Helpdesk Schoolgebouwen

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen Schoolgebouwen

  • Waarom is communicatie over asbest belangrijk?

    Asbest is een gevoelig onderwerp voor ouders en docenten. Het gaat om gezondheid van kinderen en personeel. Het is dan ook goed om – zeker wanneer asbest is geconstateerd – een goed communicatietraject op te zetten. Openheid is belangrijk.

    Betrokkenen moeten op de kortst mogelijke termijn worden geïnformeerd. De praktijk wijst uit dat wantrouwen en geruchten ontstaan als informatie uitblijft, of als de informatie onvolledig of ontwijkend is. Dit wantrouwen is later moeilijk te herstellen.  

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Wat zouden schoolbesturen moeten doen tegen asbest?

    Het is belangrijk dat een schoolbestuur zich bewust is van de verantwoordelijkheid voor dit thema. Een schoolbestuur zou – voor zover mogelijk – ook moeten weten of- en zo ja waar - asbest zit.  Asbest dat zit op plaatsen die voor kinderen/leerlingen bereikbaar (zowel binnen als buiten) zijn, zou moeten worden verwijderd. (Denk aan gevelplaten die soms onder de ramen zit, asbest in een dak kan normaal gesproken rustig blijven zitten). Als er sprake is van asbest in een school is het verstandig snel met de gemeente te overleggen wat wel en wat niet te verwijderen. Na 1 januari 2015 is het schoolbestuur verantwoordelijk over het totale onderhoud van hun schoolgebouwen, het overleggen met de gemeente is dan ook vanaf die datum geen verplichting meer.

    De kosten van een asbest inventarisatie komen vanaf dan sowieso voor rekening van het schoolbestuur. Daarnaast wordt geadviseerd bij de opstelling van een onderhoudsrapportage na te gaan of het bedrijf dat de planning opstelt daadwerkelijk nagaat of asbest aanwezig is voor zover dat visueel na te gaan is.  

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Welke verantwoordelijkheid hebben gemeenten als het gaat om asbest?

    Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bekostiging van de bouw en het onderhoud buitenkant PO.* Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor de kosten die een gevolg zijn van constructiefouten aan het gebouw alsmede  herstel en vervanging in verband met schade aan het gebouw in geval van bijzondere omstandigheden (WPO, artikel 92, lid 1 , c). Over het saneren van asbest zijn in de afgelopen jaren een aantal uitspraken gedaan. Daaruit blijkt dat de gemeente het verwijderen van asbest niet hoeft te bekostigen, tenzij door beschadiging asbestvezels vrijkomen. Deze aanvraag valt dan onder de categorie ‘constructiefout’ dan wel schade ten gevolge van bijzondere omstandigheden. De volledige kosten van het verwijderen van het asbest komen dan voor rekening van de gemeente. Als het schoolbestuur het asbest preventief wil verwijderen zonder dat er iets is beschadigd, komen de kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

    * Per 1 januari 2015 heeft het schoolbestuur de verantwoordelijkheid over het totale onderhoud van hun schoolgebouwen, dit betekent dat het schoolbestuur verantwoordelijk is voor de bekostiging van de bouw en het onderhoud buitenkant PO. Daarnaast is het schoolbestuur i.p.v. de gemeenten verantwoordelijk voor de kosten die een gevolg zijn van constructiefouten aan het gebouw alsmede herstel en vervanging in verband met schade aan het gebouw in geval van bijzondere omstandigheden. De WPO zal conform deze wetswijziging worden aangepast. 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Welke verantwoordelijkheid hebben schoolbesturen als het gaat om asbest

    Schoolbesturen zijn (juridisch) eigenaar van de gebouwen. Zij zijn verantwoordelijk en aansprakelijk voor het gebruik. Schoolbesturen zijn ook verantwoordelijk voor de gezondheid en veiligheid van leerlingen, leerkrachten en ouders binnen de school. Het schoolbestuur moet dus actie ondernemen als er iets mis is met het schoolgebouw. Het ligt anders als is gekozen voor een andere eigendomsverhouding: De eigenaar van een gebouw is dan medeverantwoordelijk. Maar het blijft de wettelijke plicht (Arbeidsomstandighedenbesluit) van werkgevers om een risico-inventarisatie en -evaluatieanalyse (een zogeheten RI&E) uit te voeren om te bepalen welke risico’s er in de arbeidssituatie voor de werknemers zijn. Daarbij hoort een analyse van de risico’s van asbest.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Moet asbest altijd worden verwijderd?

