Juridische Helpdesk Cao primair onderwijs

Tekst

Welkom bij de Juridische Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen Cao primair onderwijs

  • Kan ik een werknemer die al de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt telkens een tijdelijk contract geven of is de Wwz ook op werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt van toepassing?

    Werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, vallen ook onder de Wet werk en zekerheid (Wwz). Wel geldt voor hen een verruimde ketenregeling. Er ontstaat pas een vast contract na 48 maanden of na zes contracten, zie artikel 7:668a lid 12 Burgerlijk Wetboek. Dit geldt voor contracten die zijn afgesloten na de AOW-gerechtigde leeftijd. Dit is ook terug te vinden in de cao PO, namelijk in artikel 3.13 lid 1 sub b. Voor het openbaar onderwijs geldt artikel 4.10 cao PO.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Wordt een bindingscontract in het kader van de Wwz gezien als vervanging (6 contracten in 3 jaar) of als reguliere benoeming (3 contracten in 2 jaar) en tot wanneer kan ik deze aangaan?

    Het bindingscontract wordt gezien als een contract ten behoeve van vervanging en kan worden aangegaan tot 30 september 2017. Dit betekent dat de bindingscontracten nog wel zullen doorlopen nadat de cao expireert, maar deze niet meer mogen worden aangegaan.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Komen het huidige ontslag- en werkgelegenheidsbeleid te vervallen door het nieuwe onderhandelaarsakkoord?

    Het ontslagbeleid en het werkgelegenheidsbeleid blijven bestaan (en blijven op hoofdlijnen hetzelfde). De start van beide trajecten wordt een half jaar naar voren geschoven, er komt een gedeeltelijke vrijstelling van werkzaamheden voor medewerkers die in het RDDF zijn geplaatst of in de laatste fase van het sociaal plan zitten en er moeten tijdig meldingen worden gedaan. Zie voor dit alles het onderhandelingsakkoord. Maar beide beleidsvormen blijven gewoon bestaan.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Geldt vanaf 1 juli 2016 de Wwz ook voor het openbaar onderwijs?

    De meeste onderdelen van de Wet Werk en Zekerheid (Wwz) gaan over wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek (BW), zoals aanzegplicht, ketenregeling en transitievergoeding. Medewerkers in het openbaar onderwijs hebben een ‘ambtenarenstatus’ en het BW is op hen niet van toepassing. De Wwz zal dus niet vanaf 1 juli 2016 voor hen gelden. 

    Normalisering van de rechtspositie van ambtenaren (= gelijkstelling met burgerlijk arbeidsrecht) zal nog jaren duren. Bij een cao kunnen onderdelen ook worden geüniformeerd, maar daarover is nu nog niets te zeggen. Het onderhandelingsakkoord zal duidelijk maken welke verdere stappen er gezet kunnen worden.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of de onderwerpen Arbeidsrecht actueel en Cao primair onderwijs.

  • Wat is de status van het ontslagbeleid, werkgelegenheidsbeleid en DGO nu de Wwz van kracht is?

    Aan het bepaalde in de cao over werkgelegenheidsbeleid is niets gewijzigd. Wat daarin staat dient gewoon gevolgd te worden. Zoals bekend gaat het daarbij deels om een werkgelegenheidsgarantie en is de eerste periode ook bedoeld om gedwongen ontslagen te voorkomen.
    Pas als het zo ver komt dat de verwachting is dat er toch gedwongen ontslagen moeten volgen, moet bij de bepaling van de ontslagvolgorde uitgegaan worden van het UWV-afspiegelingsbeginsel. Het DGO is niet alleen voor de vaststelling van die volgorde bedoeld.

    Het gaat dus niet om het ‘ontslagbeleid’ of het ‘werkgelegenheidsbeleid’ en alles wat daarover is bepaald in de cao, maar over de afvloeiingsvolgorde. Als die op grond van de cao of eigen regelingen anders is dan die van UWV-afspiegelingsbeginsel, gaat laatstgenoemde voor.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Kan een werkgever eigen beleid over de ingangsdatum en einddatum dienstverbanden opstellen nu artikel 6.12 lid 7 uit de cao is komen te vervallen?

    Het is aan de werkgever om te bepalen wat de ingangsdatum wordt van een dienstverband. Er wordt in de cao voor primair onderwijs geen ingangsdatum van contracten meer bepaald. Het schoolbestuur kan hier eigen beleid op maken in overleg met de P(G)MR. Bijvoorbeeld tijdelijke dienstverbanden met uitzicht op vast gaan in op 1 augustus en andere tijdelijke dienstverbanden op de eerste schooldag. Merk hierbij op dat als een (beoogd) werknemer voor een heel schooljaar wordt aangenomen, het handig is dat het dienstverband dan van 1 augustus tot 1 augustus loopt.

    In de cao voor primair onderwijs is net als in andere sectoren afgesproken dat medewerkers verlof opbouwen. Er zijn echter wel verschillende bepalingen voor onderwijsgevend personeel (OP), onderwijsondersteunend personeel zonder lesgebonden en/of behandeltaken en werknemers in de categorie participatiebanen. 

    Een fulltime medewerker heeft 428 uur verlof per jaar (deeltijder naar rato). Het verlof wordt opgenomen in schoolvakanties van de leerlingen. De werkgever zorgt er voor dat elke medewerker een verlofkaart bijhoudt. De verlofkaart loopt tussen 1 oktober en 1 oktober. Alle schoolvakanties en wettelijke vrije dagen in een schooljaar vallen daarbinnen. Het gebruik ervan is bijvoorbeeld van belang als een medewerker uit dienst gaat. Op basis van de uitdienstdatum moet berekend worden hoeveel vakantiedagen nog met de medewerker verrekend moeten worden. Dit kan een positief maar ook negatief saldo zijn dat verrekend dient te worden. 

