Afscheidsinterview Anko van Hoepen: 'Goed onderwijs maak je altijd samen’

Hij was leraar, ib’er, directeur, bestuurder, vicevoorzitter. Zijn drijfveer bij alles wat hij doet: Goed onderwijs voor alle kinderen. Per 1 januari wordt PO-Raad vicevoorzitter Anko van Hoepen bestuursvoorzitter bij SPO Utrecht. ,,Ik ben altijd aan het zoeken: waar kan ik van betekenis zijn? Het is mijn overtuiging dat je dat doet via samenwerking.” 

Als hij afzwaait is Van Hoepen bijna negen jaar bestuurslid bij de PO-Raad geweest: begonnen als lid van het algemeen bestuur werd hij in 2017 vicevoorzitter. Maar hij was er, destijds schoolbestuurder, ook bij toen de sectororganisatie van start ging. ,,Ik zie me nog het aanmeldingsbriefje invullen”, blikt hij terug. ,,Wij werden lid, met de hele club. Zo heb ik dat altijd gevoeld: ik was bestuurder van een scholengroep waarin je met z’n allen onderwijs verzorgt: de leraar, conciërge, onderwijsassistent en bestuurder. En we werden met z’n allen lid van de PO-Raad.”  

Foto: Gerry van der Lit

Één plek voor goed onderwijs 

Van de PO-Raad ben je lid omdat je samen voor goed onderwijs wilt gaan, vond en vindt Van Hoepen. ,,Daarvoor moet de sector één plek willen hebben waar je samen kunt leren, die je belangen behartigt richting politiek, die in de media het verhaal van de sector doet.” Zo werd hij vicevoorzitter: via zijn passie voor onderwijskwaliteit. ,,Mijn drive is geweest: waar kun je invloed uitoefenen om dingen mogelijk te maken die de kwaliteit verbeteren? Dat doe je niet per schoolbestuur, dat doe je altijd via samenwerking. En zo ging ik me er tegenaan bemoeien.” 

Het klinkt mooi: één sectororganisatie. Maar wijs me de club aan waar alle leden het altijd helemaal met elkaar eens zijn… Toch is het juist het soms lastige gesprek binnen de vereniging waarop Van Hoepen trots is als hij denkt aan de afgelopen jaren. ,,De PO-Raad heeft zicht ontwikkeld tot een partner waar je niet omheen kunt. Waar we in de eerste jaren bezig waren met groter groeien en iedereen erbij houden, zijn we nu scherper. Niet: alle meningen in een pot, roeren en het gemiddelde vinden. Maar: alles gehoord hebbende, vinden we dat…” 

Professionele sector 

Ook trots is hij op de toegenomen professionaliteit van onderwijsbestuurders. Gesprekken over de noodzaak te blijven professionaliseren, bestuurlijke visitaties, leergangen en evidence informed leren waarvoor de sectororganisatie het initiatief nam. Van Hoepen: ,,Vroeger werd over het onderwijs gezegd: het is de sector die zelf het minst leert. Nou, die fase zijn we echt voorbij.” 

Onderwijsprofessionals staan elke dag op om iets goeds te doen voor de kinderen in Nederland, in hun regio of straat. Je próeft de betrokkenheid. Daar krijg ik alle energie van

Neem de Code Goed Bestuur: daarin staat sinds 2021 de maatschappelijke opgave centraal en niet ‘het belang van dat ene schoolbestuur binnen zijn eigen muren’. Wat Van Hoepen betreft spreken leden van de PO-Raad elkaar aan op dat principe. ,,Schoolbesturen die elkaar beconcurreren, daar heb ik echt een broertje dood aan. De gezamenlijke missie is: samen voor goed onderwijs voor alle kinderen. Het gaat vaak over de veelkleurigheid binnen onze sector, en die is ook prachtig. Maar vrijheid mag geen vrijblijvendheid betekenen en zeker geen vrijbrief om niet samen op te trekken als dat beter is voor de kinderen in jouw regio.” 

Voor de kinderen 

Die kinderen. Wie in het onderwijs werkt heeft de drive om voor hen het verschil te maken. ,,Dat maakt telkens weer indruk op me”, zegt Van Hoepen. ,,Onderwijsprofessionals staan elke dag op om iets goeds te doen voor de kinderen in Nederland, in hun regio of straat. En niet alleen de leraren of schoolleiders hè. Dezelfde bevlogenheid zie ik als ik bij een huisvestingsoverleg zit. En bij de slimme, eigenwijze mensen van het bureau van de PO-Raad. De appjes die ik op de meest gekke tijdstippen krijg, je próeft de betrokkenheid. Daar krijg ik alle energie van.” 

Samen veranderen 

Van Hoepen heeft zin om bij SPO Utrecht weer meer te gaan ‘uitvoeren’. Zijn droom om de landelijke politiek in te gaan, heeft hij allang niet meer, lacht hij. ,,Voorheen had ik, en ik vrees dat veel leden dit herkennen, een beeld van Den Haag en de minister als van één overheid, één kabinet dat hetzelfde doel dient. De realiteit was behoorlijk ontnuchterend: verschillende ministeries met verschillende belangen. Een minister die misschien het beste wil met het onderwijs maar ook te maken heeft met een Kamer die andere dingen wil. Of andersom… Ik snap dat leden soms ergens ontevreden over zijn waar ik helaas op hetzelfde moment denk: Ik ben blij dat we erger hebben voorkomen. De dynamiek die daar speelt, die ga ik niet zo missen.” 

Andersom, zegt de scheidend vicevoorzitter, wil hij de sector op het hart drukken níet naar Den Haag te kijken als je iets wilt. ,,Toen ik schoolbestuurder was, dacht ik: Als ze nou die wet aanpassen, dan kan ik dit of dat doen. Maar het werkt precíes andersom! Neem de wet Samenwerkingsscholen. De sector kwam met creatieve oplossingen voor een probleem. Uiteindelijk volgde wetgeving. Ik word blij van experimenten die voortkomen uit een visie en een drive die mensen hebben om dingen samen te veranderen.” 

Laatst gewijzigd: 
woensdag 15 december 2021

Nieuwscategorieën