ABP-premie 2016 en indexatiebesluit

Het ABP heeft op vrijdag 27 november de pensioenpremie voor 2016 bekend gemaakt en een indexatiebesluit genomen. De premie is vastgesteld op 17,8% (dit was 19,6% in 2015). Deze premiedaling is met name het gevolg van de overgang van loonindexatie naar prijsindexatie zoals is afgesproken in de loonruimte-overeenkomst publieke sector 2015-2016. Daarnaast waren er effecten door de voortgaande vergrijzing, de doorwerking nieuwe Financieel Toetsingskader en de actuele rente.

Het ABP-bestuur houdt in haar premiestelling voor 2016 de deur duidelijk open voor het hanteren van een herstelopslag per 1 april 2016. Deze opslag kan maximaal leiden tot een premieverhoging van 3%-punt. Deze premieopslag zet de dekking voor de loonruimte in 2016 verder onder druk. De PO-Raad heeft samen met de bonden en andere onderwijssectoren op 20 oktober een brief gestuurd met een dringende oproep aan het kabinet om als de ABP-premie hoger uitvalt dan waarmee gerekend is bij het loonruimteakkoord, deze kosten op zich te nemen. Het kabinet heeft tenslotte het loonruimteakkoord gewild en mede ondertekend. Zonder financiële dekking is een voor alle partijen bevredigend cao-resultaat in de onderwijssectoren nagenoeg onmogelijk. De ALV van de PO-Raad heeft op 26 november duidelijk uitgesproken dat het Rijk deze onvoorziene premieontwikkeling zal moeten compenseren.

Indexatiebesluit

De actuele dekkingsgraad van het ABP ligt onder het minimaal vereiste niveau van 110%. Daarom zullen de opgebouwde pensioenen en pensioenuitkeringen niet worden geïndexeerd. In totaal is er eind 2015 een indexatie achterstand van 11,7%. Dit besluit staat los van de loonruimte-overeenkomst.

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 27 november 2015

Nieuwscategorieën