Congresspeech Rinda den Besten: Sem en Sophie en de wereld van morgen

06-06-2014

Een samenvatting van de congresspeech van Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad, leest u hier. Voor haar volledige speech kunt u op deze link klikken of de bijlage onderaan deze pagina downloaden.

,,Sem en Sophie zijn 4 jaar oud. Ze zijn allebei dit voorjaar voor het eerst naar school gegaan. Ze zijn nog niet bezig met wat ze later willen worden en denken nog nauwelijks aan de toekomst. Maar de school is daar al wel mee bezig. De basisschool is de plek waar Sem en Sophie elke dag met plezier naar toe gaan en waar de basis wordt gelegd voor de rest van hun leven. De school, alle juffen en meesters en ander onderwijspersoneel, doet elke dag zijn uiterste best om er voor te zorgen dat Sem en Sophie straks zelfbewust en zelfstandig kunnen deelnemen aan de samenleving van de toekomst. Maar niemand weet hoe de wereld van morgen er uit zal zien.

Sem en Sophie staan symbool voor de belangrijke maatschappelijke opdracht die ons primair onderwijs heeft. Peter van Lieshout, spreker op onze eerste congresdag, stelde dat het onderwijs een cruciale rol speelt in de duurzame innovatie die voor onze economie zo noodzakelijk is. Zijn uiteindelijke advies was: ‘Een geloofwaardig initiatief vanuit de sector kan veel verschil maken.’ Die uitdaging pakken wij op.

Visie, geen fusietoets

Ik vind dat onze schoolbesturen in Nederland heel goed zelf kunnen beoordelen – samen met de ouders – of hun scholen de maatschappelijke opdracht die ze hebben, aankunnen. Maar de politiek moet kiezen: als je wilt dat Nederland tot de top 5 van de kenniseconomieën gaat behoren –  dan moet je alle krachten mobiliseren. Niet klein houden, niet ingrijpen, niet voorschrijven, maar laat de sector zijn creativiteit ontwikkelen. Dat vraagt visie. En geen fusietoets.

Voor de duidelijkheid: we mogen het ontwikkelen van talenten van kinderen nooit alleen vanuit economisch perspectief beschouwen (‘hoeveel wordt iemand waard op de arbeidsmarkt’). Een kind, een mens, is niet op aarde om de economie te dienen. De school moet er mede voor zorgen dat kinderen breed ontwikkelde, gezonde, goed opgeleide mensen worden die verantwoordelijkheid kunnen nemen voor zichzelf en de wereld om hen heen. We moeten Sem en Sophie opleiden voor de wereld van vandaag en morgen.

Blijven verbeteren

Dat vraagt in de eerste plaats goed onderwijs! De scholen in het primair onderwijs hebben zich de laatste paar jaar sterk verbeterd. De kwaliteit van verreweg de meeste basisscholen (98 procent) is voldoende. Het aantal zwakke en zeer zwakke scholen is verder gedaald. Ik ben trots op de beweging die gaande is. De basis is steeds meer op orde en dat is een groot compliment aan onze sector.

Maar we moeten ons blijven verbeteren. Voldoende is niet goed genoeg, als je meer uit de kinderen kunt halen. Het werken aan onderwijskwaliteit is teamsport. Het vraagt om een gezamenlijke aanpak van alle geledingen: leraren, schoolleiders en bestuurders.  In het aanstaande sectorakkoord dat we sluiten met het Ministerie van OCW maken we hier ook afspraken over.

Maar onderwijskwaliteit is geen statisch begrip. Natuurlijk: basisvaardigheden heeft ieder kind altijd en overal nodig. Maar welke nieuwe competenties hebben de leerlingen nodig om in de wereld van morgen te functioneren? Ze worden nu vaak de 21steeeuwse vaardigheden genoemd. Die gaan verder dan alleen ‘het gebruik van ICT’. Het gaat over het omgaan met informatie, om probleemoplossend denken, om creativiteit.

De vraag is hoe de nieuwe vaardigheden zich verhouden tot de bestaande kerndoelen voor het primair onderwijs. Wij vinden dat het tijd wordt om de kerndoelen van het primair onderwijs te herijken, tijd voor de APK van het onderwijsaanbod. OCW is het met ons eens – dus ook daar gaan we een afspraak over maken.

