André Rouvoet, nieuw lid Raad van Toezicht: “Zorg dat je de goede dingen goed doet”

20-12-2011

Onder groot applaus werd André Rouvoet op 1 december tijdens de Algemene Ledenvergadering benoemd tot lid van de Raad van Toezicht van de PO-Raad. De Raad van Toezicht houdt integraal toezicht op het beleid van het bestuur van de PO-Raad en op de algemene gang van zaken in de vereniging. Met de komst van Rouvoet heeft de PO-Raad een ervaren bestuurder in haar geledingen gekregen met goede banden naar politiek Den Haag. Voor een nadere kennismaking hierbij een gesprek met André Rouvoet.

"Het allerbelangrijkste vind ik dat de leerlingen zich kunnen ontwikkelen. Daar begint het mee", zegt André Rouvoet. "De slogan van de PO-Raad: 'goed onderwijs voor elk kind' spreekt mij erg aan. Ik heb daarom vrij makkelijk 'ja' gezegd toen ik werd gevraagd om zitting te nemen in de Raad van Toezicht van de PO-Raad." De 49-jarige Rouvoet is zoals hij zelf zegt 'in-between jobs'. Tot oktober 2010 was hij minister voor Jeugd en Gezin, minister van onderwijs en viceminister-president in het kabinet Balkenende IV. Op 1 februari 2012 gaat hij aan de slag bij Zorgverzekeraars Nederland als opvolger van Hans Wiegel. Daarnaast heeft hij 3 à 4 nevenfuncties gekozen. "Er zijn meer dan 40 aanbiedingen voorbij gekomen. Ik had de luxe dat ik kon kiezen en de dingen kan gaan doen waar ik echt mijn hart heb liggen. Dus zorg, jeugdzorg, omroep en onderwijs via de PO-Raad."

Actief

Al op 23-jarige leeftijd was Rouvoet actief in de politiek als fractiemedewerker van de RPF (voorloper van de ChristenUnie). Later ging hij werken als medewerker van het wetenschappelijk Studiecentrum van de RPF. In 1994 werd hij lid van de Tweede Kamer, eerst voor de RPF, dat later opging in de ChristenUnie. In 2002 werd hij daar fractievoorzitter totdat hij op 22 februari 2007 toetrad tot Balkenende IV, een coalitie met CDA en PvdA. Bijna drie jaar later bieden de bewindslieden van de PvdA hun ontslag aan. De overige partijen verdelen de posten en Rouvoet krijgt onderwijs toebedeeld, wat hij tot 14 oktober 2010 met plezier doet. Toch vond hij het niet erg dat er met de installatie van het opvolgende kabinet Rutte I een einde kwam aan zijn ministerschap. Rouvoet: "Ik was best opgelucht dat ik de hectiek van de politiek achter me kon laten. Als minister en als Kamerlid moet je voordurend overal een mening over hebben en je kunt dag en nacht daarnaar gevraagd worden. Het was een verademing om even niets te hoeven vinden."

Rouvoet: "Ik heb echter geen tijd gehad om me te vervelen. De afgelopen tijd heb ik spreekbeurten gehouden, veel gesprekken gevoerd en ben ik bezig gegaan met de voorbereidingen op mijn nieuwe functies. Ik ga me de komende tijd ook goed oriënteren op de PO-Raad. Hoewel ik de koepelorganisatie ken vanuit mijn vorige functies, wil ik er nu nog niets over zeggen. Ik kom in een andere positie. Ik zal niet aarzelen om mijn mening te laten horen, maar niet voordat ik voldoende ben ingewerkt."

Uitdagingen

"Het primair onderwijs staat voor grote uitdagingen: het verder verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs, opbrengstgericht werken, anders leren werken, de invoering van Passend onderwijs, bezuinigingen, et cetera. Je moet dan zorgen dat je je stem op het juiste moment laat horen, met name naar de politiek. Hoe goed je dat ook doet, het kan altijd beter." Als oud-politici kan Rouvoet de PO-Raad uit eigen ervaring adviseren over haar lobbyactiviteiten. Rouvoet: "Lobby is een legitiem middel om onze belangen kenbaar te maken bij de politici en op het ministerie. Lobby heeft ten onrechte een slechte klank, maar het is aan de Kamerleden om zorgvuldig af te wegen wat ze wel overnemen en wat niet. Daarbij spelen andere belangen ook een rol. Een belangrijk aspect van lobby is de stille diplomatie, met inhoudelijke argumenten politici en/of ambtenaren van het ministerie proberen te overtuigen en onderhandelen, maar als dat niet werkt dan moet je je stem laten horen."

"Alles bij elkaar komt er veel op de scholen af. Het is belangrijk dat er niet te veel op hun bordje komt te liggen. Mijn boodschap aan het primair onderwijs is dan ook: 'zorg dat je de goede dingen doet en dat je die dingen goed doet'. Dat geldt voor leraren, schoolleiders en schoolbesturen. Ik heb de indruk dat de mensen in het primair onderwijs hands on bezig zijn met alles. Er wordt hard en professioneel gewerkt, maar het water staat hen steeds vaker aan de lippen. Dat moeten we voorkomen. Ik vind het daarom belangrijk dat de PO-Raad blijft ijveren voor rust en ruimte, zodat de aandacht in de school zoveel mogelijk ligt bij de primaire opdracht van de scholen, zoals de PO-Raad zegt: goed onderwijs voor elk kind. Dat is het allerbelangrijkste."

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 20 december 2011

Nieuwscategorieën