Helpdesk Arbeidsrecht actueel

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen Arbeidsrecht actueel

  • Mag ik de kosten die ik als werkgever heb gemaakt voor de re-integratie in mindering brengen op de transitievergoeding?

    Kosten die zijn gemaakt ter vervulling van een wettelijke taak, mogen niet in mindering worden gebracht op de transitievergoeding. Gaan de inspanningen verder dan de wettelijke taak, dan kan dit met schriftelijke instemming van de werknemer worden verrekend. 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Arbeidsrecht actueel.

  • De werknemer wordt ontslagen op grond van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte. Ben ik de werknemer een transitievergoeding verschuldigd?

    Als de werknemer wordt ontslagen na langdurige arbeidsongeschiktheid, minimaal na 2 jaar, heeft betrokkene recht op de transitievergoeding.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Arbeidsrecht actueel.

  • Heeft een werknemer die geen recht heeft op een WW-uitkering en daarom ook niet op de WOPO, recht op een transitievergoeding (als aan de voorwaarden van de transitievergoeding wordt voldaan)?

    Omdat de werknemer geen uitkering op grond van de WOPO ontvangt, heeft betrokkene recht op een transitievergoeding. 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Arbeidsrecht actueel.

  • Moet per 1 juli 2015 het afspiegelingsbeginsel gebruikt worden bij plaatsing in het risicodragend deel van de formatie (RDDF) en kan ontslag pas plaatsvinden nadat een werknemer een jaar in het RDDF heeft gestaan?

    Vanaf 1 juli 2015 is de Wet werk en zekerheid van toepassing op onze ontslagprocedures, werkgelegenheidsbeleid en ontslagbeleid. Schoolbesturen in het bijzonder onderwijs moeten personeel laten afvloeien volgens het afspiegelingsbeginsel van UWV. RDDF-plaatsing blijft gehandhaafd en net als nu het geval is kan er een jaar gebruikt worden om gedwongen ontslagen zoveel als mogelijk te voorkomen. Door de plaatsing te baseren op het afspiegelingsbeginsel wordt er rekening gehouden met de toets die UWV verplicht is te doen als er na een jaar toch ontslagen moeten vallen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of de onderwerpen Arbeidsrecht actueel en Cao primair onderwijs.

  • Geldt voor een min/max-contract ook de aanzegplicht?

    Als het min/max-contract minimaal een half jaar heeft geduurd, geldt de aanzegplicht uit de WWZ. U moet minimaal een maand voor einde van de arbeidsovereenkomst aan de medewerker laten weten of de arbeidsovereenkomst al dan niet wordt verlengd, en zo ja, onder welke voorwaarden. Indien u nalaat op tijd aan te zeggen, moet er een boete van een maandsalaris worden betaald (of een deel daarvan naar rato van het te laat zijn). Bij een min/max-contract geldt voor de aanzegplicht dat de hoogte van het maandsalaris wordt vastgesteld op het gemiddelde maandsalaris dat de medewerker in de voorafgaande 12 maanden heeft ontvangen.

    Min/max-contracten

    Een min/max-contract is een speciaal soort tijdelijke arbeidsovereenkomst en telt in zijn geheel als één contract binnen de ketenregeling. Een min/max-contract kan worden aangegaan voor een maand, maar bijvoorbeeld ook voor een jaar. Als de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd, moet dat op basis van een van de gronden uit artikel 3.4 van de cao PO. Een min/max-contract mag nu al met medewerkers worden aangegaan en dit kan na inwerkingtreding van de nieuwe ketenregeling uit de WWZ nog steeds.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Arbeidsrecht actueel.

  • Welke tijdelijke dienstverbanden tellen mee in de nieuwe ketenregeling WWZ ?

    Onderstaande is gebaseerd op de wettelijke ketenregeling zoals op grond van de WWZ gewijzigd op 1 juli 2015.
    Voor de PO-sector geldt echter overgangsrecht tot uiterlijk 1 juli 2016.

    Bij aanvang van een nieuw contract ná 1 juli 2015 geldt het nieuwe recht en de nieuwe ketenbepaling voor het bijzonder onderwijs. Er moet dan gekeken worden naar de voorafgaande contracten. Het laatste contract telt voor aantal en duur van de ketenregeling gewoon mee als er geen periode van meer dan 6 maanden tussen zit. Daaraan voorafgaande contracten tellen ook mee als er geen periode van meer dan 3 maanden tussen twee contracten heeft gezeten. Alleen als er wel een periode van meer dan 3 maanden tussen 2 contracten is geweest, is de keten doorbroken.

    Voorbeeld 1 (Keten niet doorbroken)
    Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

    A) 01-11-2014  tot 01-12-2014

    B) 15-12-2014  tot 01-03-2015

    C) 01-04-2015  tot 06-07- 2015

    D) Nieuw contract m.i.v. 13-07-2015

    Voor A/B/C geldt het oude recht, ze zijn aangevangen vóór 1 juli 2015. Er is geen periode van langer dan drie maanden tussen de dienstverbanden; ze vormen een doorlopende keten.
    D start ná 1 juli 2015; het nieuwe recht is van toepassing. Er wordt gekeken naar de voorafgaande contracten. Het laatste (C) telt voor aantal en duur van de ketenregeling gewoon mee omdat er tussen einde C en aanvang D minder dan 6 maanden zit. A en B tellen ook mee omdat daar geen periode van meer dan 3 maanden tussen zit.
    Conclusie: D is het vierde contract in de reeks en daardoor is er sprake van een vast dienstverband.

    Voorbeeld 2 (Keten doorbroken op basis van het oude recht)
    Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

    A) 01-11-2014  tot 01-12-2014

    B) 15-12-2014  tot 01-02-2015

    C) 05-05-2015  tot 06-07- 2015

    D) Nieuw contract m.i.v. 13-07-2015

    Tussen einde B en begin C zit meer dan 3 maanden. C is gestart vóór 1 juli. Op grond van het oude recht is de keten dan doorbroken en is C de eerste in een nieuwe keten.
    Tussen C en D zit minder dan 6 maanden waardoor de keten op basis van het nieuwe recht niet doorbroken is. D is dus het tweede contract in de keten.

    Voorbeeld 3
    Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

    A) 01-04-2013  tot 01-04-2015

    B) Voornemen nieuw contract m.i.v. 01-07-2015

    Tussen A en B zit minder dan 6 maanden. A telt dus mee, in dit geval niet relevant voor het aantal contracten maar wel voor de maximale duur van 24 maanden: bij aanvang B is die duur overschreden waardoor er sprake is van een vast dienstverband.

    Ook als er vele tijdelijke dienstverbanden zijn geweest (al dan niet op een verzamelakte) kunnen bovenstaande toetsen zo worden uitgevoerd.

    Klik hier voor meer informatie over de WWZ.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Arbeidsrecht actueel.

Pagina's