen en vastleggen van resultaten · Maken van een groepsoverzicht/groepsplan/ handelingsplan/ etc. · Voorbereiden en verzorgen van rapportavonden · Voorbereiden en verzorgen van informatieavonden van de groep · Overdracht van de leerlingen · Voorbereiden voor invaller · Vervaardigen van materiaal.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

  • Ons schoolbestuur heeft in totaal honderdtwintig medewerkers in dienst, maar geen enkele school telt meer dan 25 medewerkers. Zijn wij verplicht om een risico-inventarisatie-en evaluatie-toets (RI&E-toets) uit te voeren?

    Allereerst is het belangrijk om te weten hoeveel werknemers exact in dienst zijn. Het gaat hierbij om het aantal arbeidsovereenkomsten, en niet om het aantal fte’s. Ook stagiaires worden hierbij meegeteld.

    Vervolgens kijken we naar het soort organisatie waarvan sprake is. Mogen de afzonderlijke scholen van één bestuur ieder zelf beslissingen nemen over investeringen en/of hebben de afzonderlijke scholen een eigen budget voor Arbo en eigen mogelijkheden om op arbeidsomstandigheden te sturen, dan wordt gekeken naar het aantal werknemers per vestiging.

    Worden beslissingen over investeringen en Arbo door het bestuur genomen, dan telt men het aantal werknemers van de totale organisatie. Onze inschatting is dat voor uw organisatie dit laatste scenario van toepassing is. In dat geval telt uw organisatie dus meer dan 25 werknemers en is een RI&E-toets verplicht.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

  • Wat mag een werkgever vragen aan een zieke werknemer?

    De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) publiceerde onlangs de beleidsregels ‘De zieke werknemer’. De beleidsregels bevatten actuele informatie voor werknemers, werkgevers en andere partijen die gegevens over de gezondheid van (zieke) werknemers verwerken. Bekijk dit document hier.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

  • Welke looncomponenten moeten worden meegenomen bij de bepaling van een transitievergoeding?

    De regels voor de vergoeding zijn vastgelegd in het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding (Staatsblad 2014, 538). Op grond van de bepalingen en de nota van toelichting worden de volgende componenten in ieder geval meegerekend bij de bepaling van de transitievergoeding: het salaris, de vakantieuitkering en de structurele eindejaarsuitkering. Indien van toepassing voor de betreffende werknemer komen daar nog bij:

    • de uitlooptoeslag;
    • de bindingstoelage;
    • schaaluitloopbedrag;
    • nominale uitkering (dag van de leraar);
    • toelage directeuren;
    • inkomenstoelage;
    • eindejaarsuitkering OOP.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

  • Zijn er financiële sancties van OCW te verwachten wanneer je als schoolbestuur de doelstelling van de functiemix niet haalt?

    De middelen voor de functiemix zijn opgenomen in de lumpsumbekostiging van het schoolbestuur. Hoewel op sectorniveau de doelstellingen niet in zijn geheel zijn gehaald, worden de middelen niet teruggevorderd.

    In de CAO PO blijven de doelstellingen wel staan. Dit betekent dat een schoolbestuur zich wel moet inspannen om de doelstellingen te behalen. Zie ook dit artikel over de functiemix en personeelsbeleid

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Opleiden, ontwikkelen en onderzoeken en Werkgeverszaken of het onderwerp HRM.

Pagina's