De medezeggenschap op training: ‘Medezeggenschap kan veel professioneler’

Gebrek aan kennis, weinig scholing, geen contact met andere medezeggenschapsraden, alleen vergaderen met de directeur erbij. Er is een wereld te winnen voor de medezeggenschapsraden en bestuurders die een Quickstart Medezeggenschap volgden. Zo blijkt uit de eerste ervaringen van twee trainers. Deze gratis startcursus werd verzorgd door trainers van de dragende organisaties van het project Versterking Medezeggenschap, waaronder de PO-Raad.

In september van dit jaar gingen de eerste trainingen van start. Medezeggenschapsraad en bestuurder worden hierdoor in staat gesteld gezamenlijk een goede start te maken voor het nieuwe jaar. De trainingen voorzien in een grote behoefte, zo blijkt uit de ervaringen van twee trainers. Jona Isaac van de VBS (Vereniging Bijzondere Scholen) en Paula van Dijnen van de AOb zijn het er over eens dat er nog heel wat kennis bij medezeggenschapsraden ontbreekt. Niet alleen van wet- en regelgeving, maar ook van procedures, de organisatie van de medezeggenschap en de wijze waarop het overleg met de bestuurder plaats moet vinden. De vragen waarmee de MR-leden komen verschillen nogal. Hele praktische, zoals het bepalen van de jaaragenda, maar ook specifiek inhoudelijke vragen komen aan bod, zoals over de cao en het taak- en mobiliteitsbeleid. Isaac: ,,We doorlopen daarnaast een aantal basale vragen met de cursisten, zoals wat behoort wel en niet tot je taken en bevoegdheden, hoe ga je om met klachten en ouderinitiatieven en hoe maak je contact met de achterban.’’ Isaac is positief over de aanpak van de Quickstarts, omdat voor een deel van de training ook (iemand namens) het bevoegd gezag aanwezig is. ,,Wij zijn daar bij de VBS groot voorstander van. Onze invalshoek is juist ook die gezamenlijkheid. Het is belangrijk te praten over hoe je met elkaar wilt samenwerken.’’ Ook Van Dijnen vindt de Quickstarts een goed idee. ,,Het is echt aan te bevelen met de MR af en toe een training te doen en dat komt er in de praktijk vaak te weinig van. Het is wel belangrijk dat je er daarna daadwerkelijk mee aan de slag kunt.’’

Ervaringen

Het viel Isaac op dat medezeggenschapsraden uit het primair onderwijs die deel uitmaakten van grotere schoolbesturen, nauwelijks bekend waren met de GMR. Zeker als er geen sprake was van directe vertegenwoordiging. ,,De MR-leden wisten wel van het bestaan, maar niet welke onderwerpen er in de GMR werden besproken. Er valt nog een wereld te winnen in de informatie-uitwisseling. Veel MR’en zijn erg op de eigen school gericht en hebben weinig contact met andere raden binnen de stichting.’’ Ook was er weinig kennis aanwezig van de Wet medezeggenschap op scholen (Wms). Van Dijnen: ,,Zowel MR-leden als het bevoegd gezag zijn nauwelijks op de hoogte van termijnen en procedures. Dat hoeft niet erg te zijn als alles goed verloopt, maar als het spannend wordt, bijvoorbeeld bij een fusie, moet je wel weten hoeveel tijd je hebt om te reageren op een voorgenomen besluit.’’ Ze merkt dat de MR in het primair onderwijs vaak informeel werkt. ,,Daar zijn meestal kleinere teams, waarin onderling het nodige wordt besproken. MR en bestuurder houden zich dan slecht aan procedures en termijnen. In het voortgezet onderwijs zie je dat de MR meer volgens de regels wil doen. Het verschilt natuurlijk ook wel of je met een organisatie van tien of tachtig mensen te maken hebt.’’ Het komt volgens de trainers vaak voor dat het bevoegd gezag bij de gehele vergadering aanwezig is en dat de MR nooit apart bijeenkomt. De relatie met de directeur was bij de meeste deelnemers goed, alleen kon het nakomen van afspraken beter.

Tijd en geld

De trainers merken dat de deelnemende raden weinig tot geen tijd voor scholing inruimen. Sommige MR-leden weten niet dat scholing mogelijk is en dat er een faciliteitenregeling bestaat, dus dat ze geld kunnen aanvragen voor een training. De gratis Quickstart was een uitkomst. Isaac: ,,Vooral op basisscholen is alles gericht op het primaire proces. Besteed je geld en uren aan een training, zo is de gedachte, dan gaat dit ten koste van de kinderen. Scholing kost veel tijd en die ontbreekt, ook bij ouders met drukke banen. Nieuwe MR-leden gaan ook niet zo snel alleen op cursus. Ze schuiven in een bestaande organisatie en hopen al doende de nodige kennis te vergaren. Ik ben voorstander van trainingen aan de gehele MR op locatie. Je kunt aandacht aan de specifieke situatie besteden en het kost de leden minder tijd.’’ Van Dijnen vindt dat MR-leden moeten beseffen dat scholing belangrijk is en dat ze er recht op hebben. ,,Het is ook van groot belang dat directeuren er meer voor open staan. Wat dat betreft kan de medezeggenschap echt professioneler en dan kun je als MR ook meer invloed uitoefenen.’’

Project Versterking Medezeggenschap

Het project Versterking Medezeggenschap is een initiatief van alle bij medezeggenschap betrokken onderwijsorganisaties (besturen, personeelsvakorganisaties, ouderorganisaties en de leerlingenorganisatie) en richt zich op medezeggenschapsraden en bestuurders in het primair en voortgezet onderwijs. Na de evaluatie van de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) bleek dat er op een aantal punten verbeteringen nodig waren. De initiatiefnemers staken de koppen bij elkaar, kregen budget van OCW en kwamen met het Advies goede medezeggenschap. In november 2014 vorig jaar startte de voorlichtingscampagne om het advies onder de aandacht te brengen. Op www.infowms.nl/versterking-medezeggenschap/ vindt u alle informatie over het project, zoals het Advies goede medezeggenschap, een aantal handreikingen gebaseerd op de verbeterpunten uit de Wms, maar ook praktische hulpmiddelen, zoals de thermoscan, veel gestelde vragen, het Tipboek en aanwijzingen voor het gebruik van social media.

NB: Aanmelden voor de Quickstart Medezeggenschap is inmiddels niet meer mogelijk

Laatst gewijzigd: 
maandag 7 december 2015