Besteding onderwijshuisvesting

Instrumenten

  • Gemeentefonds uitkering onderwijshuisvesting

    Deze rekentool (versie juni 2018) geeft schoolbesturen inzage in de hoogte van de uitkering die gemeenten uit het Gemeentefonds ontvangen ten behoeve van onderwijshuisvesting. De bedragen voor 2019 zijn geïndexeerd op basis van de meicirculaire 2018.

    Zoals gebruikelijk zijn de indicatoren waarop de vergoeding is gebaseerd ongewijzigd. Door de betere economische situatie is wel het accres (een opslagfactor die mede bepalend is voor de hoogte van de gemeentelijke uitkering) verhoogd, waardoor de vergoeding die de gemeente voor huisvesting ontvangt hoger uitvalt dan de afgelopen jaren. Deze gegevens geven geen absolute cijfers en zekerheid maar zijn vooral bedoeld om, wanneer nodig, het gesprek aan te gaan met de gemeente. In het op overeenstemming gerichte overleg (OOGO) kunnen de besturen nadere informatie krijgen omtrent de besteding van deze middelen. Daarbij kan sprake zijn van een meerjarig integraal huisvestingsplan (IHP). In tegenstelling tot eerdere versies zijn er in deze versie geen uitgaven van gemeenten aan onderwijshuisvesting in te zien. Dit komt omdat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) niet langer de begrotingsgegevens opneemt. U kunt uiteraard wel zelf de gegevens uit de gemeentebegroting opzoeken en deze handmatig invoeren.

    Algemene uitkering

    Elke gemeente ontvangt een uitkering uit het gemeentefonds, waaronder ook middelen die genormeerd worden toegekend voor de cluster educatie, dat bestaat uit de onderwijshuisvesting en de overige educatie. Deze normering is niet bepalend voor de besteding. Het is slechts bedoeld als  een raming van de beschikbare huisvestingsmiddelen. Omdat de uitkering uit het gemeentefonds een zogenaamde algemene uitkering is, is een gemeentebestuur in principe vrij in de wijze waarop deze middelen worden besteed.

    Omdat verschillende aspecten van de algemene uitkering elkaar kunnen beïnvloeden kan de werkelijke uitkering afwijken van de berekeningen zoals die met dit rekenmodel kunnen worden gemaakt. Ook worden de bedragen en normen regelmatig (soms wel drie keer in een jaar) bijgesteld. Het is met dit rekenmodel slechts onze bedoeling schoolbesturen een handreiking te geven op grond waarvan de omvang van de uitkering voor en de uitgaven aan onderwijshuisvesting redelijk kan worden benaderd.

    Daarbij is het mogelijk een uitsplitsing te maken voor:

    • het voortgezet onderwijs;
    • het speciaal basisonderwijs en het praktijkonderwijs;
    • het (voortgezet) speciaal onderwijs;
    • het basisonderwijs.

    Toelichting rekenmodel

    Het rekenmodel is als volgt te gebruiken: bij opgave van de naam van de gemeente worden de uitkeringsbedragen voor de onderwijshuisvesting en de overige educatie nader gespecificeerd.

    Alleen voor een gewenste specificatie van de uitkering voor het SBO en praktijkonderwijs enerzijds en het (voortgezet) speciaal onderwijs wordt gevraagd om een nadere opgave van deze leerlingaantallen.

    Overigens, de VNG verwijst naar dit instrument voor de verantwoording van de ontvangen middelen voor de huisvesting. Zie verder de toelichting bij het rekenmodel, in het eerste tabblad van het excelbestand.

    Meer informatie

    Voor nadere informatie over de inhoudelijke kant van dit instrument kunt u terecht bij:

    Gertjan van Midden
    Reinier Goedhart