Juridische Helpdesk Bekostiging

Tekst

Welkom bij de Juridische Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen Bekostiging

  • Hoeveel bekostiging ontvangen schoolbesturen per leerling?

    Als je kijkt naar alle kosten op van het primair onderwijs op de begroting 2020 van het ministerie van OCW, (excl. apparaatskosten OCW), dan kom je uit op een bedrag van €7.800,- per leerling in 2020. In deze berekening zitten echter ook geldstromen die niet naar schoolbesturen gaan. Denk hierbij aan bekostiging Nederlands onderwijs in het buitenland, humanistisch vormingsonderwijs en de onderwijsachterstandsmiddelen die gemeenten ontvangen.

    De bekostiging die daadwerkelijk naar schoolbesturen gaat is in 2020 €7.400. Hier is echter ook de volledige bekostiging van samenwerkingsverbanden in het po, speciaal basisonderwijs en zware ondersteuning in het po en vo in verwerkt. Hier valt ook het vso onder, aangezien deze bekostigd wordt vanuit het primair onderwijs op de begroting van het ministerie van OCW. Zonder de ondersteuningsbekostiging komt het bedrag per leerling uit op circa €6.100 per leerling.

    Hier valt ook onder andere ook de volgende bijzondere bekostiging onder; kleine scholentoeslag, onderwijsachterstandsmiddelen, regelingen voor onderwijs aan asielzoekers en nieuwkomerskinderen. Een school van 220 leerlingen (gemiddelde schoolgrootte in Nederland) zonder dergelijke bijzondere bekostiging, ontvangt per schooljaar 2019/2020 circa € 5.450 per leerling. Dit gemiddelde bedrag per leerling is als gevolg van extra geld voor lerarensalarissen en de werkdrukmiddelen uit het Werkdrukakkoord ten opzichte van 2017/2018 behoorlijk gestegen. Dit bedrag was toen €4.959 per leerling.

    De cijfers zijn na te lezen in deze Cijfers OCW begroting 2020.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Hoe zien bekostiging en uitgaven er per basisschoolklas uit?

    Er doen diverse verkeerde berekeningen de ronde over de bekostiging en uitgaven van een gemiddelde klas op een reguliere basisschool. Veel gehoord is een bedrag van € 150.000 aan bekostiging, wat neer zou komen op € 6.700 per leerling. Zoals gezegd, is het verschil met de eerdere getallen te verklaren doordat in het totale bedrag ook ondersteuningsmiddelen voor leerlingen op speciale scholen worden meegeteld, net als het geld voor culturele instellingen en stichtingen. Een gemiddelde basisschool heeft met dat geld niets van doen.

    Een eerste onderzoek door de PO-Raad naar de bekostiging en kosten per klas bij een tiental willekeurige schoolbesturen laat zien dat een gemiddelde groep (23,1 leerlingen in 2017) circa € 125.000 aan bekostiging ontvangt. Verschillen tussen scholen worden veroorzaakt door bijv. de toekenning van onderwijsachterstandsmiddelen.

    Critici stellen dat 40 procent van de eerder genoemde € 150.000 per klas wordt besteed aan de loonkosten van de leerkracht, terwijl dit in 2004 nog 60 procent was. Zij gaan er echter vanuit dat per klas één voltijdswerknemer, ofwel 1 fte, in dienst van een school is. Het is echter onjuist om hiervan uit te gaan omdat het vrijwel altijd nodig is méér leraren in dienst te hebben in verband met vervanging bij ziekte, verlof of scholing. Ook zijn leraren nodig om andere dan lesgevende taken uit te voeren. Denk hierbij aan interne begeleiding, RT, ICT coördinatie, begeleiding van stagiairs en starters et cetera. Wanneer hier rekening mee wordt gehouden en deze kosten worden gerelateerd aan de werkelijke bekostiging, blijkt 60% (€ 75.000) nog steeds redelijk accuraat.