    Voor onderwijsondersteunend personeel zonder lesgebonden en/of behandeltaken en werknemers in de categorie participatiebanen zijn in de cao voor primait onderwijs nog aanvullende bepalingen opgenomen. Deze medewerkers hebben bijvoorbeeld het recht om, na overleg, het vakantieverlof deels buiten de schoolvakanties per week op te nemen. 

    Ontslag einde schooljaar

    In het beleid van de organisatie kunnen in overleg met de P(G)MR ook afspraken worden gemaakt over ontslag op eigen verzoek bij einde van het schooljaar en de verrekening van de vakantiedagen. Met het vervallen van artikel 6.12 lid 7 uit de cao kan een werknemer nu verzoeken om ontslag per 1 september (of de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar). Dat heeft gevolgen voor de verrekening van het aantal vakantiedagen. De werkgever moet daar duidelijke afspraken over maken met de P(G)MR.

    Er zijn op dit moment twee mogelijkheden:

    • De werkgever heeft in zijn beleid staan dat teveel genoten vakantieverlof wordt verrekend met het (laatste) salaris. Bijvoorbeeld: ‘Bij ontslag op eigen verzoek wordt een eventueel tekort aan vakantieverlofuren verrekend met de salarisbetaling. De werknemer wordt op dit beleid gewezen.’ Hierbij is van belang dat de werkgever het vakantieverlofsaldo in de gaten houdt, dat er toestemming voor het verlof is gegeven en dat de werknemer daarbij is gewezen op het overschrijden van het opgebouwde verlof.
    • De werkgever heeft in zijn beleid staan dat leraren die op het eind van het schooljaar ontslag nemen, dit altijd doen per 1 augustus. Bijvoorbeeld: ‘De in vaste dienst benoemde leraar die in verband met ontslag zijn werkzaamheden na de zomervakantie niet voortzet, wordt ontslag verleend per 1 augustus. Een eventueel verlofoverschot wordt uitbetaald. Deze regel geldt niet bij een ontslag vanwege pensioen, omdat de werknemer geen invloed heeft op deze datum.’ Om te bepalen of er een verlofoverschot is, is het belangrijk dat er een verlofkaart is.

    In artikel 6.12 van de cao voor primair onderwijs was tot 2014 precies vastgesteld wanneer een dienstverband begon en eindigde aan het begin en eind van het schooljaar. Door het weghalen van dit artikel uit de cao is er meer maatwerk mogelijk in de individuele dienstverbanden. Een schoolbestuur kan eigen beleid maken. Aangezien dergelijke afspraken niet wettelijk zijn geregeld, is het belangrijk dat het schoolbestuur dit beleid afstemt met de P(G)MR en vastlegt. Dat beleid is van toepassing als een dienstverband aan het begin of eind van een schooljaar begint of eindigt, maar kan ook van toepassing zijn als dat halverwege het schooljaar gebeurt.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Is de Wwz ook van toepassing op het openbaar onderwijs?

    De grootste delen van de Wet werk en zekerheid (Wwz) gaan over de veranderingen van het Burgerlijk Wetboek. Deze onderdelen, zoals de ketenbepaling, het ontslagrecht, de aanzegplicht en de transitievergoeding, zijn vooralsnog alleen van toepassing op het bijzonder onderwijs en niet op het openbaar onderwijs. Dit zal veranderen als de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt (vermoedelijk 2020) of als de Wwz op deze onderdelen eerder worden geïncorporeerd in de CAO PO. 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Moet per 1 juli 2015 het afspiegelingsbeginsel gebruikt worden bij plaatsing in het risicodragend deel van de formatie (RDDF) en kan ontslag pas plaatsvinden nadat een werknemer een jaar in het RDDF heeft gestaan?

    Vanaf 1 juli 2015 is de Wet werk en zekerheid van toepassing op onze ontslagprocedures, werkgelegenheidsbeleid en ontslagbeleid. Schoolbesturen in het bijzonder onderwijs moeten personeel laten afvloeien volgens het afspiegelingsbeginsel van UWV. RDDF-plaatsing blijft gehandhaafd en net als nu het geval is kan er een jaar gebruikt worden om gedwongen ontslagen zoveel als mogelijk te voorkomen. Door de plaatsing te baseren op het afspiegelingsbeginsel wordt er rekening gehouden met de toets die UWV verplicht is te doen als er na een jaar toch ontslagen moeten vallen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of de onderwerpen Arbeidsrecht actueel en Cao primair onderwijs.

  • Een fulltimer heeft volgens de cao recht op 428 uur vakantie per jaar, inclusief feestdagen. Hoe bepaal ik het netto aantal uren vakantie?

    De algemeen erkende feestdagen zoals genoemd in de begripsbepalingen van artikel 1.1 CAO PO maken onderdeel uit van het vakantieverlof. Dit betekent dat bijvoorbeeld Tweede Kerstdag en Tweede Paasdag van het verlof worden afgeschreven, als deze vallen op een werkdag van de werknemer. Uiteraard wordt een feestdag die in de vakantie valt, zoals Kerst, niet dubbel afgeschreven van het vakantieverlof. Tevens wordt er geen vakantieverlof afgeschreven indien de feestdag valt op de parttime dag van de werknemer.
     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

  • Professionalisering (Video)

    CAO PO 2014-2015 | Professionalisering

    CAO PO 2014 - 2015 | Kansen Professionalisering

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Werkgeverszaken of het onderwerp Cao primair onderwijs.

Pagina's