    Wilt u een schoolgebouw van voor 1993 renoveren? Dan is het verplicht een asbestinventarisatie te maken. Asbest hoeft niet altijd te worden verwijderd. Hechtgebonden asbest kan meestal beter blijven zitten. Dit materiaal levert geen gevaar op als het in goede staat verkeert en niet wordt bewerkt. Of losgebonden asbest (of: niet-hechtgebonden asbest) moet worden weggehaald is afhankelijk van of het materiaal al dan niet is afgeschermd. Het is ook van belang of het asbest zich voor kinderen of medewerkers op bereikbare plaatsen bevindt.

    In Nederland staat het de eigenaar van een gebouw vrij te beslissen over wel of niet verwijderen van asbesthoudend materiaal. Indien tot verwijdering van asbest wordt besloten, moet men zich houden aan de regels die door het Asbestverwijderingsbesluit en de gemeentelijke bouwverordening zijn gesteld. Deze zijn op te vragen bij de gemeente. In de meeste gevallen is voor het verwijderen van asbest toestemming van de gemeente nodig.  

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Zit er asbest in mijn schoolgebouw?

    Scholen zijn mogelijk niet in alle gevallen op de hoogte, maar vaak weten schoolbesturen of de gemeenten wel of er asbest in een schoolgebouw zit. In 1993 werd het gebruik van asbest verboden. Daarna is (meestal op initiatief van de gemeente) bij veel scholen een inventarisatie gehouden of, waar en in welke vorm , asbest aanwezig was. Losgebonden asbest of asbest op bereikbare plaatsen is meestal verwijderd. Hechtgebonden asbest – zeker als dat op moeilijk bereikbare plaatsen zat - is vaak blijven zitten.

    Bij de opstelling van de reguliere onderhoudsplanningen die eenmaal per 2 of 3 jaar wordt uitgevoerd (verreweg de meesten besturen laten dat doen) wordt vaak aangegeven of en zo ja waar, asbest zit. Niet alleen vanwege een goede kostenraming, maar ook voor de uitvoering van het onderhoud is het noodzakelijk om rekening te houden met asbest. Bij renovatie is het verplicht een asbestinventarisatie te laten uitvoeren.

    Desondanks is het nooit 100 % zeker of, en zo ja waar, asbest in een gebouw aanwezig is. Inspecties zijn meestal visueel van aard en niet waterdicht. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat spouwmuren zijn geïsoleerd met asbest zonder dat dit bekend is. Dat zou gevaarlijk kunnen zijn, bijvoorbeeld bij het vervangen van kozijnen. Het is daarom belangrijk dat de eigenaren zich ervan bewust zijn dat altijd asbest kan voorkomen in gebouwen van voor 1993.  

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Wat is asbest?

    Asbest is een natuurlijk mineraal. Zolang asbest in gebonden toestand verkeert, is er in principe geen gevaar voor de gezondheid. Als losse asbestvezels worden ingeademd, lopen zij vast in de kleine luchtwegen en longblaasjes. Daar worden de kleine vezels opgenomen door macrofagen (opruimcellen). Vezels die hiervoor te groot zijn, kunnen gaan migreren (wandelen) in de weefsels. Ook kunnen zij zich via de lymfebanen verspreiden en zo terechtkomen op plaatsen ver verwijderd van de kleine luchtwegen.

    Voor het blootstellingniveau van asbest, waaronder er geen verhoogd risico op kanker of mesothelioom zou voorkomen, is er geen veilige grens. Eén ingeademde vezel kan al gezondheidsschade veroorzaken, zij het dat dit een te verwaarlozen risico is. Voor het krijgen van asbestose moet er minimaal 5 jaar blootstelling aan asbestvezels zijn geweest.  

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Op welke wijze dien ik verzelfstandiging van dislocaties aan te vragen? Per wanneer gaat deze regeling in en aan welke voorwaarden moet worden voldaan?

    Voor het verzelfstandigen van een dislocatie hoeft niet de gemeentelijke scholenplanprocedure te worden doorlopen. Het verzoek aan de minister om een dislocatie te verzelfstandigen dient aan een aantal vereisten te voldoen (artikel 75, eerste lid WPO):

    • Een prognose van het te verwachten aantal leerlingen op de te verzelfstandigen dislocatie (de nieuwe school);
    • De beschrijving van het voedingsgebied;
    • De aanduiding van de plaats in de gemeente waar het onderwijs gegeven moet worden en
    • De voorgesteld datum van ingang van de bekostiging.

    Om na te gaan of de overblijvende school zal voldoen aan de opheffingsnorm zal daarnaast een prognose van het te verwachten aantal leerlingen op de overblijvende school onderdeel moeten uitmaken van het verzoek. In het nieuwe artikel 84a WPO is een bepaling opgenomen dat op basis van prognose aannemelijk moet worden gemaakt dat de overblijvende school gedurende een termijn van 15 jaar na ingang van de bekostiging van de nieuwe school, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente geldende opheffingsnorm. Het verzelfstandigen van de dislocatie of nevenvestiging mag de overblijvende school niet zakken onder de opheffingsnorm.

