Cao-dwaling of cao-afspraak? Wat kan er beter met de functies van directeuren en adjuncten?

Naast een groot lerarentekort heeft het primair onderwijs te maken met een tekort aan directeuren en adjunct-directeuren. Steeds vaker zeggen betrokkenen dat dit te maken heeft met de erkenning, de autonomie en het salaris van de directeuren. In de CAO PO 2019-2020 is afgesproken om de functies van directeuren te actualiseren en herwaarderen. Veel schooldirecteuren zijn teleurgesteld over de uitkomsten hiervan, en ook schoolbesturen hebben vragen en bedenkingen. Daarom is het belangrijk om met elkaar goed te kijken naar wat er precies aan de hand is, hoe dat is gekomen en wat we eraan kunnen doen.

De PO-Raad heeft de afgelopen tijd intensieve gesprekken gevoerd met haar leden, de groep Schoolleiders in Actie en de AVS. Het doel was meer over dit onderwerp en de onrust te weten te komen. De PO-Raad vindt de rol van de directeur cruciaal om binnen de school te komen tot het beste onderwijs. 

Wat was de aanleiding? 

In 2018 kreeg het primair onderwijs 270 miljoen van het kabinet om de salarissen van de leraren te verbeteren. Dat was op dat moment hard nodig. Uit onderzoek van een jaar eerder bleek dat het salaris van de leraren ver achterbleef bij de salarissen voor vergelijkbare beroepen in andere sectoren. Het gemiddelde loon van leraren in het primair onderwijs was aanzienlijk lager dan dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector. Veel schoolbesturen vonden het vervolgens na de CAO PO 2018 belangrijk om ook de functies en beloning van directeuren en adjunct-directeuren goed te bekijken. Sociale partners pakten dit op en hebben dit uitgewerkt in de volgende cao (CAO PO 2019-2020). 

De PO-Raad en de vakbonden zagen dat de taken en verantwoordelijkheden van directeuren en adjunct-directeuren in de afgelopen jaren zwaarder en complexer zijn geworden. In gesprekken met schoolbesturen wordt dit bevestigd. Sociale partners spraken in die nieuwe cao daarom af dat alle functies van directeuren en adjunct-directeuren worden heroverwogen. Er kwamen nieuwe salarisschalen en actuele voorbeeldfunctiebeschrijvingen. De cao-afspraak had als doel om te komen tot een beloning voor directeuren die passend is binnen het primair onderwijs.

Wat hebben we afgesproken in de cao? 

Alle functies van directeuren en adjunct-directeuren worden geactualiseerd. Er komen actuele functiebeschrijvingen die goed beschrijven wat de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn. 

Er komen nieuwe salarisschalen waarmee een stap wordt genomen om het loongebouw te harmoniseren. Hiermee is er minder verschil tussen de loongebouwen van de verschillende functiecategorieën (leraren, oop-ers, adjunct-directeuren en directeuren). Het loongebouw is logisch verbonden aan het functiewaarderingssysteem en functies van gelijke zwaarte binnen het primair onderwijs worden meer vergelijkbaar beloond. 

Om schoolbesturen te ondersteunen is een aantal voorbeeldfuncties opgesteld. De voorbeeldfuncties zijn geen vaste formats, maar bedoeld om het proces te ondersteunen. 

Ten slotte is er vanzelfsprekend een garantiebepaling voor de individuele beloning van directeuren voor gevallen waarin de schaal die bij de nieuwe functiebeschrijving hoort, lager is dan de oude schaal van de directeur die die functie vervult. 

Waarom krijgen de directeuren in 2019 geen collectieve loonsverhoging zoals de leraren in 2018? 

De salarissen van de leraren liepen in 2018 ver achter op andere sectoren en in relatie tot hun taken en verantwoordelijkheden. Daar was een collectieve loonsverhoging op zijn plaats. Volgens het onderzoek van toen verdienden directeuren ook minder dan vergelijkbare werknemers in de marktsector, maar het gat was minder groot. Daarbij kwam dat er grote verschillen waren in de zwaarte en complexiteit van de directiefuncties binnen het primair onderwijs. Dat vroeg om maatwerk. Het uitgangspunt was en is nog steeds dat iedereen een salaris krijgt dat past bij haar of zijn taken en bevoegdheden. Een passende functiebeschrijving leidt via functiewaardering tot een passend salaris binnen het salarisgebouw van het primair onderwijs. 

De PO-Raad wil – net als de bonden - alle medewerkers in het primair onderwijs beter belonen. Vanuit de gedachte dat gelijk werk gelijk beloond moet worden, is een beloning op het niveau van het voortgezet onderwijs rechtvaardig. Helaas heeft het primair onderwijs echter te maken met een loonkloof met het voortgezet onderwijs. Dat geldt voor de leraren en ook voor directeuren. 

