Breinbabbels het onderwijs uit!

Zonder hersenactiviteit kan men niet leren. Over de werking van het brein wordt steeds meer bekend. Maar is de manier waarop er met deze kennis in de onderwijspraktijk wordt omgegaan wel goed? En hoe kan het beter? Staigiair Sophie Oudman deed een literatuurstudie naar houding, kennis en gedrag van Nederlandse leraren ten opzichte van neurowetenschap.

De meerderheid van de leraren blijkt volgens de studie geïnteresseerd in de werking van het brein en denkt dat kennis hierover van belang is voor hun lespraktijk. Leraren blijken echter ook vatbaar voor neurowetenschappelijke misvattingen, de zogeheten neuromythen of breinbabbels, en het toepassen van onderwijstechnieken die onterecht als ‘breingebaseerd’ staan aangeprezen, zoals een indeling van leerlingen op basis van dominante hersenhelft. De literatuurstudie onderschrijft enerzijds dat neurowetenschappelijke bevindingen in toenemende mate inzicht in (de bevordering van) het leerproces kunnen bieden. Anderzijds onderschrijven de resultaten dat de onderwijspraktijk beschikt over onvoldoende kritische massa om wetenschappelijke informatie op te zoeken en/of juist te interpreteren. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderwijskwaliteit en de kwaliteit van het personeel. Door het verbinden van onderwijs en wetenschap kunnen zij een omgeving creëren waarin op een juiste manier gebruik wordt gemaakt van de kennis die er is, bijvoorbeeld over de werking van het brein. 

Uit de literatuurstudie komen vier aanbevelingen voor schoolbesturen om gestalte te geven aan de verbinding tussen onderwijs en onderzoek op het gebied van breinkennis:

  • Bed breinkennis in een wetenschappelijke aanpak in
  • Doe afstand van breinbabbels
  • Versterk de verbinding van onderwijs en (neuro)wetenschap
  • Investeer in ruimte en tijd en stimuleer leraren om zich meer met (neuro)wetenschap bezig te houden
Laatst gewijzigd: 
dinsdag 24 februari 2015

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Trefwoorden

Nieuwscategorieën