    Artikel 84a WPO luidt als volgt:

    Artikel 84a. Verzelfstandiging van een vestiging

    Onze minister kan onder door hem te stellen voorwaarden een nevenvestiging, of een deel van een school of nevenvestiging dat zich op een andere locatie bevindt dan de plaats van vestiging van die school of nevenvestiging, als school voor bekostiging in aanmerking brengen. Een verzoek om een besluit als bedoeld in het eerste lid is met redenen omkleed en gaat vergezeld van:

    1. voor zover het betreft de nieuwe school, de gegevens, bedoeld in artikel 75, eerste lid, juncto artikel 75, derde lid, of de gegevens, bedoeld in artikel 76, tweede lid,
    2. een prognose van het te verwachten aantal leerlingen op het overblijvende deel van de school met uitzondering van nevenvestigingen, of, indien van toepassing, op het overblijvende deel van de nevenvestiging, en
    3. een opgave van het aantal leerlingen dat op de teldatum voorafgaand aan het verzoek daadwerkelijk onderwijs volgde op het deel van de school waarop het verzoek betrekking heeft.

    Bij de berekening van het aantal leerlingen dat de nieuwe school zal bezoeken, wordt artikel 78 niet toegepast, voor zover het plaatsruimte betreft op de nieuwe school.

    Onze minister willigt het verzoek slechts in, indien:

    1. aannemelijk is dat de nieuwe school gedurende 15 jaar na aanvang van de bekostiging zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de stichtingsnorm, bedoeld in artikel 77, tweede lid, en
    2. aannemelijk is dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school, met inachtneming van de artikelen 154 tot en met 156, gedurende ten minste 15 achtereenvolgende jaren kan worden voortgezet, of
    3. indien van toepassing aannemelijk is dat de bekostiging van het overblijvende deel van de nevenvestiging, met inachtneming van artikel 158, gedurende ten minste 15 achtereenvolgende jaren kan worden voortgezet.

    Bij ministeriële regeling kunnen modellen worden vastgesteld voor het verstrekken van de prognose, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze de prognose wordt ingediend

    In het Koninklijk Besluit is bepaald dat deze wetswijziging ingaat per datum van de publicatie in het Staatsblad. Daarmee wordt het mogelijk voor scholen om zo snel mogelijk een aanvraag in te dienen om al per 1 augustus 2012 te kunnen verzelfstandigen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Zijn er standaardtarieven voor medegebruik van huisvesting?

    Er zijn geen uniforme tarieven medegebruik te geven. Bij medegebruik wordt geen huurvergoeding in rekening gebracht, maar uitsluitend een gebruiksvergoeding (= vergoeding in de exploitatiekosten). Uitgangspunt is dat de hoofd- en medegebruiker onderling overeenstemming bereiken over het tarief dat in rekening wordt gebracht. In principe moet het medegebruik plaatsvinden tegen een kostendekkend tarief. Als over de hoogte van de gebruiksvergoeding geen overeenstemming wordt bereikt, bepaalt artikel 33 van de modelverordening huisvesting dat de vergoeding medegebruik dan wordt gebaseerd op de door het Rijk vastgestelde vergoeding materiële instandhouding die is opgenomen in het ‘Bekostigingsstelsel basisonderwijs’ (Programma’s van eisen).

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Moeten schoolgebouwen verplicht een inbraakalarm hebben?

    Een inbraakalarm is niet wettelijk verplicht. Schoolbesturen ontvangen hiervoor dan ook geen geld van de rijksoverheid. Toch worden schoolbesturen en gemeenten in de praktijk wel geacht afspraken te maken over de beveiliging van een school. Gemeenten zijn namelijk financieel verantwoordelijk voor het herstel van schade aan een schoolgebouw die ontstaat door bijvoorbeeld een inbraak. Vrijwel alle gemeenten verzekeren zich hiertegen en daarbij eisen verzekeringsmaatschappijen dat scholen worden beveiligd.

    De kosten van het inbraakalarm zelf zijn voor rekening van de gemeente. Gemeenten en schoolbesturen bepalen in overleg wie betaalt voor onder meer een onderhoudscontract en een abonnement op de meldkamer van een beveiligingsbedrijf. Afhankelijk van die afspraken kunnen scholen dus verantwoordelijk zijn voor het afsluiten, verlengen en uitvoeren van dergelijke abonnementen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

Pagina's

Onderwerpen binnen Schoolgebouwen