Bestuursakkoord zet primair onderwijs in beweging

Schoolbesturen zijn structureler aan de slag met het verder verbeteren van de onderwijskwaliteit. De onderwijscultuur is ambitieuzer geworden. Daarmee ligt de sector op koers met het realiseren van de ambities uit het bestuursakkoord, zo blijkt uit de voortgangsrapportage die staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) onlangs naar de Tweede Kamer stuurde.

,,Ik ben trots op alle scholen en hun besturen. We zien dat steeds meer teams en schoolbesturen bezig zijn hun kwaliteit te verbeteren, op een manier die bij hen past. Daardoor kunnen we nog beter onderwijs voor alle leerlingen organiseren’’, aldus Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad.

De PO-Raad ondersteunt de sector primair onderwijs om de ambities uit het bestuursakkoord te realiseren. De PO-Raad en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen sloten dit Bestuursakkoord 2014-2020 in de zomer van 2014.

Verbeteraanpak en ICT

Aan veel doelstellingen uit het akkoord wordt blijvend gewerkt. Zo is het doel dat in 2020 90 procent van de scholen dagelijks digitaal leermateriaal gebruikt in de les. Op dit moment gebruikt de helft van de leraren meer dan tien uur per week ICT in de les, maar maakt ruim 20 procent er relatief weinig gebruik van.
Om scholen en hun besturen hierbij verder te helpen, werken de PO-Raad, VO-raad en de ministeries van OCW en Economische Zaken samen in het Doorbraakproject Onderwijs en ICT. Binnen dat project werken zij samen onder meer aan het afstemmen van digitaal leermateriaal op de wensen van het onderwijsveld.

Met het programma ‘Q voor besturen’ ondersteunt de PO-Raad schoolbesturen om op basis van een goede zelfevaluatie van hun scholen, gerichte verbeteracties te kiezen (op basis van ‘wat werkt’) en om vervolgens de effectiviteit van die verbeteracties samen met de scholen te evalueren. Daarbij leggen schoolbesturen de koppeling tussen hun ambities op het gebied van onderwijs, het personeelsbeleid en het financieel beleid. Het programma faciliteert schoolbesturen in bijvoorbeeld lerende netwerken om van elkaar leren (elkaars ‘kritische vrienden’ zijn).

Leraren

Voor sommige doelstellingen geldt dat beweging vooral over enkele jaren wordt verwacht. Dat geldt bijvoorbeeld voor het doel dat in 2020 alle leraren differentiatievaardigheden beheersen en hun lessen kunnen afstemmen op leerlingen van verschillende niveaus. Het ontwikkelen en verbeteren van deze vaardigheden is een complexe taak en het kost tijd voordat inspanningen concrete verbeteringen laten zien. Inmiddels gebruikt bijna 70 procent van de schoolbesturen een observatie-instrument om didactische vaardigheden van leraren in kaart te brengen wat bijdraagt aan het halen van het doel. Resultaten hiervan worden over twee tot drie jaar verwacht.

In overleg met het ministerie van OCW is besloten om de termijn waarbinnen alle schoolbesturen een implementatie- en investeringsplan ICT zouden moeten hebben met een jaar te verlengen naar 2016. Op dit moment heeft ruim 40 procent van de schoolbesturen in het primair onderwijs zo’n plan. Nog eens 40 procent werkt eraan.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 22 oktober 2015

Nieuwscategorieën