Model extra middelen aanpak werkdruk 2020/2021

Met dit model wordt, na het invullen van het BRIN-nummer van de school, het budget berekend dat deze school ontvangt voor de aanpak werkdruk.

De hoogte van het budget per school wordt vastgesteld op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan het schooljaar. Hierbij wordt uitgegaan van het niveau van BRIN, waardoor leerlingen op een nevenvestiging worden toegerekend aan de hoofdlocatie. Voor 2020/2021 wordt dus gekeken naar het leerlingaantal (van hoofd- en nevenvestiging) per 1 oktober 2019.

Het bedrag per leerling is verwerkt in het budget P&A, welke per 2020/2021 is verhoogd in verband met het versneld inzetten van de werkdrukmiddelen. Hierbij is een speciaal deel gereserveerd voor intensivering van de werkdrukmiddelen in het gespecialiseerd onderwijs. In dit kader stijgt het bedrag per leerling in het primair onderwijs voor het tegengaan van werkdruk van €225 in 2019/2020 per leerling naar een bedrag van:

  • €243,86 per leerling in het basisonderwijs
  • €365,79 per leerling in het speciaal basisonderwijs
  • €487,72 per leerling in het (voortgezet) speciaal onderwijs 

De ophoging betreft een kasschuif: de €97 mln die in 2020/2021 en 2021/2022 wordt uitgekeerd, wordt gefinancierd vanuit het budget voor 2023/2024. Door deze werkwijze zal het volledige budget voor de werkdrukmiddelen een jaar later - dus in 2024/2025 - beschikbaar worden gesteld. Als van dezelfde aannames wordt uitgegaan als in de bekostiging van 2020/2021 zal in 2024/2025 het bedrag per leerling in het basisonderwijs uitkomen op ca. €270 in het SBO op ca. €410 en in het (V)SO op ca. €545.

Bestedingsplan en verantwoording

Dit model zou ook kunnen worden gebruikt voor het opstellen het bestedingsplan per school, die ter instemming aan de P-MR van de school moet worden voorgelegd. Ook kan het schoolbesturen ondersteunen bij de verantwoording over de inzet van de extra middelen voor aanpak werkdruk in het  jaarverslag/ bestuursverslag.

Als het resultaat van het gesprek in de schoolteams over het terugdringen van werkdruk is, dat er extra uren worden ingezet voor onderwijzend personeel, houdt dan rekening met het volgende. De loonkosten voor jonge leerkrachten liggen veelal lager dan die van oudere leerkrachten. Maar omdat de leeftijd van leerkrachten (GGL) medebepalend is voor de hoogte van de personele bekostiging, leiden jonge leerkrachten naast minder loonkosten ook tot minder personele bekostiging. Houdt hier rekening mee bij het opstellen van het bestedingsplan. Bijvoorbeeld door voor de loonkosten (incl. werkgeverslasten) van 1 FTE leerkracht, uit te gaan van de landelijke GPL. Deze is voor het schooljaar 2017/2018 (voorlopig) vastgesteld op €63.158,26. Voor niet onderwijzend personeel (geen L-schaal) is de GGL niet van toepassing.

Houdt er ook rekening mee dat de keuze voor bepaalde bestedingsdoelen, meerjarige verplichtingen met zich meebrengen. Dergelijke keuzes hebben dus ook consequenties voor het gesprek over en de inzet van de extra  middelen voor aanpak werkdruk voor de komende schooljaren.

Wilt u meer weten over de verantwoording over de werkdrukmiddelen? Het ministerie van OCW heeft een factsheet stappenplan verantwoording werkdrukmiddelen ontwikkeld.

Leden kunnen met vragen hierover contact opnemen met de helpdesk van de PO-Raad.