Beloning primair onderwijs tot 25% lager dan voortgezet onderwijs

Het salaris voor een leraar in het primair onderwijs is tot 25% lager dan dat voor een leraar in het voortgezet onderwijs. Dat blijkt uit de brief die de bewindslieden van OCW op 26 juni naar de Tweede Kamer sturen. Ze leggen de verantwoordelijkheid voor het salaris voornamelijk bij de sociale partners, terwijl de ruimte voor werkgevers en werknemers wordt bepaald door de financiële kaders van de overheid. Leraren in het primair onderwijs voeren deze week actie tegen de lage beloning en de hoge werkdruk in de sector.

Minister en staatssecretaris van onderwijs hebben op 26 juni een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de beloning van leraren in het primair onderwijs. De PO-Raad is zwaar teleurgesteld over deze brief, omdat er geen enkel begrip uit de brief blijkt voor de situatie van de leraren in het primair onderwijs. De bewindslieden verschuilen zich in de brief achter historische argumenten (het salaris was altijd al lager). Ze leggen de verantwoordelijkheid voor het salaris voor een groot deel bij de sector (de inhoudelijke afweging ligt bij de sociale partners), terwijl de financiële kaders waarbinnen de sociale partners kunnen handelen door de overheid wordt bepaald. De bewindslieden schrijven dat salaris niet de enige doorslaggevende factor is voor de aantrekkelijkheid en waardering voor het beroep. Dat klopt, maar het salaris is dus duidelijk wel een van de doorslaggevende factoren. Dat zou dit kabinet (ondanks haar demissionaire status) beter tot uitdrukking mogen brengen. Zeker in het licht van het groeiend lerarentekort in de sector, is dat hard nodig.

De bewindslieden schrijven in de brief aan de Tweede Kamer dat er van oudsher een verschil is geweest in de beloning van leraren in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Dit komt voort uit de wijze waarop de leraarsfunctie is beschreven en gewaardeerd. De uiteindelijke beloning voor de leraren en andere medewerkers moet natuurlijk wel passen binnen de financiële kaders die door de overheid worden vastgesteld. Daarbij is het ministerie van OCW tot 2014 zelf volledig verantwoordelijk geweest voor de primair arbeidsvoorwaarden (het salaris) in het primair onderwijs.

25 procent

Leraren in het primair onderwijs beginnen in schaal LA (€2.896,-, inclusief vakantie- en eindejaarsuitkering). De leraar in het voortgezet onderwijs begint in schaal LB met €3.074,- (inclusief vakantie- en eindejaarsuitkering). Dat is al een verschil van ruim 6 procent. Het gewogen gemiddelde van het maximum salaris is het primair onderwijs is € 4.317,- (inclusief vakantie- en eindejaarsuitkering) in het primair onderwijs. Dat is ruim 25 procent lager dan het gewogen gemiddelde van het maximum salaris is het voortgezet onderwijs (€ 5.404,-, inclusief vakantie- en eindejaarsuitkering).

(bedragen inclusief vakantie- en eindejaarsuitkering)
  Leraar po Leraar vo Verschil
Startsalaris € 2.896,- € 3.074,- 6,1%
Maximum salaris (gewogen gemiddelde) € 4.317,- € 5.404,- 25,2%

De bewindslieden benoemen in de brief aan de Tweede Kamer dat het primair onderwijs jarenlang te maken heeft gehad met een nullijn. De investeringen die daarna in de sector zijn gedaan, waren voor het grootste deel niet bedoeld voor de salarissen van de leraren. Met extra geld voor professionalisering, is het salaris van de leraar niet gelijkgetrokken aan de gemiddelde salarissen voor mensen met een gelijkwaardige opleiding. Als een (nieuw) kabinet extra geld uittrekt voor de leraren, dan garandeert de PO-Raad dat dit naar lerarensalarissen gaat. De exacte afspraken maakt de PO-Raad met de bonden aan de cao-onderhandelingstafel.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 29 juni 2017

Nieuwscategorieën