Juridische Helpdesk Cao primair onderwijs

Tekst

Welkom bij de Juridische Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen Cao primair onderwijs

  • Hoeveel bedraagt de éénmalige uitkering en waarom is er gekozen voor deze uitkering?

    Alle medewerkers in het primair onderwijs krijgen in oktober een éénmalige uitkering van 750 euro (naar rato naar van de aanstelling en aanstellingsduur in 2018). Alle leraren (medewerkers in de L-schalen) krijgen in oktober daarbovenop een éénmalige uitkering van 42% van hun nieuwe maandsalaris (naar rato van de aanstelling en aanstellingsduur in 2018). Het geld voor de salarisverhoging is beschikbaar voor het hele jaar 2018 (vanaf 1 januari). De salarisverhogingen gaan echter pas in op 1 september. Het bedrag dat niet is uitgegeven in de eerste acht maanden van 2018, is omgerekend naar een eenmalige uitkering.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • In artikel 6.17 (overlijdensuitkering) van de cao is o.a. opgenomen dat meerderjarige kinderen, ouders, broers of zusters voor wie de overledene kostwinner was in aanmerking komen voor een uitkering bij overlijden. Wat wordt verstaan onder “kostwinner”?

    Onder het begrip kostwinner moet het volgende worden verstaan:

    Een overledene wordt geacht kostwinner te zijn geweest indien de nabestaande geheel of grotendeels afhankelijk was van zijn of haar inkomen (van de overledene). Bepalend of iemand kostwinner was, is derhalve de (mate van) afhankelijkheid van het inkomen. Een nabestaande is (geheel of grotendeels) afhankelijk van het inkomen van de overledene indien door de overledene (grotendeels) werd voorzien in de noodzakelijke kosten van het levensonderhoud. Anders gezegd, de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, kwamen (voor het merendeel) ten laste van de overledene.

    Daarnaast moet worden vastgesteld wanneer de nabestaande grotendeels afhankelijk is van het inkomen van de overledene. Van afhankelijkheid is in ieder geval geen sprake wanneer een nabestaande voor meer dan 50% bijdroeg aan het totale inkomen. Uit deze laatste vaststelling mag echter niet de conclusie worden getrokken dat wanneer de overledene voor meer dan 50% bijdroeg aan het totale inkomen hij of zij geacht kan worden kostwinner te zijn geweest. Criterium is immers de (mate van) afhankelijkheid, waarvoor bepalend zijn de kosten van levensonderhoud (de noodzakelijke kosten van bestaan). Er moet worden vastgesteld dat door een nabestaande niet, althans niet voldoende, in de eigen kosten van levensonderhoud kon worden voorzien. Als houvast kan hiervoor worden aangehouden dat de kosten voor levensonderhoud 50% van het totale inkomen bedragen. Wanneer bovendien meer dan 50% van de kosten voor levensonderhoud voor rekening van de overledene moesten komen, kan worden vastgesteld dat de nabestaande grotendeels afhankelijk was van het inkomen van de overledene. Anders gezegd; er moet worden vastgesteld of de eigen inkomsten van de nabestaande minstens de helft van de kosten voor levensonderhoud niet overschreden.

    In een voorbeeld geïllustreerd:

    Inkomen overledene   3000 euro
    Inkomen nabestaande 2000 euro
    Totaal  5000 euro
    Kosten levensonderhoud 2500 euro (50% totale inkomen)
    Grootste deel grens 1250 euro

    Conclusie: hoewel de overledene voor meer dan 50% bijdroeg aan de totale inkomsten kan niet worden gezegd dat deze ten aanzien van de nabestaande grotendeels in de kosten van levensonderhoud voorzag. De inkomsten van de nabestaande bedroegen meer dan e 1.250,--. Overledene was derhalve geen kostwinner.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Wordt het ouderschapsverlof ook opgeschort tijdens kortdurend ziekteverlof zoals griep?

    In artikel 8.19 lid 9 cao PO staat dat het ouderschapsverlof van rechtswege wordt opgeschort bij ziekte. Er wordt geen termijn aan de duur van de ziekte verbonden en in het artikel wordt geen onderscheid gemaakt tussen betaald en onbetaald ouderschapsverlof. Dit betekent dat bij elke vorm van ziekte (ook al is het één dag) het betaald en onbetaald ouderschapsverlof wordt opgeschort. De werknemer kan in overleg het ouderschapsverlof op een ander moment inzetten.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Mogen we nog bindingscontracten afsluiten na 30 september 2017 nu er nog geen nieuwe cao po is en de huidige cao po doorloopt?

    Nee, in de cao po is echt de datum opgenomen van 30 september 2017. Deze datum wordt niet opgeschort. Het is dan ook niet mogelijk om na die datum nieuwe bindingscontracten af te sluiten.

