Beoordeling van de eindopbrengsten van scholen blijft ongewijzigd

10-01-2013

Naar aanleiding van een Kamerdebat over de wijziging van de Wet op het onderwijstoezicht (WOT) en herhaaldelijke vragen van de PO-Raad over de beoordeling van de eindopbrengsten, heeft de Inspectie van het Onderwijs onderzocht of meer gedifferentieerde informatie over het opleidingsniveau van ouders tot een betere beoordeling kan leiden van de bijdrage van basisscholen aan de prestaties van leerlingen.

Conclusie is dat het veranderen van de beoordelingssystematiek het mogelijk maakt om tot een iets betere schatting te komen van de bijdrage van basisscholen aan prestaties. De Inspectie geeft echter aan de huidige werkwijze te willen handhaven, aangezien de iets betere schatting niet opweegt tegen de nadelen die de onderzochte systematiek met zich meebrengt.

Huidige systematiek en alternatieven

Op dit moment gebruikt de inspectie 'het percentage leerlingen met een leerlinggewicht' als correctiefactor bij de beoordeling van opbrengsten. Hierdoor wordt echter slechts een beperkt deel van de verschillen in leerresultaten tussen scholen verklaard (48%). In het onderzoek zijn varianten voor het opleidingsniveau van ouders in combinatie met andere mogelijk relevante kenmerken vergeleken met de huidige wijze van opbrengstbeoordeling van de inspectie.

In het onderzoek vergelijkt de inspectie zeven modellen met de huidige systematiek (zie paragraaf 3.2). Het best verklarende model verklaart 55% van de verschillen in leerresultaten tussen scholen en leidt dus tot een (iets) betere schatting van de bijdrage van scholen aan de prestaties van leerlingen. In dit model wordt naast het leerlinggewicht het opleidingsniveau van ouders preciezer in kaart gebracht en wordt ook etniciteit meegenomen. Voor 96% van de onderzochte scholen maakt het voor de uitkomst (onvoldoende of voldoende) niet uit welk model wordt gebruikt bij de beoordeling. De 4% van de scholen waarbij dit wel het geval is (van voldoende naar onvoldoende of vice versa) vormen geen homogene groep, maar lopen zowel wat betreft leerlingbevolking, opleiding van ouders en prestaties uiteen.

Voordeel van het behouden van het huidige systeem is dat de leerlinggewichten voor alle basisscholen beschikbaar zijn en er geen extra bevragingslast voor scholen is. Deze bevraginglast neemt aanzienlijk toe bij het hanteren van de enigszins 'betere' systematiek waarin meer gedifferentieerd wordt gecorrigeerd voor het opleidingsniveau van ouders. Bovendien wordt de beoordeling bij het hanteren van deze systematiek voor scholen minder transparant omdat er voor meer variabelen wordt gecorrigeerd. Hierdoor kunnen scholen minder goed dan nu mogelijk is, sturen op opbrengsten.

Schoolbesturen onderschrijven keuze Inspectie

Een werkgroep van schoolbesturen en medewerkers van bestuursbureaus heeft in het kader van de werkagenda van de PO-Raad met de Inspectie, met de Inspectie van gedachten gewisseld over dit onderzoek en de uitkomsten. De werkgroep onderschreef de conclusie dat de enigszins betere schatting met een ander model niet opweegt tegen de nadelen: de extra bevragsingslast en het verlies aan transparantie. Bovendien corrigeert ook een andere systematiek niet optimaal.

De werkgroep vond het dan ook belangrijker om, in plaats van een verdere verfijning van de beoordelingssystematiek, meer ruimte te creëren voor een professionele dialoog tussen de schoolbesturen en de Inspectie als het gaat om de beoordeling van eindopbrengsten van scholen. Als besturen van mening zijn dat op een school die als onvoldoende uit de risicoanalyse komt, sprake is van bijzondere omstandigheden in de leerlingpopulatie die afwijken van de beslisregels door de inspectie rechtvaardigen, kunnen zij hun visie beargumenteerd met de inspectie bespreken. De inspectie kan dan in haar oordeel eventueel beredeneerd afwijken van de beslisregels. Deze aanpak past in de systematiek waarin schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het onderwijs in hun scholen en zich daarover verantwoorden.

OCW heeft deze conclusie, die ook gedeeld werd door de Inspectie en aantal externe deskundigen, overgenomen. De PO-Raad heeft aangegeven zich in te spannen om de kwaliteit van de professionele dialoog te versterken door hier bij de besturen aandacht voor te vragen. Ook de Inspectie heeft aangegeven hier aandacht aan te (gaan) besteden. De PO-Raad heeft bovendien aangedrongen op een evaluatieonderzoek begin 2014 om na te gaan of schoolbesturen ook ervaren dat er meer ruimte is voor deze professionele dialoog.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 10 januari 2013

Nieuwscategorieën