De ketenregeling bij vervanging in het openbaar onderwijs verandert

Vanaf 1 januari 2020 geldt voor werknemers in het openbaar onderwijs de ketenbepaling van het bijzonder onderwijs. In dit artikel lees je wat dit betekent voor de vervangingen die reeds voor die datum zijn begonnen.

Op dit moment geven openbare schoolbesturen aan een vervanger een tijdelijke akte van aanstelling op grond van artikel 4.4 uit de cao van het primair onderwijs. In dit cao-artikel wordt geen onderscheid gemaakt in soorten vervanging, alle vervangingen vallen hieronder. Voor het bijzonder onderwijs geldt dat er wel onderscheid wordt gemaakt in soorten vervanging. Op grond van artikel 3.1 lid 4 uit de cao kunnen er zes tijdelijke arbeidsovereenkomsten in 36 maanden afgesloten worden, indien sprake is van vervanging. Is echter sprake van vervanging van een zieke leraar, dan geldt een specifieke uitzondering. In artikel 3.1 lid 5 is namelijk opgenomen dat er een onbepaald aantal contracten in 36 maanden kan worden afgesloten indien er sprake is van vervanging van een zieke leraar. Deze uitzondering voor ziektevervanging, die nu al in de cao is opgenomen, geldt per 1 januari 2020 ook op grond van de Wet arbeidsmarkt in balans.

Zoals bekend treden per 1-1-2020 de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) en de Wet Arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking. Op dat moment geldt de uitzondering bij ziektevervanging op grond van artikel 3.1 lid 5 uit de cao ook in het openbaar onderwijs. Dit betekent dat een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor vervanging van een zieke leraar voor een openbaar schoolbestuur (dus) het eerste contract is in die keten. Er lopen dan twee ketens naast elkaar: de reguliere vervangingsaanstellingen en de vervangingscontracten wegens ziekte van een leraar. Voor de keten van reguliere vervangingsaanstellingen tellen alle tijdelijke contracten van vóór 1-1-2020 mee, dus ook de vervangingscontracten die wegens ziekte van een leraar zijn aangegaan.

Een voorbeeld

Werknemer A, werkzaam in het openbaar onderwijs, is in de periode van 1-1-2019 tot 1-12-2019 vijf keer ingevallen voor een zieke leraar en één keer wegens zwangerschapsverlof. Wat is de situatie per 1-1-20?
De werknemer heeft zes vervangingscontracten gehad op grond van art. 4.4 van de cao primair onderwijs. Deze vallen per 1-1-2020 onder artikel 3.1 lid 4. Dit betekent dat werknemer A geen tijdelijk contract meer kan krijgen op grond van dit artikel. Dit zou namelijk het zevende contract in de keten zijn en daarmee een vast contract.

Vanaf 1-1-2020 geldt de uitzondering voor de vervanging van een zieke leraar ook in het openbaar onderwijs. Dit betekent dat de invaller die een zieke leraar vervangt vanaf die datum wel een tijdelijk contract kan krijgen op grond van artikel 3.1 lid 5 cao PO.

Werknemer A heeft te maken met twee ketens. Eén keten met vervangingscontracten die loopt vanaf 1-1-2019, waarin de werknemer al zes contracten heeft gekregen. Daarnaast loopt de keten van vervanging van een zieke leraar die ingaat op het moment dat de leraar voor het eerst een zieke leraar vervangt. In deze keten kan een onbepaald aantal contracten afgesloten worden binnen 36 maanden.

Heb je nog vragen over de aanzegplicht neem dan gerust contact op met de juristen bij de Helpdesk.

Meer weten over de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren? Lees hier de artikelen over de veranderingen voor het openbaar onderwijs.

Laatst gewijzigd: 
maandag 11 november 2019