     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Een langdurig zieke werknemer wordt op het salaris gekort (70%) en ontvangt via UWV een wia-uitkering. Dient de uitkering ook gekort te worden op de opbouw van de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en eventuele toeslagen?

    De werknemer heeft tot einde dienstverband recht op ‘bezoldiging’. Bezoldiging is gedefinieerd in art. 1 onder ll ZAPO (in de cao po):  “de som van het salaris, de vakantie-uitkering en de overige in de CAO opgenomen toelagen, toeslagen en eindejaarsuitkeringen”. Op die bezoldiging worden uitkeringen zoals WIA (over dezelfde periode) in mindering gebracht.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Als een werknemer voor de vakantie 100% hersteld wordt gemeld, en binnen vier weken na de vakantie weer uitvalt, is er dan sprake van doorlopend ziekteverlof?

    Ja. Een nieuwe ziekteperiode ontstaat pas nadat de werknemer daadwerkelijk vier weken zijn werkzaamheden heeft hervat. De (zomer)vakantie telt dus niet mee voor de vaststelling van deze vier weken.

    Artikel 6 ZAPO is hierop van toepassing. Dit artikel heeft een relatie met de bepaling van de korting van 30% na de termijn van 12 maanden waarin de werknemer eerst zijn volle bezoldiging behoudt. Om een nieuwe termijn van 12 maanden te laten lopen dient een werknemer volgens de CAO zijn werkzaamheden daadwerkelijk vier weken hervat te hebben. Een schoolvakantie telt dus volgens de CAO niet mee bij de bepaling van het daadwerkelijk hervatten. Het is ons bekend dat UWV die definitie van daadwerkelijke hervatting niet hanteert bij het bepalen van de 104 weken voor een eventuele WIA-uitkering. Maar dat staat los van de bepaling van de 12-maandstermijn voor de salariskorting.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Wij hebben een aantal medewerkers met een min-max contract in dienst. Hoe gaan wij met deze medewerkers om voor wat betreft de zomervakantie?

    Een min-max contract is een contract voor bepaalde tijd. Het is daarom van belang om te weten tot welke datum het contract van de betreffende medewerkers loopt. Tot dat moment hebben zij namelijk recht op betaling over de min-uren en over de daadwerkelijk gewerkte uren tussen de afgesproken min en max.

    Natuurlijk bouwen deze medewerkers ook vakantieverlof op, wat in de vakantieperiode wordt opgenomen. Als er te weinig vakantieverlof is opgebouwd, moet je wel de min-uren doorbetalen tot de einddatum van het contract.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Ik ben bezig met het rooster voor volgend schooljaar. Kan een werknemer een specifieke vrije dag claimen?

    In principe heeft een werknemer geen vaste werkdagen maar wordt in onderling overleg afspraken gemaakt welke dagen een werknemer werkt. Er wordt hierbij rekening gehouden met de door de werknemer aangedane verplichtingen (bij een andere werkgever of in de privé sfeer). Zie artikel 2.11, lid 2 en 4 CAO PO wanneer het basismodel wordt gevolgd en artikel 2.14, lid 4 voor het overlegmodel.

    Wanneer er in onderling overleg niet uitgekomen wordt, dan neemt uiteindelijk de werkgever een gemotiveerd besluit waarbij hij de organisatie belangen en de belangen van de werknemer tegen elkaar afweegt. De werknemer kan tegen dit besluit bezwaar aantekenen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Mijn werknemer weet al dat hij na het ouderschapsverlof minder gaat werken. Kan ik het betaald ouderschapsverlof nu al vaststellen op de nieuwe werktijdfactor of moet de werknemer het ouderschapsverlof na afloop terugbetalen?

    Het is mogelijk om voor aanvang van het ouderschapsverlof al rekening te houden met de nieuwe werktijdfactor. Zo wordt voorkomen dat de werknemer achteraf het betaald ouderschapsverlof moet terugbetalen. U kunt dit echter niet zelf beslissen, dit kan alleen in overleg met de werknemer. Op grond van de cao PO wordt het ouderschapsverlof namelijk berekend over de werktijdfactor op de dag voorafgaand aan het verlof en vindt er verrekening plaats indien de werknemer binnen zes maanden na afloop van het gehele ouderschapsverlof minder gaat werken.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Worden onbetaald verlof en ouderschapsverlof in mindering gebracht op de eenmalige uitkering van € 500,- euro van april 2017?

    De berekening van de eenmalige uitkering gaat op dezelfde wijze als de uitkering i.v.m. de dag van de leraar. Dit betekent dat dezelfde kortingen worden toegepast. In bijlage A9 van de CAO PO staan deze kortingen. Zowel het onbetaald verlof als het (betaald en onbetaald) ouderschapsverlof zijn van invloed op de eenmalige uitkering van april 2017.  

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

Pagina's