Brede coalitie roept op tot groot onderhoud onderwijs

Niet al in groep acht maar pas rond hun vijftiende kiezen leerlingen of ze een academische of beroepsgerichte kant op willen. Vakken kunnen zij op verschillende niveaus volgen zodat hun talenten maximaal worden ontplooid, en alle kinderen kunnen zich spelend met elkaar ontwikkelen, ongeacht wie hun ouders zijn of wat die doen. Dat zijn enkele ideeën die een brede coalitie van vertegenwoordigers van leerlingen, studenten, docenten, onderwijsondersteuners, schoolleiders, onderwijsbesturen en kinderopvangorganisaties, waaronder de PO-Raad, vanmiddag presenteerden in het discussiestuk Toekomst van ons onderwijs.

AVS, VO-raad, MBO Raad, PO-Raad, LAKS, Vereniging Hogescholen, VSNU, FvOv, JOB MBO, CNV Overheid, CNV Onderwijs, Interstedelijk Studenten Overleg, Landelijke Studentenvakbond en Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang slaan hun handen ineen omdat zij de volgende generaties goed willen voorbereiden op de samenleving en arbeidsmarkt. Om dit te bewerkstelligen is groot onderhoud nodig aan het onderwijs. Diverse signalen waarschuwen ons al langer dat de rek uit ons onderwijssysteem is. Scholen ervaren dat zij onder druk van onder meer vroegselectie en het diplomasysteem niet het beste uit studenten en leerlingen kunnen halen. Bij scholieren daalt de motivatie om te leren en de leesvaardigheid gaat achteruit. Steeds meer scholieren en studenten ervaren zoveel druk dat het ten koste gaat van hun welzijn en prestaties. Docenten gaan gebukt onder werkdruk en ervaren te weinig waardering. En in het hele onderwijs ervaren alle partijen dat de kansengelijkheid onder druk staat. Het zijn verontrustende signalen.

Langetermijnvisie

Een gezamenlijke, sectoroverstijgende en langetermijnvisie op het onderwijs is nodig om het onderwijs structureel te verbeteren, vinden de organisaties. Een visie die institutionele belangen overstijgt en die niet alleen helderheid biedt aan mensen die in het onderwijs leren en werken, maar ook aan de politiek. Want naast veranderingen die het onderwijsveld zelf kan en moet oppakken, zijn er ook structurele investeringen door de overheid nodig.

,,In tijden van lerarentekort is het spannend om toekomstvisies neer te leggen’’, zegt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad. ,,Toch denk ik dat het nodig is. Niet alleen omdat het actuele problemen zoals het lerarentekort kan helpen, maar vooral om de onderwijskwaliteit duurzaam te verbeteren en om te zorgen voor meer kansengelijkheid. Dat is keihard nodig, en daar zijn geen simpele oplossingen meer voor.’’

Onderwijsorganisaties presenteren discussiestuk Toekomst van ons onderwijs
O.a. Pail Rosenmoller en Pieter Lossie aan tafel
Fotograaf: Michelle Muus
Vlnr aan de discussietafel: Paul Rosenmöller (VO-raad), Alex Tess Rutten (LSVb), Pieter Lossie (Laks), Jan de Vries (CNV)

Toekomst van ons onderwijs

In het discussiestuk Toekomst van ons onderwijs zetten de onderwijsvertegenwoordigers ankerpunten uit voor een discussie over aanpassingen en vernieuwingen. Dat doen zij vanuit een gezamenlijke probleemanalyse en met gezamenlijke oplossingsrichtingen. Alle betrokken organisaties gaan de komende maanden het gesprek aan met hun eigen achterban en met een ieder die het onderwijs een warm hart toedraagt. De opbrengst van deze dialoog is input voor de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen en moet leiden tot een gezamenlijke visie en koers voor de komende kabinetsperioden. Daarbij sluiten de onderwijsorganisaties aan bij en bouwen ze voort op lopende ontwikkelingen in het onderwijs, zoals de dialoog over een curriculumherziening, de ambities rond een landelijke kennisinfrastructuur voor innovatie en onderzoek en de door de Onderwijsraad geëntameerde discussie over een meer eigentijds perspectief op leraarschap. De coalitie benadrukt dat dit groot onderhoud moet plaatsvinden zonder de noodzakelijke kortetermijnacties op het gebied van onder meer werkdruk en personeelstekorten uit het oog te verliezen. De ankerpunten hebben betrekking op:

  • Een vroege start is de beste basis. Hoe jonger het kind is waarin wordt geïnvesteerd, hoe meer profijt het kind en de samenleving daarvan hebben. Kinderen kunnen  dan ook al vanaf jonge leeftijd naar een basisvoorziening die voor iedereen toegankelijk is.
  • Doorlopende leerlijnen in het onderwijs. Leerlingen blijven langer bij elkaar en maken op latere leeftijd keuzes voor vervolgstappen in het onderwijs. Een leerling of student gaat naar een volgende fase als hij of zij daar qua persoonlijke en inhoudelijke ontwikkeling aan toe is.
  • Leven lang ontwikkelen is vanzelfsprekend: naar een brede, sterke leercultuur. We bouwen een publiek stelsel van leven lang ontwikkelen onderwijs in aanvulling op de bestaande onderwijsleerlijnen in het initieel onderwijs.
  • Onderwijsprofessionals: naar aantrekkelijker werk in een samenwerkende sector. Voor de toekomst van Nederland heeft het onderwijs de beste mensen nodig. Mensen die worden gewaardeerd voor wat ze doen, voldoende professionele ruimte hebben, zich als professional kunnen blijven ontwikkelen en een marktconform salaris verdienen.
  • Onderzoek en innovatie van wereldniveau. Om als Nederland het meest innovatieve land van Europa te worden, moeten we fundamenteel, toegepast en praktijkgericht onderzoek van wereldniveau hebben.

Sociaal Werk Nederland en Stichting voor Werkende Ouders hebben laten weten het discussiestuk te steunen.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 23 januari 2020

Nieuwscategorieën