Cultuuronderwijs op de agenda

In navolging op het eerder getekende Bestuurlijk kader Cultuur en Onderwijs, kwamen de minister en staatssecretaris van Onderwijs, de voorzitter van de PO-Raad en gedeputeerden en wethouders van onderwijs en cultuur van provincies en gemeenten in januari bijeen om de staat van het cultuuronderwijs te bespreken. Zij kwamen deze dag tot een gezamenlijke agenda voor goed cultuuronderwijs waarin zij pleiten voor een prominentere rol van scholen rondom cultuuronderwijs, meer culturele deskundigheid bij leerkrachten en een betere samenwerking met de culturele sector.

Bijeenkomst

De bijeenkomst, die georganiseerd werd door het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW), had als doel de volgende stappen in het traject van het Bestuurlijk kader Cultuur & Onderwijs in kaart te brengen. Deze gezamenlijke intentieverklaring was een jaar eerder door dezelfde partijen getekend om cultuuronderwijs op school structureler aan te pakken. ,,Want cultuur hoort bij de ontplooiing van leerlingen, het kan ze helpen hun eigen talenten te ontdekken en ontwikkelen’’, zo stelde PO-Raad voorzitter Rinda den Besten destijds. Omdat cultuureducatie niet alleen een taak van scholen is, maar ook van het rijk, gemeenten, provincies en schoolbesturen, slaan deze partijen nu de handen ineen om de kwaliteit van het cultuuronderwijs te verbeteren.

Gespreksagenda

Het belangrijkste resultaat van de dag zijn drie aandachtspunten voor de toekomst, die grotendeels gebaseerd zijn op de Verkenning Cultuur en Onderwijs. Allereerst kwamen de betrokkenen overeen dat scholen een belangrijkere rol moeten gaan spelen rondom cultuuronderwijs. Op dit moment ontbreekt nog vaak de tijd en kennis om cultuur goed te integreren in het curriculum. In het land bestaan echter goede voorbeelden waar scholen in goede samenwerking en afstemming met gemeente, culturele instelling en ouders vorm geven aan cultuuronderwijs. Juist deze voorbeelden kunnen een aanmoediging zijn voor scholen die nog zoeken naar de juiste invulling hiervan. Het tweede aandachtspunt is het verzorgen van een ‘rijke culturele leeromgeving’ voor leerkrachten. Door bijscholing, maar vooral al op de pabo, kan een meer onderzoekende en creatieve houding als het gaat om cultuur van deze leerkrachten gestimuleerd worden. Tot slot vinden de partijen het belangrijk dat er duurzamere samenwerkingsverbanden tussen scholen en culturele instellingen tot stand komen. Van de culturele sector wordt hierbij gevraagd om beter in te spelen op de vraag van scholen.  

De aandachtspunten zullen regionaal worden uitgewerkt zodat ze aansluiten bij lokale situaties. Het ministerie van OCW zal de gesprekken over cultuuronderwijs in de toekomst blijven voeren met de betrokken partijen.

Goede voorbeelden

Tot slot komt het belang van cultuur als structureel onderdeel van het onderwijs ook naar voren in de in april verschenen Tussentijdse evaluatie van de deelregeling Cultuureducatie met Kwaliteit in het primair onderwijs 2013-2016 van het Fonds voor Cultuurparticipatie. In dit rapport drukt de evaluerende commissie haar enthousiasme uit over ,,de inzet en het enthousiasme van hen die in de dagelijkse praktijk van het onderwijs kinderen proberen te inspireren met kunst en cultuur.’’ De commissie haalt daarbij een aantal goede voorbeelden die zij aantrof aan, variërend van leerkrachten die ondersteund worden door kunstenaars, een poëzieproject dat tot een kinderstadsdichter leidde en succesvolle samenwerkingen tussen basisscholen en muziekscholen.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 28 april 2015

Trefwoorden

Nieuwscategorieën