De Participatiewet Pilots

08-07-2014

>> vervolg van Participatiewet: meer mogelijkheden voor arbeidsbeperkten

Bij functiecreatie worden bedrijfsprocessen geanalyseerd en functies gecreëerd aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Door deze herverdeling van werk worden bedrijfsprocessen efficiënter georganiseerd waardoor de docent het werk gaat doen waarvoor hij/zij gekwalificeerd is en de arbeidsgehandicapte de overige elementaire taken verricht. Door gebruik te maken van de inleenconstructie worden de risico's voor het po als werkgever beperkt.

De pilot ‘Zorgassistenten-in-opleiding voor het Primair Onderwijs’ is ontwikkeld om jonggehandicapten een doorstroommogelijkheid te bieden naar een MBO-opleiding Niveau 2 Helpende Zorg en Welzijn en daarmee een startkwalificatie op de arbeidsmarkt. De primaire doelgroep voor de pilot zijn jongeren die het Praktijkonderwijs (PrO) of het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) recentelijk hebben voltooid en die zich willen specialiseren in een baan in het onderwijs of in de zorg.

Doelgroepen

Er zullen landelijke criteria worden opgesteld aan de hand waarvan wordt bepaald of medewerkers al dan niet onder de Participatiewet vallen. UWV zal aan de hand van deze criteria mensen keuren en beoordelen. Indien UWV van mening is dat zij onder de Participatiewet vallen, worden deze mensen opgenomen in een doelgroepregister. Dit register zal toegankelijk zijn voor werkgevers.

De doelgroep zal zich gaan focussen op onderstaande groepen mensen:

  • Personen met een arbeidsbeperking die voor arbeidsondersteuning een beroep doen op de gemeente en die naar het oordeel van UWV niet in staat zijn om 100 % van het minimumloon te verdienen.
  • Personen met een Wet sociale werkvoorziening (WSW) indicatie.
  • Personen die in de Wajong zitten, tenzij na herbeoordeling vaststaat dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.

Indien het afgesproken aantal plaatsingen niet wordt gehaald dan treedt de Quotumwet in werking. De Quotumwet treedt in werking voor de sector primair onderwijs indien de sector overheid als geheel het quotum niet haalt. Het eerste beoordelingsmoment of het quotum is gehaald zal plaatsvinden in 2016 over het jaar 2015. 2014 wordt gezien als aanloopjaar en de personen die in 2014 moeten worden geplaatst worden bij de beoordeling over het quotum verdeeld over 2015, 2016 en 2017. Concreet komt dit erop neer dat de aankomende jaren de volgende aantallen extra medewerkers moet worden geplaatst binnen het primair onderwijs:

201520162017Totaal 2017
4825635631608 extra

 

Indien de sector overheid de quota niet haalt, dan treedt de quotumwet in werking. Als de quotumwet in werking treedt wordt per werkgever bekeken of hij voldoende medewerkers met een arbeidsbeperking een baan heeft aangeboden. Zo niet, dan zal een heffing van EUR 5000,- worden opgelegd voor elke baan die ontbreekt.

Voor werkgevers die minder dan 25 medewerkers in dienst hebben geldt een uitzondering, zij zullen niet met de heffing te maken krijgen. Ook dit wordt berekend in uren, waarbij er vanuit wordt gegaan dat een medewerker gemiddeld 31,1 uur per week werkt. Werkgevers die voor meer dan 25 * 31,1 uren per week medewerkers in dienst hebben, zullen te maken krijgen met de heffing.

De definitie van een baan

De bedoeling is dat er een duurzame relatie wordt opgebouwd tussen de werkgever en de arbeidsgehandicapte. Een baan wordt daarom gedefinieerd als het gemiddeld aantal uren dat door de doelgroep wordt gewerkt bij een werkgever. Op dit moment is dat gemiddeld 25 uren per week. Een baan van 25 uren per week wordt meegeteld als baan in het quotum. Een deeltijd baan telt mee naar rato.

Inleenverbanden

Voor veel werkgevers is het erg belangrijk is dat inleen- en detacheringsconstructies ook meetellen in het quotum. Daarom is al bekend gemaakt dat deze constructies inderdaad mee zullen tellen. In lagere regelgeving zal worden bepaald hoe hieraan vorm wordt gegeven.

Laatst gewijzigd: 
maandag 9 februari 2015

Nieuwscategorieën