Vernieuwing

Maar onze scholen zitten gelukkig niet stilletjes af te wachten tot wij, met de beleidsmakers er uit zijn. Bij mijn vele bezoeken aan scholen zie ik het bruisen van initiatieven tot vernieuwing. Een daarvan is werken met flexibele onderwijstijden. Voor de komende generatie willen wij toch echt structureel meer ruimte om een dag in te vullen op een manier die bij een individuele school past, daar moeten we dit najaar echt op gaan doorpakken! Wat mij betreft opdracht 2 voor die wereld van morgen.

Scholen hebben veel ruimte, kunnen veel zelf regelen. Maar soms hebben we elkaar echt nodig om tot vernieuwing te komen. Bijvoorbeeld op het gebied van ICT, een derde punt. Daar moeten we onze positie als sector sterk neerzetten ten opzichte van educatieve uitgeverijen, softwareleveranciers, leerling administratiesystemen, kabelaars, enzovoort. Daarnaast willen we massa maken aan de vraagkant. Door het slim inzetten van ICT kan de leraar beter differentiëren tussen leerlingen. Zo kunnen we Sem en Sophie beter in staat stellen om hun talenten te ontwikkelen. Of Sem en Sophie nou extra aandacht en ondersteuning nodig hebben of extra uitdagingen zoeken. De doelen van Passend onderwijs in een notendop.

Laten we ook de versnipperde voorziening voor jonge kinderen aanpakken. We weten uit onderzoek dat kinderen die een goed voorschools aanbod hebben gekregen, gezonder worden, gelukkiger, socialer, beter in taal en rekenen en dat ze daar heel lang van profiteren. Dat is kortom, hartstikke goed ‘voor de economie’. Waarom investeren we daar niet in? We weten dat Nederland, van alle ontwikkelde westerse landen, het minst investeert in zijn populatie 0-4 jarigen. Hoeveel talent wordt hier verspild?

Schevenings beraad 2.0

Veel van onze besturen staan te springen om kindvoorzieningen in te richten die een doorgaande ontwikkeling van elk kind mogelijk maken. Maar ze lopen aan tegen ‘Het Systeem’. Toch denk ik dat die ene kwalitatief hoogstaande basisvoorziening voor alle kinderen van 2,5 -6 jaar er echt gaat komen. We zijn er dichtbij, we regelen het liever nu, maar anders is het zeker een onderdeel van het volgende regeerakkoord. Daar moet nu al aan gewerkt worden door alle mogelijke betrokken partijen bij elkaar te brengen.

Wij noemen dat een Schevenings beraad 2.0, naar het Schevenings beraad van 20 jaar geleden. Dat heeft het onderwijs toen echt verder gebracht, maar we zijn 20 jaar verder; nieuwe veranderingen zijn nodig in het stelsel. Dan gaat het niet alleen om de doorgaande ontwikkelingslijn van 2 – 12 jaar. Maar ook om andere punten uit het stelsel die zijn langste tijd hebben gehad. Denk aan het systeem van onderwijshuisvesting en financiering en de decentralisaties van opvang en jeugdzorg naar gemeenten. Al deze ontwikkelingen vragen om een stelsel waar kinderen centraal staan, niet de instituties, niet de oude systemen en niet de huidige wetten. Daar is visie en lef voor nodig. Het is echt tijd voor een nieuw Schevenings Beraad!

Hersenontwikkeling

Ook de hersenontwikkeling van kinderen is iets om meer rekening mee te houden. We weten inmiddels dat de ontwikkeling van belangrijke basisvaardigheden piekt vóór het vijfde levensjaar. In die periode wordt de basis gelegd voor het ontwikkelen van taal en rekenen, sociale vaardigheden en ‘emotional control’ (metacognitie). Ook is het effect van beweging, gezondheid en cultuureducatie groot op het zich ontwikkelende jonge brein. De wetenschappelijke inzichten op dit terrein moeten beter landen in het hedendaagse onderwijs en hopelijk iets veranderen in de manier waarop ministerie, inspectie en politiek naar deze aspecten kijken.

De toekomst van alle kinderen begint in het primair onderwijs. Om het verschil te maken voor deze kinderen moeten wij met elkaar onder deze 6 punten de schouders zetten. Binnen en buiten het onderwijs. Dan komt het best goed met Sem en Sophie – en hun kinderen.''

Laatst gewijzigd: 
donderdag 26 juni 2014

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Nieuwscategorieën