Commissie Behoorlijk Bestuur: Geen overkoepelende code bestuurders

11-09-2013

Er hoeft geen overkoepelende gedragscode te komen voor bestuurders in de semipublieke sector zoals het onderwijs. De huidige regels en gedragscodes zouden afdoende moeten zijn. Wel moet er een 'open bestuurscultuur' ontstaan waarin over behoorlijk gedrag met elkaar wordt gepraat. Dat concludeert de Commissie Behoorlijk Bestuur in het rapport ‘Een lastig gesprek’ dat zij op 11 september presenteerde.

Onder leiding van Femke Halsema analyseerde deze commissie de weeffouten in de sector, de verantwoordelijkheidsverdeling en de sturingsmechanismen die onbehoorlijk gedrag van bestuurders, toezichthouders en leidinggevenden in de hand werken. Aanleiding voor het onderzoek waren verschillende gevallen van wanbestuur in de zorg, het onderwijs en de woningbouw. Om te voorkomen dat er in de toekomst grote incidenten gebeuren, moet volgens de commissie een cultuurverandering plaatsvinden. Ook moeten de weeffouten in de sector worden hersteld. 

Opstellen gedragscodes

De commissie doet daarnaast een aantal aanbevelingen aan de politiek en aan de sectoren en instellingen zelf waaraanhun eigen gedragscodes moeten voldoen. Een gedragscode, zo adviseert de commissie, moet aan een aantal thema’s aandacht besteden. Een sectorale code moet aandacht besteden aan hoe het de eigen maatschappelijke taak ziet, aan de professionaliteit van de bestuurders en de verantwoordelijkheden van de toezichthouders. Daarnaast moet in een code richtlijnen geformuleerd zijn over het individueel handelen.

Een nieuwe lijst met regels of een nieuwe code gaat niet helpen om het gedrag van bestuurders verder te verbeteren, stelt de commissie. Er zijn al een groot aantal codes die beschrijven hoe toezicht, bestuur en management hun taken moeten vervullen. ,,Spreken in termen van een ‘moreel kompas’ van leidinggevenden in de semipublieke sector zou ook ten onrechte de indruk kunnen wekken dat de grote incidenten van de afgelopen jaren alleen het effect zijn van het immorele gedrag van bestuurders'', aldus de Commissie in haar rapport.

Code Goed Bestuur

Het primair onderwijs kent sinds 2010 de Code Goed Bestuur. De code beschrijft wat de leden van de PO-Raad verstaan onder goed bestuur. Schoolbesturen en intern toezichthouders toetsen de bestuurlijke inrichting en het bestuurlijk functioneren aan de principes van de code. De code is een leidraad bij keuzes voor inrichting en gedrag binnen de eigen organisatie.

Commissie-Meurs

Eerder dit jaar heeft de PO-Raad een adviescommissie in het leven geroepen die haar bestuur gaat adviseren over een adequaat systeem voor de professionalisering van bestuurders in het primair onderwijs. De PO-Raad wil daarmee bijdragen aan een verdere professionalisering van de sector. De PO-Raad vindt het belangrijk dat de sector daar zelf werk van maakt.

Het advies wordt in november verwacht.

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 13 september 2013

Trefwoorden

Nieuwscategorieën