    Naast de uitgaven voor onderwijzend personeel zijn er kosten voor onderwijsondersteunend personeel en directie. De schoolleider, evt. bouwcoördinatoren, conciërge, administratief medewerker en mogelijk andere experts zijn nodig om de school “draaiend te houden” en dragen bij aan de onderwijskwaliteit en -ontwikkeling. Deze kosten schat de PO-Raad in op € 15.000 per klas. Ook moet jaarlijks worden geïnvesteerd in de ontwikkeling en professionalisering van alle medewerkers, gemiddeld € 7.000 per klas. De totale kosten voor personeel komen daarmee uit op zo’n € 97.000.

    Een gemiddelde klas heeft daarnaast ongeveer € 20.000 nodig voor materiële zaken. Denk hierbij aan het onderhoud van het schoolgebouw, schoonmaakkosten, de rekening voor gas/water/licht, de aanschaf van leermiddelen en lesmethoden, kosten voor inventaris, meubilair en (ICT) apparatuur, administratiekosten, medezeggenschap, abonnementen, toetsen en ICT infrastructuur. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze kosten aanzienlijk hoger zouden zijn als scholen meer financiële armslag zouden hebben. De huidige materiële bekostiging biedt nauwelijks ruimte voor adequate gebouwen en faciliteiten die het onderwijsproces optimaal ondersteunen.

    Van het totale lumpsumbedrag van € 125.000 per klas blijft nog € 8.000 over. Op een school met acht klassen resteert dan € 64.000 om te besteden aan alle taken die vanwege efficiency en/of expertise schooloverstijgend worden uitgevoerd. Denk hierbij o.a. aan bestuur en toezicht, kwaliteitszorg, financiële- en personeelsadministratie met de daarbij behorende controle en verantwoording, centraal inkoopbeleid, onderhoudsbeheer, informatiebeveiliging en privacy, arbo/bedrijfsgezondheidszorg, loopbaan begeleiding, de begeleiding van leraren in opleiding en starters.

    Hier kunt u de complete Berekening bekostiging en uitgaven per klas van de PO-Raad nalezen gebaseerd op macogegevens, per school kunnen de gegevens verschillen. Voor de berekeningen geldt ook dat ze een versimpelde weergave zijn van de nog veel complexere werkelijkheid.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Waar wordt het geld in het primair onderwijs aan uitgegeven?

    Zo’n 82 procent van de inkomsten besteden schoolbesturen aan personeel: aan salaris maar ook aan opleiding/scholing, aan pensioenpremies en aan eventuele uitkeringen voor ziekte of werkloosheid. Van overige 18 procent moeten de vaste lasten worden betaald: gas water en licht, en lesmaterialen, onderhoud aan schoolgebouwen…Alles wat nodig is om het onderwijs te faciliteren.

    Eens in de vijf jaar bekijkt een extern bureau in opdracht van het ministerie van OCW de vergoedingen voor de vaste lasten (of Materiële Instandhouding) en beoordeelt deze of de vergoeding voldoende is voor een gemiddelde school. Dit is wettelijk voorgeschreven. Om onduidelijke redenen is dit sinds 2004 niet meer gebeurd. Uit het laatste vijfjaarlijkse rapport van organisatieadviesbureau Berenschot bleek dat scholen jaarlijks €375 miljoen (35 procent) te weinig krijgen. Dat komt omdat de bekostiging nog gestoeld is op schoolborden met schoolkrijtjes terwijl veel scholen werken met digiborden en digitaal lesmateriaal. Daarom gebruikten scholen noodgedwongen een deel van de personele vergoeding om het tekort aan materiële vergoeding aan te vullen. Want hoe je het ook wendt of keert, de gas- en elektriciteitsrekening moet betaald worden.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Hoeveel geld gaat er naar het primair onderwijs?

    Het primair onderwijs wordt bekostigd door de overheid. In totaal is hiermee een bedrag van bijna €11 miljard gemoeid. Dat is een fors bedrag, maar het primair onderwijs is met circa 1,5 miljoen leerlingen, ongeveer 6800 scholen en 123.000 FTE personeelsleden dan ook de grootste onderwijssector. De wet van de grote getallen is er van kracht. Kleine percentages tellen dan ook snel op tot forse bedragen. Andersom geldt dat forse totaalbedragen per school of per leerling al snel weinig voorstellen. Om van betekenis te kunnen zijn, is in het primair onderwijs dus veel geld nodig.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Komen de middelen van het Werkdrukakkoord ook beschikbaar voor speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs?

