Bestuurder Lia van Meegen: ‘Ik mis het vertrouwen’

Bestuurder Lia van Meegen

Als op 25 mei de nieuwe privacywet van kracht wordt, moet Lia van Meegen, Voorzitter College van Bestuur bij SPOM Maas en Waal, een ‘functionaris gegevensbeheer’ hebben aangesteld, moeten alle directeuren zich hebben verdiept in de nieuwe regels en alle personeelsleden die ermee te maken hebben zijn geschoold. Het is een greep uit de acties die Van Meegen in gang moest zetten. Prima, vindt ze, maar met de wet kwam geen budget mee. ,,Het komt er dus allemaal bij.’’ Of neem de Wet werk en zekerheid. ,,Het vraagt nogal wat om die goed uit te voeren.’’

Begrijp Van Meegen niet verkeerd. Ze onderschrijft de uitgangspunten van de nieuwe regels. Het zijn de taken die zich zo almaar opstapelen en de vanzelfsprekendheid waarmee wordt gedacht dat schoolbesturen die wel even oppakken; díe vormen het probleem. Want de bekostiging groeit níet mee.
,,Ik zou zo graag meer doen aan personeelsbeleid. Ik wil een aantrekkelijke werkgever zijn die met de medewerkers samen werkt aan duurzame inzetbaarheid, professionele ontwikkeling en werkplezier. Maar loopbaanbegeleiding, stages, coaching, allerlei zaken om het lesgeven aantrekkelijker en gevarieerder te maken, kan ik maar mondjesmaat bieden. Goed werkgeverschap is ook goed voor de sector. Maar daarbij hoort een professioneel budget en dat is er nu niet.’’

Critici zeggen dat u als schoolbestuurder dan maar andere, betere keuzes moet maken

,,Natuurlijk moet ik keuzes maken, maar doordat er steeds verplichtingen bij komen, is de mate waarin je keuzes kunt maken beperkt. Het aantal leerlingen is bij ons in tien jaar tijd teruggelopen van vierduizend naar 2800 en loopt nog verder terug. Daarmee daalt ook het budget wat het maken van keuzes alleen nog maar lastiger maakt.
We zijn heel zuinig, we houden iedere uitgave tegen het licht. We huren onze bestuursruimte goedkoop en hebben op het bestuurskantoor tweedehands meubilair, gekregen van een bedrijf.’’

Het zijn de taken die zich almaar opstapelen en de vanzelfsprekendheid waarmee wordt gedacht dat schoolbesturen die wel even oppakken; díe vormen het probleem.

Er wordt een steeds hevigere discussie gevoerd over de bekostiging van het primair onderwijs. Wat stoort u het meeste in dit debat?

,,Ik mis het vertrouwen dat ik als schoolbestuurder de intentie heb dat zoveel mogelijk geld naar de klas gaat. Het stoort me dat hieraan voortdurend getwijfeld wordt, alsof ik hier in de eerste plaats zit om mijn bestuurskantoor draaiende te houden en zelf een goed salaris te verdienen. En neem het Werkdrukakkoord: Mooi dat er geld komt voor werkdrukverlaging, maar lees eens wat er in staat over verantwoording, onderzoek en monitoring van de gelden. Dat is puur wantrouwen naar besturen.

Ik stoor me eraan dat, gebaseerd op incidenten die er altijd zijn geweest en zullen blijven bestaan, een hele beroepsgroep wordt afgerekend als zakkenvuller. Er wordt steeds gedaan alsof de bestuurder er niet is voor de mensen in de klas, maar niets is minder waar. Die publieke verantwoordelijkheid weegt mij zwaar. Ik wil mijn werk doen vanuit vertrouwen. En als ik iets niet goed doe, wil ik het weten zodat ik het kan veranderen. ‘’

Wat merkt u in de praktijk van dat wantrouwen?

,,Je ziet het aan uitspraken die in de Tweede Kamer worden gedaan. Dat werkt door. Ouders en personeelsleden vragen zich dan ook af of ‘wij zwemmen in het geld’. Ik mis de gedachte dat wij een gedeeld belang hebben, namelijk dat we allemaal goed onderwijs willen realiseren voor kinderen. In gesprekken heb ik vaak het gevoel dat ik op 1-0 achterstand sta en eerst veel moet uitleggen voordat we het over het voorliggende vraagstuk kunnen hebben.
In gesprekken met gemeenten en de GMR over de huisvesting van de scholen bijvoorbeeld, is het lastig als het algemene beeld is: ‘er is geld genoeg, doe niet zo moeilijk’. Terwijl ik jaarlijks op de energiekosten voor de zeven scholen in de gemeente Druten al 60.000 euro tekort kom. Dat is een leerkrachtsalaris! Alles is steeds gericht op controle. Dat kost heel veel tijd en energie, terwijl ik juist graag het gesprek wil voeren over keuzes en dilemma’s.’’

Hoe kan de sector, hoe kunnen de besturen dat vertrouwen weer terugwinnen?

,,Ik denk dat het belangrijk is om zelf in scholen en bij de teams te komen. Alleen dan weet je wat er speelt en kun je wederzijdse verwachtingen goed afstemmen. Laatst vroegen enkele leraren me wat ik aan hun werkdruk ging doen. En daarna vroeg ik: wat doe jij aan jouw werkdruk? Dit zorgde ervoor dat we allemaal beter inzagen waar de ander tegenaan loopt, dat we beter wisten waar je zelf verantwoordelijkheid voor kunt nemen en daar ook aan gingen werken. Dat schept wederzijds vertrouwen.
Op sectorniveau kunnen we allemaal meer onze grenzen aangeven en op onze eigen manier aan de slag gaan. Zo hebben we met enkele besturen een manifest opgesteld rond het lerarenregister en dit verspreid onder onze leerkrachten. Daarin onderschrijven we het doel van het register, namelijk dat leraren continue werken aan hun ontwikkeling. Maar we zeggen erbij dat we niet gaan controleren of ze dit wel registreren en dat er dus ook geen consequenties zijn als ze dat niet doen, zoals het register vereist. Dit systeem gaat uit van wantrouwen. Wij vinden juist dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen ontwikkeling. Door zelf de regie te pakken, kunnen ze zelf werken aan een sterke beroepsgroep. Dat schept vertrouwen.’’

Ik mis de gedachte dat wij een gedeeld belang hebben, namelijk dat we allemaal goed onderwijs willen realiseren voor kinderen.

Wat wilt u de Tweede Kamer nog meegeven?

,,Kijk meer gedifferentieerd naar het onderwijs. De scholen in de grote steden hebben nu veel last van het teruglopende budget voor onderwijsachterstanden. Wij hebben nu vooral last van krimp. Misschien ligt een oplossing voor de tekorten ook wel in het gedifferentieerd kijken en moeten we af van het one-size-fits-all-model.’’

Laatst gewijzigd: 
woensdag 7 maart 2018