Aantal thuiszitters licht gedaald, registratie verbeterd

Het afgelopen schooljaar is het totaal aantal kinderen dat zonder onderwijs thuiszit licht gedaald. In een brief aan de Kamer schrijft minister Slob dat de sector er weliswaar steeds beter in slaagt om nieuwe gevallen van thuiszitten te voorkomen, maar dat het aantal kinderen dat langer dan drie maanden thuiszit, met in totaal 4000 gevallen onverminderd hoog blijft.

In het regulier basisonderwijs daalde het aantal kinderen dat langer dan vier weken aaneengesloten thuis zat van 551 in schooljaar 2015-2016 naar 507 in schooljaar 2016-2017. Dat dit is gelukt, terwijl tegelijkertijd de registratie van thuiszitters is verbeterd, is goed nieuws, schrijft Slob. Hij schuift dit succes onder andere toe aan het Thuiszitterspact, waar ook de PO-Raad in zit.

Het Thuiszitterspact heeft als doel dat er in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder passend aanbod voor onderwijs of zorg. Dat laatste is een heikel punt. De PO-Raad denkt dat de verwachtingen van ouders ten aanzien van passend onderwijs niet altijd rijmen met wat scholen te bieden hebben. De vraag wanneer onderwijs passend is, wordt niet door iedereen hetzelfde beantwoord.

Meer thuiszitters in (voortgezet) speciaal onderwijs

In het (voortgezet) speciaal onderwijs nam het aantal kinderen dat langer dan vier weken thuiszat juist toe van 800 naar 901. Ook het aantal kinderen dat een vrijstelling van de leerplicht heeft gekregen, blijkt afgelopen jaar opnieuw gestegen. De PO-Raad denkt dat met name de samenwerking tussen onderwijs, zorg en jeugdhulp deze leerlingen parten speelt. Die is nog lang niet op orde, was onlangs ook de conclusie vanuit de evaluatie van de jeugdwet. De PO-Raad is daarom voortdurend met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), jeugdhulpaanbieders en andere stakeholders in gesprek hoe de partijen hier samen een boost aan kunnen geven.

Bekostiging zorg op school moet eenvoudiger

De PO-Raad wijst er daarnaast op dat niet voor niets in het Regeerakkoord is opgenomen dat de bekostiging van onderwijs en zorg vanuit verschillende financieringsbronnen eenvoudiger moet. Wat de PO-Raad betreft worden hier snel maatregelen in genomen, zodat kinderen niet langer de dupe worden van de vraag wie moet betalen.

Lees ook de blog die Rinda den Besten hier onlangs over schreef.

Grotere rol voor samenwerkingsverbanden

Tot slot deed de minister een belangrijke aankondiging voor samenwerkingsverbanden in zijn brief. Hij vindt hun taak op het gebied van thuiszitters belangrijk, maar hun informatiepositie te beperkt. Daarom wil hij dat samenwerkingsverbanden inzage krijgen in de verzuimgegevens van DUO. Omdat hierin nog een aantal juridische en technische hobbels zijn te nemen, vraagt hij voor de korte termijn DUO om zo snel mogelijk maandelijks aan de samenwerkingsverbanden de aantallen thuiszitters te verstrekken. Dit raakt niet aan de privacy van de leerlingen, aldus de minister, maar geeft samenwerkingsverbanden wel de mogelijkheid om ontwikkelingen in de aantallen thuiszitters beter te kunnen volgen.

Verder wil hij onderzoeken of samenwerkingsverbanden een rol kunnen krijgen bij de procedure rond leerplichtontheffingen. Op dit moment wordt zo’n verklaring afgegeven door een arts. Artsen zijn echter niet altijd goed op de hoogte van de mogelijkheden voor onderwijs-zorgcombinaties in het samenwerkingsverband, schrijft Slob. De PO-Raad vindt het een goede zaak dat Slob dit wil onderzoeken.

Doorzettingsmacht

Ook is de PO-Raad geïnteresseerd in zijn voorstel om te zorgen dat bij het beleggen van doorzettingsmacht wordt aangesloten bij de jeugdhulpregio’s. Het kan immers voor elke regio verschillend zijn wat werkbaar en haalbaar is. Het gaat erom dat duidelijk is wie uiteindelijk de doorslaggevende stem heeft voor de beste onderwijsplek, als overleg tussen betrokken partijen, zoals ouders, jeugdhulp en scholen, is vastgelopen. 

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 20 februari 2018

Nieuwscategorieën