    Het werkdrukakkoord geldt voor alle scholen in het primair onderwijs, dus ook voor het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs die onder de Wet op Expertisecentra (WEC) vallen. Een gemiddelde school met 225 leerlingen krijgt volgend schooljaar circa 35.000 euro voor werkdrukbeheersing. Er zal een bedrag per leerling worden opgenomen in de personele lumpsum, naar schatting is dit ongeveer € 156. Het definitieve bedrag wordt begin maart bekend.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Financiën en School, kind & omgeving of de onderwerpen Bekostiging en Clusters speciaal onderwijs.

  • Hoe ziet de bekostiging van residentieel geplaatste leerlingen er uit?

    Een aantal leerlingen verblijft in een residentiële instelling. Dit betreft enerzijds gesloten instellingen: Justitiële Jeugdinrichting (JJI) en Gesloten Jeugdzorg Instelling (GJI). Anderzijds betreft het open instellingen (jeugdzorg, jeugdpsychiatrie, gehandicaptenzorg, gezondheidszorg). Het overgrote deel van deze leerlingen volgt onderwijs bij het (Voortgezet) Speciaal Onderwijs. Voor de gesloten en de open setting verschilt de verantwoordelijkheid van het samenwerkingsverband (financieel en voor het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring (TLV)). Gezien de complexiteit van deze materie is deze aparte notitie "Bekostiging van residentiële leerlingen" gemaakt. In deze notitie wordt uitleg gegeven over de gesloten en open setting voor de residentiële leerlingen en de consequenties daarvan voor het samenwerkingsverband.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Onze accountant vraagt opeens €2500 in plaats van €1500, zoals het in voorgaande jaren was. De reden is onder andere dat het ministerie verscherpte controles vraagt. Wat kan ik doen?

    Het is aan u om een accountant te selecteren en afspraken te maken. U mag bij een tariefaanpassing altijd kiezen voor een andere accountant. De bedragen die het ministerie hanteert zijn verwerkt in de lumpsumbekostiging; het is aan het schoolbestuur om hierin keuzes te maken.

     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Welke rol hebben de middelen voor passend onderwijs bij het berekenen van de ontslagruimte van schoolbesturen in het reguliere basisonderwijs?

    De ontslagruimte werd in het verleden bepaald door het verschil in Rijksbekostiging gedurende twee jaren. Over het algemeen geldt dat hoe meer de bekostiging stijgt, hoe kleiner de ontslagruimte wordt. De middelen voor passend onderwijs, die via de samenwerkingsbestanden bij schoolbesturen terechtkomen, hebben hier niet per definitie invloed op, zo blijkt uit een reactie van het Participatiefonds.

    Een werkgever mag een dienstverband van een werknemer beëindigen wanneer er in zijn ogen zogenoemde ‘kwalitatieve fricties’ ontstaan en de werkgever anders geen goed onderwijs meer kan verzorgen. Dergelijke fricties kunnen ook ontstaan ondanks het geld voor passend onderwijs dat via het samenwerkingsverband naar de schoolbesturen toekomt. Dat geld is namelijk bedoeld voor begeleiding van leerlingen in het kader van passend onderwijs en kan niet zomaar worden uitgegeven aan het behoud van een willekeurige werknemer.

    Een schoolbestuur die in zo’n situatie komt en een werknemer gaat ontslaan, kan een vergoedingsverzoek bij het Participatiefonds indienen. Er moet dan wel altijd overleg met de vakbonden worden gevoerd (volgens het vigerende overlegprotocol).

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Financiën, Passend onderwijs en Werkgeverszaken of de onderwerpen Bekostiging, Strategisch HRM en Passend Onderwijs.

  • Heeft de PO-Raad een document waarin in 'gewoon Nederlands' is uitgelegd hoe het zit met de btw-vrijstelling in het onderwijs?

