Balanceren tussen de apen

Vandaag begint met een first time. Om half negen ‘s ochtends lopen de deelnemers door een gesloten dierentuin. De uilen nog in diepe rust en de beren zijn in geen velden of wegen te bekennen. Alleen de makaken worden niet gestoord door het vroege tijdstip en hangen woest spelend in de touwen.

Ten opzichte van de vorige sessie van de Leergang Slimmer leren met ICT is de groep behoorlijk gegroeid. Een goed teken: met deze leergang wordt duidelijk voorzien in een behoefte. Voor aanvang van het programma gaan deelnemers al geanimeerd met elkaar in gesprek. Mensen herkennen elkaar van de vorige bijeenkomst en pikken het gesprek weer op. Met de kennisuitwisseling zit het wel goed. Bij de start vertellen deelnemers hoe het hen is vergaan na de vorige bijeenkomst in oktober. Er wordt gesproken over verwarring: ‘ik was bezig een plan te schrijven, maar dat heb ik maar overboord gegooid. Ik ben het gewoon gaan doen’. Maar ook: ‘het blijft lastig om mijn mensen te motiveren, te activeren, het is een uitdaging om ze over de weerstand heen te helpen’.

Welke gevolgen hebben jouw keuzes voor hoe de leerling de school verlaat?

Alfons ten Brummelhuis, strategisch adviseur bij Kennisnet en onderzoeker bij NRO, verzorgt een presentatie. Hij vertelt aan de hand van onderzoek wat werkt en wat niet rondom de inzet van ICT in het onderwijs, dit met behulp van het vier-in-balans-model. Hij doet dit vanuit drie pijlers: leren, werken en leven. Deze drie pijlers zijn de basis voor keuzes in het onderwijs. Een school kiest zelf waar het zwaartepunt ligt en hoe de drie pijlers samenkomen, hierin is differentiatie mogelijk. Dit is een kapstok voor het nemen van strategische beslissingen met betrekking tot ICT, welke focus kies je? En welke gevolgen heeft de keuze voor hoe de leerling de school verlaat?

Vier in balans

Om een goede afweging te maken, kan het vier-in-balans-model worden gebruikt. Het model gaat uit van visie, professionalisering, inhoud en toepassing en ICT-infrastructuur. Door te zorgen dat de vier elementen zich ongeveer op gelijke snelheid ontwikkelen, blijven ze in balans en zorgen ze voor het beste resultaat. Ten Brummelhuis vergelijkt het met een Tetris-spel: investeert u in één element veel meer dan in de andere drie? Dan is het game over. ‘Maar’, troost Ten Brummelhuis, ‘het voordeel van een spel is, als u game over bent, dan kunt u gewoon weer opnieuw beginnen en neemt u de ervaringen uit het verleden mee.’

Meer ICT is niet per definitie beter

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er voor iedere leerling een optimum is in de inzet van ICT, vervolgt de Kennisnet-adviseur. Dit betekent inderdaad dat er ook sprake kan zijn van te veel inzet van digitale leermiddelen, meer is niet per definitie beter. Wat precies het optimum is, is niet generiek vast te stellen. Het is aan de deskundigheid van de leerkracht om hier een goede inschatting van te maken.

Tijd om aan de slag te gaan. In groepen gaan de deelnemers uiteen. Er is sprake van een primeur, ze mogen als eerste aan het werk met het maatwerkgesprek onder begeleiding van adviseurs van Kennisnet. Een team gaat met elkaar in gesprek om de eigen route naar een geambieerd doel te bereiken. De theoretische informatie uit het ochtendgedeelte wordt op deze manier geconcretiseerd. Het gesprek komt snel op gang. De groepen wisselen ervaringen uit. Zo kunnen deelnemers afkomstig uit het speciaal onderwijs veel vertellen over hoe zij omgaan met gedifferentieerd onderwijs in de klas. De anderen hangen aan hun lippen.

Tijdens de lunchpauze vertelt een deelnemer enthousiast: ‘dit is precies waar we bij ons behoefte aan hebben. Het is concreet, duidelijk en we krijgen handvatten waarmee we aan de slag kunnen. Door de oefening van vanmorgen krijg ik gevoel bij waar we kunnen starten. Wat ons uitgangspunt kan zijn.’

Apenstreken

Als je in de dierentuin bent, dan is een workshop ‘apenstreken op de werkvloer’ wel erg toepasselijk. Na een aansprekende inleiding gaan de deelnemers met verschillende biologen en ecologen de dierentuin in. Daar wordt al gauw duidelijk hoe menselijk en dierlijk gedrag aan elkaar verwant zijn. Bijvoorbeeld het vlooien. Vlooien komt voort uit verschillende principes die je ook terugziet op de werkvloer. Apen vlooien tot wel uren per dag, vooral de leider heeft het goed voor elkaar. Zoals ook op de werkvloer is het goed om je leidinggevende ‘te vriend te houden’, vertellen de biologen, al is het maar om je positie zeker te stellen. Maar er gaat ook vertrouwen vanuit. De aap die wordt gevlooid, kan per slot van rekening niet zien wat er achter zijn rug om gebeurt.

Dit intermezzo zorgt voor genoeg inspiratie om weer in groepen uiteen te gaan en na te denken over ‘hoe nu verder?’, ‘welke stappen ga je zetten?’. Van vermoeidheid is nog geen sprake, de groepjes gaan serieus aan de slag.

De afsluitende borrel laat zien dat er zo langzamerhand echt een groep ontstaat. Er worden ervaringen en tips uitgewisseld. Rond half zes keert iedereen weer huiswaarts door, wederom, een stille dierentuin. En dan nu als een haas aan de slag met ICT in de eigen organisatie!

De volgende bijeenkomst van de leergang is op 9 februari 2017. Inschrijven, is helaas niet meer mogelijk.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 5 januari 2017