Dekker spreekt vertrouwen uit in sector voor verbeteren bewegingsonderwijs

Het is aan scholen en hun besturen om te laten zien dat ze hun bewegingsonderwijs goed kunnen organiseren. In 2017 krijgen alle leerlingen minstens twee uur bewegingsonderwijs per week en wordt het alleen door bevoegde (vak)leerkrachten gegeven. De PO-Raad en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) zetten alles op alles om die ambities uit het Bestuursakkoord waar te maken. Een wet om dit af te dwingen, zoals de Tweede Kamer wil, is onnodig, zei de bewindsman woensdag in een debat.

Dekker sprak daarmee nog eens zijn vertrouwen uit in de sector om zelf het bewegingsonderwijs verder te verbeteren. Om dat voor elkaar te krijgen, hebben scholen en hun besturen juist ruimte nodig en geen extra regels, vindt ook de PO-Raad. Meer aandacht voor sport, bewegen en een gezonde leefstijl (sbgl) in het onderwijs is belangrijk vindt ook zij. De PO-Raad vindt het net als Dekker belangrijk dat de kwaliteit van het bewegingsonderwijs wordt verbeterd. Het is daarnaast van belang sbgl in het onderwijs te integreren en het buitenschools aanbod te versterken.

Motie

Dekker reageerde met zijn uitspraken op zorgen van de Tweede Kamer. Die vreest dat de afspraken uit het Bestuursakkoord te vrijblijvend zijn. Dekkers eigen partij VVD, PvdA en SP zijn daarom van plan een motie in te dienen om een minimum van twee uur bewegingsonderwijs door een bevoegde (vak)leerkracht wettelijk te laten vastleggen.

Dekker ziet daar niets in. De overheid komt daarmee namelijk op de stoel van scholen te zitten. Zij bepalen hóe ze het onderwijs inrichten, de overheid gaat over het ‘wat’. Voor geen enkel vak hebben we een minimum aantal uren vastgelegd in de wet, niet voor taal of rekenen, niet voor burgerschap, aldus de staatssecretaris in het debat.

De bewindsman kreeg bijval van D66 die vindt dat de andere partijen ‘gas geven en remmen tegelijk’.  ,,Er mag een tandje bij in het bewegingsonderwijs, maar we zijn met het Herfstakkoord vorig jaar en het Bestuursakkoord de weg in geslagen van investeren, ambities en ruimte geven’’, zei Kamerlid Paul van Meenen. ,,We moeten dit nu niet weer meteen in een norm vertalen.’’ Ook CDA-Kamerlid Michel Rog zei dat de politiek zich niet te veel moet bemoeien met hoe het onderwijs zich moet organiseren.

Volgens Dekker zijn de afspraken in het Bestuursakkoord bovendien ‘harde afspraken’. De Inspectie zal erop toezien dat die worden nageleefd, benadrukte hij. Gebeurt dat niet, dan kunnen daaraan financiële consequenties zitten, zei hij.

PvdA-Kamerlid Loes Ypma suggereerde nog kwantiteit en kwaliteit van het bewegingsonderwijs als factor op te laten nemen in Vensters PO, waarmee scholen zich verantwoorden over wat ze doen en hoe. Dekker beloofde dat met de PO-Raad te zullen bespreken.

Ondersteuning

In scholen is steeds meer aandacht voor sport, bewegen en een gezonde leefstijl. Zij kunnen ondersteuning krijgen om ermee aan de slag te gaan. Zij kunnen daarvoor onder meer contact zoeken met een expert of een Gezonde School adviseur die hen daarbij helpt. Ook kunnen zij op verschillende momenten subsidie aanvragen voor bijvoorbeeld het uitvoeren van een Gezonde School-activiteit rondom voeding, roken, en sociaal-emotionele ontwikkeling. In maart 2015 kunnen zij zich weer inschrijven voor een nieuwe ondersteuningsronde. Onlangs kregen veertig basisscholen ondersteuning bij het opzetten van een zogenoemd Gezond Schoolplein.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 28 juli 2015

Nieuwscategorieën