    Dit is afhankelijk van de specifieke omstandigheden. In het algemeen geldt het volgende:

    1. Detachering van leerkrachten door een schoolbestuur naar andere schoolbesturen is doorgaans vrijgesteld van btw; de leerkracht moet wel bevoegd zijn, de taken van leerkracht uitvoeren en de detachering moet noodzakelijk zijn voor het onderwijs bij het inlenende bestuur. Ik merk hierbij op dat detacheringen met een winstoogmerk altijd met btw belast zijn. Directeuren en IB-ers met een onderwijsbevoegdheid kunnen vrijgesteld van btw worden gedetacheerd wanneer zij bevoegd zijn om voor de klas te staan en wanneer hun taken noodzakelijk zijn voor het onderwijs van de inlener. Detachering van personen in ondersteunende functies, zoals die van onderwijsassistent, opleider, coach, schoonmaken, administrateur, manager, bestuurder, toezichthouder, secretaresse en dergelijke zijn doorgaans met btw belast.

    2. Kosten in rekening brengen bij een ander schoolbestuur is in beginsel altijd met btw belast. Verhuur van vastgoed is vrijwel altijd vrijgesteld van btw, diensten samenhangend met verhuur (schoonmaak, inrichting) zijn met btw belast wanneer deze apart in rekening worden gebracht.

    3. Verhuur van vastgoed/ruimtes is vrijgesteld van btw.

    Verder is van belang dat alle vrijstellingen, dus ook de onderwijsvrijstelling, de vrijstelling passend onderwijs en de vrijstelling voor verhuur van vastgoed, aan voorwaarden zijn gebonden. Als gebruik wordt gemaakt van een vrijstelling dan moet overtuigend bewezen kunnen worden dat men aan de eisen van de vrijstelling voldoet. Het is raadzaam om vooraf contact op te nemen met de belastinginspecteur om te bespreken op welk detailniveau zaken vastgelegd moeten worden. Opgemerkt hierbij is dat wat voor een schoolbestuur volstrekt voor de hand ligt, niet altijd door de belastinginspecteur wordt geaccepteerd. Voorbeeld: er is 10 jaar geprocedeerd over de vraag of een schoolleider noodzakelijk is voor het onderwijs. Uiteindelijk heeft het Europees Hof deze vraag met ja beantwoord en zijn schoolleiders ook vrijgesteld, maar dit heeft dus heel veel discussie met de belastingdienst gekost.

    Btw regelgeving is complex; er zijn veel voorwaarden en vrijstellingen. Om het nog lastiger te maken mag de plaatselijke belastinginspecteur zelf bepaalde keuzes maken in de interpretatie van de wetgeving; wat in Groningen is vrijgesteld kan, in Maastricht dus maar zo worden belast. Een volledig overzicht op een half A4tje is dus niet te geven. De helpdesk van de PO-Raad kijkt bij concrete vragen wel graag mee.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Wat zijn de tarieven voor schoolzwemmen en leerlingenvervoer in verband met schoolzwemmen in de materiële instandhouding voor het (V)SO?

    De invoering van passend onderwijs betekent een verandering van de bekostigingssystematiek voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ((v)so). De materiële bekostiging bestaat met ingang van 1 januari 2015 uit de basis- en de ondersteuningsbekostiging.

    De basisbekostiging per leerling is voor alle (v)so-scholen/instellingen gelijk. Voor de instellingen in de clusters 1 en 2 is de ondersteuningsbekostiging een vast bedrag per instelling.

    Voor de clusters 3 en 4 zijn er drie categorieën leerlingen waarvoor een ondersteuningsbedrag wordt vastgesteld. Deze ondersteuningsbedragen worden in principe betaald door de samenwerkingsverbanden die daarvoor een normbekostiging voor de zware ondersteuning ontvangen.

    Omdat deze veranderingen leiden tot herverdeeleffecten bij samenwerkingsverbanden is er in de Wet passend onderwijs een overgangsregeling getroffen. In artikel 5 van deze regeling worden de daarvoor benodigde bedragen vastgesteld.

    Er is dus geen gelabeld tarief meer ten behoeve van het schoolzwemmen en vervoer leerlingen.

    Meer informatie

    Meer informatie vindt u hier en hier

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

Pagina's