Wat is het doel van het actualiseren van de functies? 

Het primair onderwijs kent geen vast functiegebouw. Er wordt gewerkt met functiewaardering, waarbij er veel ruimte is voor maatwerk. Op basis van de context en functie kan er een functiewaardering worden uitgevoerd door een deskundige, waarmee een puntentotaal leidt tot de inschaling. Hoewel er dus alle ruimte is om een eigen functiegebouw neer te zetten, werd in de praktijk nog best veel met de oude normfuncties gewerkt en ook met verouderde functiebeschrijvingen. Een nieuwe actuele functiebeschrijving moet ervoor zorgen dat iemand betaald wordt volgens de zwaarte van haar of zijn functie.  

De PO-Raad en vakbonden willen toewerken naar een eenduidige relatie tussen de zwaarte van de functie en de inschaling. Hoe gek het ook klinkt, in de cao voor het primair onderwijs worden werknemers in verschillende schalen ingedeeld, ook als hun functiezwaarte (objectief vastgesteld met het functiewaarderingssysteem) hetzelfde is. Dit is onwenselijk omdat werknemers met een gelijke functiezwaarte daarmee ongelijk worden beloond. 

Ter illustratie: een leraar die vanwege het puntentotaal is ingeschaald in functie L11, hoort in dezelfde schaal te zitten als een (adjunct-)directeur of andere collega in een functie met hetzelfde puntentotaal. In de vorige cao was dit niet het geval. Leraren verdienden ook in een functie van gelijke zwaarte, 600 euro (S10) tot 900 euro (S11) bruto per maand minder dan directeuren. Met de CAO PO 2019-2020 is een stap in de goede richting gezet. Een leraar in salarisschaal L11-max verdient nu 4434 euro, terwijl een directeur in salarisschaal D11-max 4861 euro ontvangt. Dat is nog altijd meer, terwijl de functiezwaarte in deze vergelijking van beiden gelijk is en ze dus gelijk beloond zouden moeten worden. 

Het uitgangspunt in de cao is dat het verschil in inschaling tussen een leraar en een directeur in de eindsituatie volledig en objectiveerbaar terug te voeren is op het verschil in de zwaarte van de functie. 

Dat betekent dus niet dat een directeur en een leraar in dezelfde schaal zitten. De functiezwaarte van een directeur zal binnen een school vrijwel altijd hoger zijn dan van de leraar. Het meest komt waarschijnlijk voor dat de leraar in L10 zit en de directeur in D12. De directeur verdient dan in de huidige situatie 1400 euro per maand meer dan de leraar.  

Er zijn ook andere situaties binnen het primair onderwijs. Als er één niveau verschil is tussen de directeur en de leraar (bijvoorbeeld de directeur in D12 en de leraar in L11), dan verdient de directeur ongeveer 900 euro per maand meer. En hoe zit het met een directeur die op hetzelfde niveau werkt als een leraar (bijvoorbeeld D11 en L11 of D12 en L12)? Dit zal vrijwel nooit voorkomen in één organisatie, maar in de sector als geheel kun je die vergelijking wel maken. De directeur die op hetzelfde zwaarteniveau werkt, verdient nog ruim 400 euro per maand meer dan de leraar (afgemeten naar de max-bedragen van de schalen). Aangezien de functiezwaarte in deze situatie van beiden gelijk is, zouden ze volgens de uitgangspunten van de cao eigenlijk gelijk beloond moeten worden. 

Zijn de functies van de directeuren en adjunct-directeuren ondertussen allemaal geactualiseerd? 

De AVS heeft een enquête uitgezet onder directeuren waaruit blijkt dat helaas nog niet alle schoolbesturen het proces rondom de actualisering hebben afgerond. Op 1 november 2020 zou het proces afgerond moeten zijn, maar dat is blijkbaar niet overal gelukt. De PO-Raad doet daarom een beroep op die schoolbesturen om dit nu zo snel mogelijk te doen.  

In sommige situaties kan het voldoende zijn om de functiebeschrijving en inschaling schriftelijk mee te delen, maar meestal – zeker bij grote veranderingen in de functiebeschrijving – is een gesprek tussen werkgever en directeur een goede zaak. De PO-Raad adviseert de schoolbesturen om dit alsnog te doen in voorkomende situaties en wanneer er bij de directeuren behoefte aan is.

Zijn de meeste directeuren er in salaris op vooruitgegaan? 

