Debat over passend onderwijs: geen stelselwijziging, wel verbeteringen nodig

Passend onderwijs werd het afgelopen jaar uitgebreid geëvalueerd door het ministerie van OCW en vorige week stuurde minister Arie Slob zijn verbeteraanpak met 25 maatregelen naar de Tweede Kamer. Deze week spraken minister en Tweede Kamer over hun ideeën om passend onderwijs te verbeteren. Ze waren het er wel over eens dat het stelsel niet in zijn geheel op de schop hoeft.

Tijdens het debat over passend onderwijs blijkt duidelijk dat het geduld van minister Arie Slob en de Kamerleden op is als het gaat om de bovenmatige reserves van samenwerkingsverbanden. Samenwerkingsverbanden met te veel geld op de rekening moeten voor 1 januari 2021 een plan maken over hoe ze de reserves denken af te bouwen. ‘Het is juridisch een ingewikkelde procedure om het geld terug te krijgen. Ik wil dat het geld terugvloeit naar de leerlingen die het nodig hebben’, zei minister Slob daarover in de Tweede Kamer.

Tweede Kamerlid Paul van Meenen (D66) heeft tijdens het debat een motie ingediend over de bovenmatige reserves van samenwerkingsverbanden. Hij wil dat de reserves per direct worden afgebouwd en dat geld opnieuw wordt verdeeld voor die kinderen en leraren die het nodig hebben. De motie lijkt op steun van de Kamer te kunnen rekenen.

Flinke stappen

De PO-Raad en VO-raad hebben in een brief voorafgaand aan het debat aandacht gevraagd voor een aantal belangrijke punten met betrekking tot passend onderwijs: ‘Passend onderwijs is een grote stelselwijziging geweest en op een aantal punten moeten we nog flinke stappen maken. Bijvoorbeeld als het gaat om bovenmatige reserves bij de samenwerkingsverbanden. De sectororganisaties hebben samenwerkingsverbanden hierop herhaaldelijk aangesproken. Wel vragen de sectororganisaties zich af of het tijdpad dat de minister schetst realistisch is. Het afbouwen van de reserves moet zorgvuldig en beleidsrijk gebeuren, zodat het geld op de goede plek terechtkomt.

Norm voor basisondersteuning

De Kamer is tijdens het debat teleurgesteld dat het Slob niet is gelukt met een concrete invulling te komen voor de landelijke norm voor basisondersteuning. Hier had de Kamer in een motie om gevraagd. De PO-Raad heeft in het voortraject al flink gepleit voor een open norm. Een te concrete landelijke norm voor basisondersteuning gaat er niet voor zorgen dat meer kinderen een passender onderwijsaanbod krijgen, dat is afgestemd op hun behoeften. Iedere situatie is immers anders. In het debat geeft de minister aan de norm verder in te willen vullen naar wens van de Kamer. Hierbij worden ook leraren betrokken. De nieuwe norm moet voor de zomer van 2021 klaar zijn. De PO-Raad blijft betrokken bij het vervolgtraject en blijft pleiten voor voldoende ruimte om in te spelen op de leerlingenpopulatie.

Meer aandacht voor passend onderwijs tijdens opleiding

Er moet ook meer aandacht komen voor passend onderwijs tijdens de opleiding, vindt de Tweede Kamer. Op die manier starten leraren hun carrière beter toegerust op de ondersteuningsbehoeften van verschillende leerlingen. Slob herhaalt hierbij zijn eerdere toezegging dat hij afspraken gaat maken met de initiële opleidingen om passend onderwijs te verankeren in de curricula. Voor de inhoudelijke uitwerking en borging is samenwerking tussen de scholen en opleidingen van belang, zowel landelijk als in de regionale consortia van het samenopleiden.

Experimenteren met meer inclusie

Op weg naar inclusiever onderwijs wil Slob proeftuinen en experimenten rondom passend onderwijs de ruimte geven. Kamerlid Michel Rog (CDA) dient hierover een motie in. Hij roept de minister op meer ruimte te geven aan samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs om ook meer hybride faciliteiten mogelijk te maken. De PO-Raad is hier blij mee. Er zijn al 45 initiatieven die de eerste stap naar samenwerking tussen regulier en speciaal hebben genomen. Als de motie wordt aangenomen kunnen nog meer initiatieven op een laagdrempelige manier starten. De sectororganisatie denkt dat het onderwijs alleen met een brede beweging stappen naar inclusief onderwijs kan maken. Die beweging begint altijd van onderop!  

Tweede Kamerleden dienden verschillendem moties tijdens het debat. Op 24 november is over deze moties gestemd. Alle moties zijn aangenomen, behalve motie 384. Hieronder een beknopt overzicht van de ingediende moties.

373       

Van den Hul/Westerveld over onafhankelijk toezicht op samenwerkingsverbanden

375       

Van den Hul c.s. over betrokkenheid van ouders en ouderorganisaties bij de organisatie van steunpunten

376       

Kwint/Westerveld over zo snel mogelijk een experiment gericht op thuiszitters laten starten

377       

Kwint/Van den Hul over monitoren van de wachtlijsten in het speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs

378       

Rudmer Heerema c.s. over middelen voor de ondersteuning van hoogbegaafde kinderen

379       

Rudmer Heerema c.s. over de ondersteuning bij hoogbegaafdheid borgen in de landelijke basisnorm

380       

Bisschop/Kwint over vergelijking van het niveau van basisondersteuning van samenwerkingsverbanden

381       

Bisschop over de verrekening van budgetten bij grensverkeer

382       

Westerveld/Kwint over de ondersteuning van Samen naar Schoolklassen

383        

Westerveld/Van den Hul over voorkómen van Veilig Thuismeldingen bij geschillen over passend onderwijs

384

X

Westerveld c.s. over onderzoek naar andere vormen van samenwerkingsverbanden

386       

Rog/Van Meenen over meer samenwerking tussen speciaal en regulier onderwijs

387       

Rog c.s. over monitoren van de besteding van het geld voor ondersteuning

388       

Rog/Van Meenen over een definitie van de doelgroep van passend onderwijs

Laatst gewijzigd: 
donderdag 26 november 2020