De PO-Raad is daar ook erg benieuwd naar. Er is nog geen volledig overzicht van het effect van het actualiseren van de functies van directeuren en adjunct-directeuren. Op basis van veel reacties constateert Schoolleiders in Actie dat de meeste directeuren en adjuncten er nauwelijks op vooruit gaan. De actiegroep vindt dat het perspectief voor veel directeuren en adjuncten door de afspraken in de cao is verslechterd. Ook de AVS constateert dat het proces van functiebeschrijving en -waardering niet overal goed loopt. De vereniging meldt dat er zorgen zijn over inschaling van directeuren in D13. Dit leidt volgens de AVS op diverse plekken tot onduidelijkheid en teleurstelling. De PO-Raad begrijpt de teleurstelling, zeker omdat er wellicht andere verwachtingen waren. Dit lijkt vooral het geval bij directeuren die in de oude situatie op basis van leerlingaantal in de normfunctie DC zaten of op grond van een eerdere functiebeschrijving via de conversietabel in DC zaten. Op basis van een nieuwe functiebeschrijving wordt een deel van hen in D12 ingeschaald.  

Een garantietoelage zorgt ervoor dat het salaris van de directeuren die in een lagere schaal terechtkomen, gelijk blijft en in de toekomst doorgroeit. Het salaris blijft daarmee – ook in de toekomst – gelijk met hun oude DC-schaal. Het is echter nooit leuk om te vernemen dat jouw functie in een lagere schaal terechtkomt. 

Wat kan er beter? 

De PO-Raad gaat de komende tijd, met alle betrokkenen, nader onderzoeken wat er beter kan. De huidige situatie is ontstaan door een combinatie van factoren. Waarschijnlijk is er niet een uniform antwoord op alle vragen. In een deel van de gevallen was een directeur mogelijk voornamelijk op grond van het leerlingaantal relatief hoog ingeschaald en is de nieuwe inpassing meer passend bij de daadwerkelijke taken en verantwoordelijkheden van de directeur. In een ander deel van de gevallen is mogelijk de uitwerking van de actualisatie nog niet in lijn met de werkelijke en gewenste functiezwaarte. De PO-Raad merkt namelijk ook dat her en der schoolbesturen aangeven dat zij directeuren wel beter willen belonen, maar dat de cao-afspraak dit zou beletten. In die gevallen wil de PO-Raad graag in gesprek gaan met die besturen en met hen bekijken welke mogelijkheden er zijn. Schoolbesturen hebben namelijk veel ruimte om de invulling van de functies te kiezen die zij passend vinden. Die kunnen leiden tot een ander puntentotaal en een andere inschaling. Besturen kunnen dit nu al doen, maar het is ook denkbaar dat de sociale partners de set aan voorbeeldfuncties uitbreiden.  

De relatie tussen functiezwaarte en inschaling is wel een gegeven in de cao. Dat voorkomt willekeur van beloningen. Daarom bepaalt functiezwaarte de inschaling onafhankelijk van waar je werkt. Dit geeft eenheid in het salarisgebouw van de sector. 

Daarnaast zijn er ook situaties waarbij niet alleen de functiezwaarte de beloning bepaalt. Ieder schoolbestuur kan beloningsbeleid met de PGMR overeenkomen. Te denken valt aan beleid dat het mogelijk maakt om bij heel goede invulling van de functie een extra beloning aan de werknemer toe te kennen. Ten slotte is het denkbaar dat een organisatie arbeidsmarkttoelagen overeenkomt als er een risico is dat cruciale functies niet meer bezet worden door grote krapte op de arbeidsmarkt. 

Besturen moeten dus goed nadenken welke verantwoordelijkheden zij bij de directeuren van scholen willen neerleggen. Bij een directeur met weinig bevoegdheden en verantwoordelijkheden, komt via functiewaardering een lager puntentotaal naar voren. Dat leidt tot een lagere inschaling. Als besturen hun directeuren hoger willen belonen via de functiebeschrijving, zullen ze ook moeten bepalen hoe zwaar ze deze functies willen maken. Welke ruimte en welke autonomie bieden zij de individuele directeur en de directeuren in gezamenlijkheid? 

Wat gaan we nu doen? 

Op basis van de signalen van de schoolbesturen, de groep Schoolleiders in Actie en de AVS, gaat de PO-Raad nu eerst in overleg met de sociale partners en andere vertegenwoordigers van de directeuren om alle feiten en cijfers goed in kaart te brengen. Dat leidt niet direct tot andere inschalingen of hogere salarissen. Waarschijnlijk is eerst nog nader onderzoek nodig. Alleen op basis van de werkelijke situatie en een zorgvuldig proces kunnen de partijen bekijken wat er moet verbeteren en hoe dat kan verbeteren. Wil je hier al input voor leveren? Stuur concrete vragen, oplossingen en voorbeelden naar cao@poraad.nl. 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 10 december 2020

Nieuwscategorieën